zondag 24 februari 2013

Over volwassen strips gesproken - Cerebus, High Society


Is het iets voor het Guiness Book of Records als een tekenaar/schrijver een strip maakt van 300 nummers, elk nummer ongeveer 22 pagina’s lang, en daarmee in 1977 begint en in 2004 eindigt? Dat heeft Dave Sim met Cerebus gedaan. Beroemd en berucht in bepaalde kringen van stripminnend Verenigde Staten/Canada, grotendeels onbekend in de Lage Landen. Niet vergeten erbij te vertellen dat zijn protagonist een chagrijnig dier is dat vaag doet denken aan een aardvarken, een beest dat in onze contreien enige faam geniet als blauw cartoonkarakter hopeloos jagend op een mier. Juist, Cerebus (een verschrijving van Cerberus) is direct erfgenaam van Donald Duck en Mickey Mouse met het karakter van Conan de Barbaar en Danny DeVito. Hij zuipt er op los, heeft losse verhoudingen met de dames, draait zijn hand niet om voor een slachting. Hij heeft magie gestudeerd, wordt gemotiveerd door grenzeloos opportunisme en de behoefte zijn stempel op de wereld te drukken als een Attila met drie vingers en een varkensneus.
Een fictieve wereld die aan de onze vooraf is gegaan. In deze wereld komen we veel karakters tegen die we kennen, Groucho Marx, Moonknight, Oscar Wilde en Hemingway, het pausdom, maar alles door de spiegel van Dave Sims sarcastische blik. We kunnen hem van pagina naar pagina zien gniffelen over hoe hij de mensheid te kakken zet. Altijd met een knipoog. In deze mengvorm van hoge en lage cultuur, in zijn constante kritiek en analyse van politiek, seks, relaties en religie vinden we een volwassen context, maar de zaken die daarbinnen met Cerebus gebeuren zijn wat de strip de ware punch geven.
            Uiteindelijk zijn het driehonderd nummers geworden, die door Sim in tweeën worden gedeeld, met de eerste 150 de mannelijke zijde en de tweede de vrouwelijke. Dat de strip zolang zou worden en zou worden opgedeeld heeft hij overduidelijk geleidelijk ontwikkeld. Pas bij nummer 25 begint het een samenhang te krijgen. Hij heeft vast een aantal ideeën toen al bedacht, maar het is aan het wankelen en zwenken te merken dat het verhaal onderhevig was aan invallen en stemmingen. Vooral in de losse nummers is goed te volgen hoe de schepper Dave Sim als mens verandert en zijn ideeën langzaam bijstelt. Van iemand die vooral lol wil hebben wordt hij iemand met een boodschap en een inktzwarte visie op de verhouding tussen de geslachten. Dat zijn vrouw en zakenpartner hem na een aantal jaren in de steek liet is daar duidelijk debet aan. Dat zijn fans hem na de hartstochtelijke eerste jaren steeds meer bekritiseren en eisen dat hij bepaalde dingen aanpast hielp vast ook niet. Zijn bijdrage aan de brievenpagina wordt steeds beperkter tot deze geheel verdwijnt. Ook Cerebus zelf verandert met Sim mee. Sinds aflevering 51 werkt hij samen met Gerhard die de prachtige achtergronden doet. Had ik al verteld dat het een zwart-wit strip is?
            In zijn kadrering en ritme is Sim experimenteel en los. Soms wordt een heel nummer gevuld met een enkele vorm over alle pagina's uitgestreken. Soms moet je een aantal nummers achter elkaar op de zij lezen, om tegen het eind het boekje te moeten draaien omdat alles weer reg kom. Een andere keer verzinkt hij in imitatie van zijn helden, Fitzgerald bijvoorbeeld, of Woody Allen, en dan is het veel tekst in de trant van hun werk, zo nu en dan begeleid door een plaatje. Alsof we Kapitein Rob lezen met hele filosofische en humoristische bedoelde handelingen. Deze stukken behoren zeker niet tot het sterktste van het verhaal. Toch zijn ze te verdragen en niet geheel onbeholpen. Deze sla ik zo nu en dan over. Dat zal iedereen wel eens doen. Met een strip kan je altijd terugbladeren. Zijn tekst past zich aan, net als de tekstballonnetjes, aan stemming en bedoeling. Ze zorgt voor veel grappige momenten.


