vrijdag 22 november 2013

Afscheid


Ozymantra Speelt was een spel met mezelf, een kijken naar wat ik kon als columnist en waar het schip zou stranden. Soms heb ik nadrukkelijk contact gezocht met de lezers, soms heb ik me daar verre van gehouden.

Het is moeilijk te zien wat er allemaal in je hoofd omgaat als je niet je best doet dit te formuleren. Juist het uittypen maakte dat veel van mijn gedachten werden ontmaskerd. Soms bleken het windvangers te zijn, soms hadden ze de juiste kracht en klank.

Het was ook de eerste keer dat ik echt ben gaan illustreren. Begonnen als striptekenaar ben ik overgestapt naar schilderen toen mijn tekenen net iets goeds begon te worden. Het was mooi om in deze context die tekenkwaliteiten, met traditionele middelen en de computer, verder uit te werken.

Met schilderen breng je materie letterlijk in beweging, met schrijven laat je de gedachten figuurlijk materialiseren. Ik heb steeds beter geleerd te zien waar ik sta, als auteur, als schilder, als filosoferend mens, als mens. Ik heb een enorme hoeveelheid plezier gehad in het spelenderwijs zoeken, maar het is tijd om verder te gaan.

Het spelen is voorbij.

vrijdag 25 oktober 2013

Kletskous


O, hoi, wat leuk dat jij hier ook bent! Ja, ik dacht, Gerard heeft me al zo vaak uitgenodigd, dan moet ik toch echt eens komen. Geinig hè, wist jij dat hij zo goed gitaar kon spelen? Nee, hè, ik ook niet. Ja, hij zit al jaren in dat bandje. Ik kan me herinneren, wanneer was dat, dat moet toch wel zijn geweest toen we elkaar net leerden kennen, hij was een vriend van Jeffrey, die jongen uit West waar ik een tijdje mee heb gedate, je weet wel, toen hij net begon. Hij zei het nog, dit is mijn droom, eindelijk kan ik in een bandje spelen, eindelijk kan ik mijn liedjes laten uitvoeren! Hij was er zo vol over, echt. En nu staat hij hier. Ja, hij heeft hier al eerder gestaan en op andere podia ook. Het kwam er nooit van. Ik ben gewoon niet zo’n concertganger.

Maar hoe is het met jou? Ik heb je al zolang niet meer gezien! Wanneer was de laatste keer, was dat niet met Erwin-Peter en Solange, op dat feestje van Robert-Jan en Kuijf? Hoe is het met hun eigenlijk? Ik zag ze een week geleden nog en ze hadden het over het adopteren van een kindje! Ja, geweldig, hè? Ik kan niet zeggen dat het me verrast, nee. Ze waren altijd al zo verzorgend bezig, met zichzelf en met ons en andere vrienden. Ja, nee, oké, jij hebt er ook niks over gehoord. Nou, jammer dat ze er niet zijn, ja. Nou ja, vertel eens over wat jij allemaal hebt gedaan, sinds, is het al een maand, wat een tijd, hè?

Goh zeg, dat is inderdaad heel wat. Ik zou het ook niet weten hoor, als me dat overkwam. Misschien dat ik dan hard zou wegrennen. Ik ben zo’n schijterd, dat weet je, ik kan absoluut niet tegen bloed. Of tegen kwallen. Maar toen je daar dan aan was gekomen, bij het ziekenhuis? Ja, ah, ja, natuurlijk, natuurlijk. Gelukkig zeg… Nou, ik ben zooo blij voor je dat het is gelukt, ja, wacht even, kijken want Angien zegt. Wat? Ja, sorry, ik hoor je niet zo goed, de muziek is wat hard, wacht, ik kom even bij je zitten. O, nou spelen ze rustiger, gelukkig, dat is beter. Ze willen wel veel aandacht, hè? Nee, geeft niet, hoe is het met jou, joh, ben je nog naar die sportzaal gegaan waar ik het toen over had, wat vond je van die spinningklas? Heftig, hè?

Och, hey, kijk ze zijn klaar. Ja, zo snel, zeg, nou applaus, hoor, applaus! Wat leuk toch voor Gerard! Heb jij nog zin in een biertje, kunnen we even bijpraten.


 foto M. Ozymantra

donderdag 17 oktober 2013

Imperium

Onlangs heeft de president van Brazilië, Dilma Rousseff, bij de Verenigde Naties een toespraak gehouden over het spionageschandaal. Ze was er allerminst gecharmeerd van dat zij persoonlijk en Braziliaanse bedrijven werden bespioneerd. In DeMorgen werd zelfs gesproken over een historische toespraak. Brazilië, dat zo’n beetje een achtertuin van de VS heet te zijn heeft dus iets gedaan wat nog geen ander land sinds een hele tijd heeft gedurfd: de VS openlijk aanspreken op wangedrag. Direct na haar sprak Obama met geen woord over de beschuldiging. Het ging hem blijkbaar niet aan. Al eerder hebben de Amerikanen bij monde van hun president in niet mis te verstane woorden laten merken dat het ze weinig kan schelen wat wij er van vinden. Ze maakten zich vooral zorgen over binnenlandse spionage door de NSA. Blijkbaar zijn we geen gelijkwaardige partners meer.