            High Society was het eerste boek dat ik van Cerebus in handen kreeg. Ik had er wel van gehoord, maar alleen in het voorbijgaan. Om even het verhaal van High Society kort samen te vatten: Cerebus arriveert in Iest, een stadstaat waar hij al eens eerder is geweest, en wordt verwelkomd als iemand van hoge rang. Dat heeft te maken met de vorige keer toen hij Kitchen Staff Supervisor van Lord Julius was (een Groucho Marx kloon in uiterlijk, gedrag, maar niet in Machiavellisme). Blijkbaar had dat indruk op de lokale notabelen gemaakt. Cerebus raakt onder invloed van de manipulatieve Astoria en besluit premier van Iest te worden. We volgen zijn campagne tegen de geit van Lord Julius en komen zodoende in contact met allerlei excentrieke karakters. Sim doet op Engelse wijze uit de doeken hoe macht werkt en corrumpeert. Ik zeg Engels omdat de moraal soms nogal doet denken aan die in van de beter Engelse komedies zoals Blackadder. Elke pagina huist wel een grap, een verwijzing naar de populaire cultuur, maar samen vormt het een vernietigende kritiek op het democratische proces.

            Belangrijk aan de serie is niet alleen de megalomane ambitie, maar ook dat Sim als één van de eerste een volledig onafhankelijke strip opzette. De Verenigde Staten werden als stripland al sinds de oorlog verdeeld in twee kampen, die van DC (Superman, Batman) en Marvel (Spiderman, Hulk). Bovendien was het de gewoonte van dit soort bedrijven om alle rechten over de in hun dienst bedachte karakters te behouden, dit tot groot zeer van velen. Sim was één van de eerste die deze praktijk met succes aanviel. De gevolgen zijn er nog steeds van te zien. DC geeft sindsdien bijvoorbeeld Bob Kane alle krediet voor het bedenken van Batman. Al zijn ze nog steeds niet guitig met het geld. Zijn kritische positie won hem veel vrienden in de comicsindustrie, waaronder Alan Moore (Watchmen, V for Vendetta, die overigens niets lijkt te hebben geleerd, aangezien zijn rechten op Watchmen tegen zijn zin nog steeds door DC wordt geëxploiteerd) en Chris Claremont (de man die de X-men echt populair maakte en een karakter introduceert genaamd S’ym, wiens karakter en uiterlijk naar Cerebus verwijst), maar ongetwijfeld ook veel vijanden. Tegenwoordig maakt hij de serie Glamour Puss, die van enige herkenbaarheid als klassieke strip volkomen is ontdaan. En Judenhas, mij vooralsnog onbekend. Hij heeft een eigen uitgeverij opgezet, Aardvark Vanaheim, Inc., om zichzelf te publiceren en zo nu en dan een gelijkdenkende schepper.
            Is het te krijgen in Nederland? Nauwelijks. Een enkele goede stripzaak heeft één of twee van de telefoonboeken in de kast, zo genoemd omdat ze zo dik zijn. In elk wordt een segment van het verhaal verzamelt. Er zijn er 16 van. Je kunt ze ook bestellen bij Aardvark Vanaheim via de fanclub of op Internet als tweedehands vinden.
            Naarmate de jaren vorderen verandert Sim en zijn karakter , waardoor de strip steeds minder fun and games wordt en steeds zwaarder. Tegen het einde in de cyclus Form and void maakt zulk een gruwelijke draai dat het me nog steeds bij staat als één van de meest aangrijpende momenten in de stripgeschiedenis en daarbuiten. Dat je daarvoor eerst al die boeken zou moeten lezen met mindere en betere momenten, dat je daarvoor hebt moeten gieren en ergeren, om dat mee te kunnen maken, dat is alleen maar meer en dan de moeite waard. Het raakt je hart, zo’n stripdiertje. Het doet je pijn om mee te leven, om daar te komen. Het is het allemaal waard. Dat is wat een strip ook kan betekenen. Diep in het leven, vanuit zwart-wit plaatjes.






All pictures copyright Dave Sim, Aardvark Vanaheim, Inc.


vrijdag 15 februari 2013

De wereld een nest


In den beginne was er de groep, zonder gene, zonder reserve, zonder geheimen. In de groep kende iedereen iedereen en de hele tijd. Intimiteit had geen woord, want er was niks anders dan dat. Mannen, vrouwen, kinderen en opoes leefden in de dezelfde ruimte, over elkaar, in elkaar, op elkaar. Het IK was bijna geheel afwezig. Er was wel taal. Er waren verhalen, maar die kwamen vanuit de groep, werden constant opnieuw verteld, de hele tijd muterend, niemand die dat merkte. Het concept van originaliteit was geheel afwezig.
            Sinds die tijd, hebben we een zondeval ondergaan, een versplintering van Babylonische omvang. Zoveel talen, zoveel verhalen. Zoveel ikken, zoveel geheimen. Eenzaamheid nam de plaats in van opgesloten zijn. Natuurlijk was het niet alleen plezier in de groep. Mensen hebben altijd behoefte gehad aan een geheim, iets van zichzelf. Het IK is een geheim van jezelf, met jezelf. Dat je weet dat anderen eenzelfde geheim hebben verzacht de pijn van het alleenzijn geheel niet.
            Sinds de zondeval proberen we de groep weer te herstellen, maar weten dat dit niet kan zonder onze identiteit op te geven. En dat kunnen we niet meer. Het zaad van onze eenzaamheid is gezaaid en we oogsten er geen samenzijn uit. En toen bedachten we een technologische oplossing. De geschreven taal om onze gedachten over te brengen. Schilderij, tekening, foto om ons beeld over te brengen. Film en computer om onze tijd aan elkaar te tonen. En heel langzaam, dankzij politiek, veroveringen, uitwisselingen, brengen we de hele mensheid terug in een groep. Onze groep. De mensheid.
            En meer dan dat: we registreren de werkelijkheid. Wie had ooit kunnen bedenken dat iedereen welwillend zou meewerken aan het tekenen van een meteorietinslag? Gisteren, 14 februari, Valentijnsdag voor wie daar behoefte aan hebben, een gezellig samenzijn bij een concert van een vriend met vrienden voor mij en mijn vriendin, vertelde iemand over een meteoriet die in het komend jaar zal vallen. 15 februari valt  een kosmische steen op de voormalige USSR. Iedereen met een camera, en dat zijn er verdomde veel, maakt een opname. Zelfs een cultureel ding als een dashboardcamera, zo populair in Rusland, werkt daaraan mee. Het lijkt wel, als je van een afstand naar dit soort dingen kijkt, want het gebeurt overal in elk land, alsof we ons langzaam in kaart brengen en onszelf laten zien aan elkaar. Zoals we ooit in den beginne niet anders konden.
Hoe lang zal het duren voor iedereen iedereen weer kent en ziet, maar dan met de ruimte om jezelf te zijn? De noodzaak is zelfs enigszins daartoe, want als je niet jezelf bent valt je geregistreerde beeld weg tegen dat van al die anderen die als jij zijn. Is ons exhibitionistisch internetgebruik misschien niets anders dan een handreiking uit de eenzaamheid?
Een meteoor boort zich in onze atmosfeer en meer mensen dan ooit zien en registreren dit.


Nog wat meer informatie dat door ons alziende oog van oplettendheid en berekening bekend is geworden over de meteoriet.

donderdag 14 februari 2013

Het Stedelijk Museum - Mike Kelley


De gebarsten lachspiegel van de Amerikaanse ziel

Het zal een enkeling voorkomen alsof ze zijn uitgenodigd op een feestje van coprofielen en ander eschatologisch tuig. Zeker na al de aandacht in de pers en de bewering dat we hier te maken hebben met de belangrijkste kunstenaar van de laatste 25 jaar. Het bleek zelfs binnen het budget van het museum te liggen een dure bijlage bij het NRC te produceren, waarvan het leek alsof die bij de krant zelf hoorde. Voor een enkele purist zijn dit soort praktijken laakbaar. Tenslotte moet kunst voor zichzelf spreken en behoeft geen gouden randje. Ze heeft een claim op universele waarden. Dat het bij de ingang van het Stedelijk Museum nog steeds niet handig is ingericht en de enige werkzame draaideur er tijdelijk mee ophield verdient ook geen prijs. Een kleine raad overigens voor bezoekers met een museumkaart: je gaat daarvoor in de rechter rij staan en betreedt het museum via de winkel. Geen waden door die andere rijen, een prettig zicht op de boeken en bovendien direct bij garderobe en lockers. Niettegenstaande veel lof voor de organisatie dat ze een in Nederland nauwelijks bekende kunstenaar zo in het daglicht zetten. Daar is lef voor nodig en een goed aangezwengelde pr-machine helpt mee.
            Toch, ja… Toch… Ja… Ik geef het toe, ik had verschillende meningen over de tentoonstelling aangehoord, zo nu en dan negatief en ja, ik had ook zo mijn vooroordelen. Veel hedendaagse kunststudenten worden direct of indirect door Kelleys werkwijze beïnvloed en daar komt lang niet altijd bijzonder werk uit. Zeker de Rietveld kunstacademie heeft er een handje van. De schijt die daar zo nu en dan aan ontsnapt ontneemt zelfs fervente coprofielen de smaak. Maar toch, ja, ik ging er met een positieve instelling naar toe, want heb wel iets met de Amerikaanse Underground, zowel in muziek, strips als literatuur. En Mike Kelley wordt hierdoor zo duidelijk beïnvloed, dat hij regelmatig het verschil tussen die mediums opheft. Net als bij Raymond Pettibon kruipt de waanzin van de Amerikaanse leegte, stedelijk als landelijk, door alles heen. Zwart is niet zwart genoeg om de wanhoop en angst te weergeven. Omringd worden door vreemden die landgenoten, familie en vrienden moeten zijn, voldoen aan dodelijk burgerlijke voorschriften, opgejaagd worden door een ideologisch gemotiveerde ratrace, doet vreselijke dingen met mensen. Elk medium dat hij aanpakt, wandkleed, schilderij, tekening, video, performance, noem maar op, vertelt hij weer over deze wereld, in een taal die hoogst persoonlijk is, maar op elk vlak raakt aan de Amerikaanse cultuur. Zijn werk is de gebarsten lachspiegel van de Amerikaanse ziel.
            Hier zit natuurlijk precies het probleem: de vertaling. In tegenstelling tot wat de kosmopolitische elite denkt, waar veel kunstliefhebbers toe schijnen te behoren, is aan een land wel degelijk een particuliere cultuur verbonden, en de mensen die uit die cultuur komen, ook de kunstenaars, worden daar sterk door beïnvloed. Iemand als Kelley lijkt raakvlakken te hebben met onze sterk veramerikaniseerde cultuur, maar dat is hoogstens oppervlakkig. Als we alleen al kijken naar zijn theatrale presentatie zien we het verschil. Uiteindelijk komen veel Amerikaanse kunstenaars wat schreeuwerig over op de nuchtere Nederlander. Als we dieper op zijn werk ingaan zien we dat hij ook gebruik maakt van ‘symbolen’ die wij misschien herkennen, maar niet noodzakelijk begrijpen. Zijn voorliefde voor uitwerpselen, vooral in het begin van zijn carrière, is maar moeilijk te volgen, behalve als je weet hoe een verstoorde verhouding Amerikanen hebben met poep en pies. Daar is het choquerend, wij vinden het hoogstens vies. Shit is een gecensureerd woord in een land dat er prat op gaat vrijheid van meningsuiting te hebben. Voor het gebruik van het woord Cunt kan je ontslagen worden. Niettemin produceren ze de meest gewelddadige films en videospelletjes. Hoe kunnen wij hieraan relateren?
Ingewikkelder wordt het als hij gebruik maakt van beelden en ideeën uit een Amerikaanse populaire cultuur die zelfs daar onder het oppervlak drijft. Op de tweede verdieping staan namelijk veel sculpturen en animaties met als uitgangspunt de stad Kandor. En zelfs de mensen die de tentoonstelling hebben samengesteld komen er niet geheel uit. Ja, het is een stad van Supermans planeet Krypton, maar iedereen weet dat die planeet is vernietigd. Hoe zit het dan met Kandor? Die stad werd gered, met alle 10.000 inwoners, verkleind en in een fles gestopt door de superschurk Braniac. Dit is een planeetvernietiger die beschavingen verzamelt voor het één of andere duistere doel. Hij en Superman knokken er regelmatig over. De bewoners van Kandor zijn zodoende bijna de enige overlevenden van Krypton. Voor Superman staan ze gelijk aan het verleden en zijn hoop voor de toekomst. Wij weten wel van superhelden, door de strips en films, maar voelen geheel niet aan wat voor belang het heeft voor de Amerikaan. Zeker sinds de Tweede Wereldoorlog, waarin de superhelden op papier de grootst mogelijke propagandaslag tegen de nazi's uitvochten, een uppercut van Captain America tegen Hitler, zijn ze vervlochten met hun dromen en aspiraties. Het zijn van een supermens kan zelfs gezien worden als ultieme drijfveer van de Amerikaan. Deze cultische verheerlijking is overal terug te vinden. Hoe moeten we dan kijken naar de stad Kandor in de verbeelding van de kleine Mike Kelley? Wat betekent het voor hem als volwassen kunstenaar ? Hoe verhouden wij Nederlanders ons tot zo’n buitenissige mythe?
            Kelley maakte van het absoluut particuliere iets dat maatschappelijk is en heeft zodoende veel anderen beïnvloed, maar vooral in de vorm. Dat hij zo vrij allerlei mediums gebruikte is opgepikt, maar die innerlijke wereld ontgaat de volger. Dat hij zo nu en dan ook faalde in een medium is goed te zien. Zijn zwart-wit tekeningen in acryl blijven slap, ondanks de vaste hand waarmee ze zijn gemaakt. Ook de wandkleden missen kracht. Maar zijn knuffelbeesten zijn hilarisch; ontwapenend en dreigend tegelijk. De foto’s en tekeningen met mixed media zijn uitstekend, de video’s en animaties getuigen van plezier en inventiviteit. Uiteindelijk zal een kunstenaar als deze nooit perfectie op elk vlak waar hij zich in verdiept bereiken, maar als de drijvende kracht achter het scheppen sterk genoeg is kruipt dit door alle kieren heen. Om de toeschouwers telkens een beetje te verrassen en op te doen kijken. Wat mij betreft is Mike Kelley zo’n kunstenaar. Hoe belangrijk hij over 50 of 100 jaar is zal nog blijken. Dat veel hem blind hebben nagevolgd is in de kunstwereld goed te zien. Dat veel van hen vergeten hoezeer hij weer wordt beïnvloed door Gilbert and George en Joseph Beuys kan worden betreurd.
Laten we eerlijk wezen: Nederland is wat conservatiever geworden en het is te hopen dat een tentoonstelling zoals deze de nieuw verworven houding een beetje aantast. Dat is gezond en zelfs mogelijk. Als iemand zich ervoor openstelt. Anders blijft het een prachtig eerbetoon aan een wilde tijd die vooral in de jaren tachtig plaatsvond. Bij het verlaten van de tentoonstelling merkte ik in ieder geval dat mijn oog weer teder was jegens de schoonheid van graffiti en aanplakbiljetten, de mozaïek van de stadse beeldvervuiling. Spuitbus en sticker deden een dans van verrukking op mijn hoornvlies.




Ik was eigenlijk verbaast dat dit voor mij werkte, een kleed 
met vormen eronder als uitdrukking van verstopt leed en andere psychologische zaken.






Een andere vorm van superhelden in de Verenigde Staten: 
het tv-karakter. In dit geval Bananaman, die hij zelf nooit heeft gezien,
 maar aan de hand van beschrijvingen heeft verwerkelijkt.


Ja, zelfs een heus schilderij!



Tekening waar hij later weer overheen ging.


Ook dit werkte voor mij, gedeeltelijk dan. Gang met
citaten van schrijvers en zo over criminaliteit, met op
het eind een schilderij van een echte crimineel. Alleen
dat laatste maakte dus weinig indruk. De koppen van
schrijvers waren best mooi geschilderd en de citaten
goed gekozen.


Een detail waar veel bezoekers aan voorbij liepen.


video
Kandor animatie




 

Orgon accumulator. Met uitleg. Ooit ontwikkeld door Wilhelm Reich en populair gemaakt door William Burroughs. Als je er lang in ging zitten zou het verjongen en helen, of zo. Ik vroeg of ik er even in mocht staan, dat mocht, en het voelde best apart. Of het werkt zullen we in de toekomst zien. Ik tenminste. Leven verlengd.




 video


Het blijft leuk om door zo'n raam te turen. 
Alsof je in een ruimteschip zit.




Tweemaal Kandor





 Meanwhile, buiten het museum


Yep, maar weer eens foto's van het lelijk in de stad, dat ik altijd nog een stuk mooier vind dan de Stopera. Prachtig hoe zo'n oppervlak een canvas is voor iedereen met een boodschap en creativiteit.


vrijdag 8 februari 2013

Chinees Nieuwjaar 2013

Het zou niemand moeten verrassen dat bijgeloof nog steeds voet heeft in de wereld. Astrologie is daar een aspect van. Dat de sterren directe invloed op ons leven uitoefenen wordt door veel mensen als onzin beschouwd en zeker wetenschappers zullen het met succes aanvechten. Er zijn geen redelijke gronden om te geloven in wat dan ook en zeker niet in sterrenbeelden. De reden dat er nog steeds mensen zijn die geloven in sterrenbeelden, is mogelijk omdat we niet een door rede gestuurd wezen zijn. Neem bijvoorbeeld de liefde voor het koningshuis. De rede is maar één van de mogelijkheden waarmee we de wereld tegemoet treden. Veel mensen beschikken niet eens over de juiste capaciteiten om vanuit de rede naar de wereld te kijken. Zij leven naar hun gevoel, emotie, instinct, overtuiging, verlangen. Het geeft aan een gedeelde wereld een ongedeelde kleur.
Er is vast en zeker een objectieve werkelijkheid die onomstotelijk hetzelfde blijft voor ieder mens. Ik zeg altijd maar, als ik je een klap geef, voel je dat, al wil je nog zo hard geloven dat pijn een subjectieve ervaring is. Niettemin wordt diezelfde klap door iedereen weer als anders ervaren en lang niet altijd in alle redelijkheid.

Een astrologisch systeem als van de Chinezen is niet van de ene op de andere dag verzonnen. Zoals gelezen op wikipedia (iedereen kan het opzoeken, mooi toch?) is het ontwikkeld gedurende zo’n duizend jaar. De duizend jaar voor Christus. De Europese astrologie is van nog oudere afkomst, uit Mesopotamië. Inderdaad, uit Irak en omstreken. Dat iets zo oud is en er zo lang aan is gewerkt is natuurlijk geen garantie voor de waarde ervan. Dokters dachten ook vele eeuwen dat bloedzuigers het antwoord waren op elke soort ziekte. Grappig genoeg hadden ze op een bepaalde manier gelijk: onze ziektes transporteren zich vaak via het bloed. Maar astrologie gaat over iets waar dokters noch wetenschappers echt iets mee aan kunnen: karakter, gevoel, toekomst. De wetenschap heeft allerlei feiten opgedregd die wat deze zaken betreft waar zijn, of waarschijnlijker zijn, maar ze kan de gewone mens, ongewend aan wetenschappelijk denken, nauwelijks soelaas geven.
Er zit geen oplossing in dit soort wetenschappelijk denken, hoogstens een analyse. En juist dat in stukken delen maakt de meeste mensen bang, want ze zien zich als een geheel en de wetenschap vertelt hen dat ze dat niet zijn, dat ze een verzameling van problemen en oplossingen zijn. Astrologie springt aardig in dit gat, gecombineerd met vrij degelijk psychologisch inzicht. De mens wordt misschien in twaalf verschillende groepen verdeeld (zowel in Europa als in China), en er worden ook daarin onderverdelingen gemaakt, maar vanuit die modellen probeert astrologie een beschrijving van de gehele persoon te maken. Het is nog steeds een model en de werkelijkheid van het diertje is ongetwijfeld anders, maar het geeft de mensen een duidelijk beeld van wie of wat ze zijn of kunnen zijn. Is iets onzin als het werkt voor een individu?
Hier zitten we op het scherp van de snede. Wetenschap wil graag alles onderzoeken en bewijzen, maar schiet regelmatig tekort in gegronde oordelen over de psychologie van het individu of een cultuur. Zo’n beetje alle alfawetenschappen zijn op het moment in de verdrukking. De wetenschappelijke benadering die ze lenen van bijvoorbeeld natuurkunde en wiskunde schiet regelmatig tekort. Je hoort mensen wat vaak zeggen: duh, dat wisten we al, komen ze daar nou pas achter? En met recht gaan we twijfelen aan de waarde van de wetenschap. Niet met recht als het om de harde variant gaat, om archeologie, fysica, noem maar op, maar om de wetenschap die probeert ons gevoel in formules te vatten. Dat neurologie veel kan vertellen over wat er in onze hersenen feitelijk gebeurt is prettig en handig, maar als iemand daar de conclusie uit trekt dat er geen vrije wil bestaat, dan zie je al snel de barsten. Misschien is dat wetenschappelijk wel zo, maar in de maatschappij is dat een onhandelbaar uitgangspunt. Zonder vrije wil zijn we werkelijk niet meer dan beesten. En al hebben enkelen een dermate cynisch beeld van de mensheid, ook dit is een onwerkbare situatie. Wat de wetenschap ook moge beweren, de mens is meer dan de som der delen. Bescheidenheid in deze siert de wetenschapper.
Zoals ik het zie bestaan er op zijn minst twee gebieden van interesse in dit verhaal: de wetenschappelijke, feitelijke observatie en de menselijke, culturele, gevoelswereld van de groep. Dan heb ik het nog niet eens over een derde gebied: het individu. Daarover een andere keer meer. Die twee gebieden, de wetenschappelijke en culturele, raken elkaar vaak, maar zouden zich zoveel mogelijk moeten weerhouden van oordelen over elkaar. De wetenschap is niet gebaat bij een God die alles heeft geschapen, maar er zijn vele gelovigen die niet gebaat zijn bij een wetenschappelijk bewezen God. Hun geloof is precies dat: een geloof. Misschien heeft de mens geen vrije wil zoals die door de wetenschap kan worden bewezen, maar de mens zelf is zeer gebaat bij een vrije wil, anders houdt het hele justitiële systeem op met bestaan. Wetenschappelijk gezien klopt er geen hout van astrologische oordelen, maar zolang het goed werkt voor de groep en het individu is er geen reden voor hen om het te laten.
En nu komen we aan bij een nieuwe nieuwjaarsviering, die van het Chinese Nieuwjaar. Net zo onzinnig in feite als  de Westerse nieuwjaarsviering. Een afspraak binnen een groep gebaseerd op schijnbaar volkomen willekeurige gronden. Maar er zit toch een addertje in het gras. We kunnen veel zeggen over astrologie, maar het is verre van willekeurig. Het is een door de vele eeuwen heen beargumenteerd, beschreven, bedacht, samengesteld en aangepunt systeem dat zegt een harde grond te hebben in de beweging van de planeten en sterren. Van die beweging weten we ondertussen heel veel en ondanks dat er variatie in zit, blijkt ze behoorlijk voorspelbaar. Astrologie is een systeem, irrationeel, maar doordacht en door getimmert. Er zit meer rationaliteit achter het Chinese Nieuwjaar dan achter ons nieuwjaar. Maakt dat alles Chinese astrologie plotseling waar? Naar wetenschappelijke uitgangspunten natuurlijk niet. Maar is de wetenschap werkelijk de enige manier waarop we naar ons leven kunnen kijken? Natuurlijk laat ik liever niemand dan een dokter, een wetenschappelijk opgeleide dokter, in mijn lichaam snijden. Als hij of zij er maar gevoel voor heeft.


Het jaar van de slang