In zijn toespraak maakte Obama duidelijk dat de VS er alles aan zal doen zijn belangen in de rest van de wereld te verdedigen. Hij maakte ook duidelijk dat de Golfoorlog geen idealistische oorlog was om de democratie te redden, maar uit economisch gewin plaatsvond. Dat mag natuurlijk geen verrassing zijn. Iedereen met inzicht in machtspolitiek weet dat het zo gaat. Maar er zijn genoeg mensen die de illusie graag in stand hielden of houden. Leven met zo’n grote en machtige buur kan anders behoorlijk benauwend zijn. Veel van de Amerikaanse presidenten zelf deden daar graag aan mee. Dat Obama er zo openlijk voor uitkomt betekent dan ook wat, lijkt mij.

In het stuk van De Morgen wordt geschreven dat de VS blijkbaar te zwak is om zijn macht op de oude indirecte manier uit te oefenen. Met handelsbedreigingen, boycots, politieke druk etc. De VS zou nu zijn toevlucht zoeken tot direct dreigen met geweld en geweld zelf gebruiken omdat ze geen andere mogelijkheid ziet. Maar is de VS zo zwak? Is dat werkelijk zo? Hoe lang zal het duren voor de VS zijn spionagesysteem opgeeft omdat mevrouw Rousseff er om heeft gevraagd? Obama zegt dat wij, de wereld, de VS vragen om politieman te spelen, dit in tegenstelling tot wat de VS zelf wil. Maar hij zal zich opofferen, en de soldaten, en de drones, hij zal de orde handhaven, en vooral de energiemarkt in de gaten houden. Vooral ervoor zorgen dat Amerikaanse economische belangen worden beschermd.

Misschien dat ze sinds het ineenstorten van de Sovjetunie in principe al politieman en rechter van de wereld waren, maar dit gebeurde tenminste onder het mom van vrede en democratie. Dat ze toen werden beschuldigd van imperiale neigingen, in het voetspoor van het Romeinse Rijk, was misschien overdreven. Maar de combinatie van letterlijk macht over het internet, zowel de servers staan daar, de protocollen worden door hen beheert, als de meeste grote bedrijven en wat erop staat (via bijvoorbeeld de NSA), de macht over voedsel via bijvoorbeeld Monsanto, macht over het geldverkeer via Goldman-Sachs, de normale militaire macht uitgebreid met computergestuurde drones EN de doelstelling Amerikaanse belangen zelfs ten koste van de partners te verdedigen, zie het verhaaltje Snowden, maakt dat we kunnen spreken van wat Imperium kan worden genoemd. O, en ze vinden zichzelf nog steeds het uitverkoren volk, beter dan de rest, met een messianistische overtuiging.

Waarschijnlijk ga ik in tegen de observaties en overdenkingen van een hoop mensen. De strijd die nu zo vol vuur tussen Democraten en Republikeinen wordt gevoerd gaat niet alleen over de toekomst van de VS zelf, maar ook over welke partij de teugels in handen mag nemen als het gaat om globale dominantie, om de nog uit te roepen Pax Americana.

Maar, als goede bondgenoten hebben we natuurlijk niets te vrezen. Niet alleen zijn we al oude handelspartners, we hebben ook niets te verbergen, dus wat ze spioneren moeten ze zelf weten. Bovendien zal er geen reden zijn voor de VS om drones te sturen, want we hebben niks wat ze zouden willen. Geen fossiele brandstoffen in ieder geval. We passen onze moraal al aan door ook geheel Politiek Correct te willen zijn. We zijn vaak nog beter op de hoogte van en meer betrokken bij wat er daar politiek gebeurt dan hier. Onze seminars en workshops worden steeds vaker door Amerikanen gegeven. Je telt in de wetenschap niet meer mee als je niet in het Engels schrijft, dus stukken over de Nederlandse taal vervallen sowieso. Onze kinderen groeien tweetalig op door de alomvattende popcultuur en het nieuw ingevoerde universiteitssysteem. Bachelor en masters, het is alsof we ons klaarmaken voor de nieuwe wereldheerschappij. Dat de toenemende economische ongelijkheid in de VS ook ons voorland is, door privatiseringen en het terugtrekken van de regering (typisch Amerikaanse ideologieën), nemen we voor lief. We spreken ons beste Engels tegen Amerikanen hier woonachtig, zonder dat we doorhebben hoezeer we nog steeds tekortschieten in hun meewarige blik. Alsof we de gewaardeerde, maar een beetje gekke opa zijn, met onze oubollige gedachten over traditie, menslievendheid en behoefte aan warmte.

Wacht eens even… Als de VS alleen nog maar actie onderneemt als hun belangen in gevaar komen en als dat voornamelijk economische belangen zijn, waarom zouden ze ons dan beschermen tegen bijvoorbeeld Rusland? Daar hebben ze niks tegen Zwarte Pieten, maar homofilie ligt er niet zo lekker. Nederland, Bescheidenland. Misschien hadden we ons toch beter op Duitsland kunnen richten.

Still van de videoclip van Rammstein - Amerika


vrijdag 11 oktober 2013

Zwarte Piet of niet - twee

Peinzend en malende blijkt dit onderwerp me niet los te laten. Blijkbaar ben ik gewoon nog teveel kind om een kinderfeest zomaar aan de kaken van de volwassenen over te laten.

Noem het een legende, een sage, een folklore, een sprookje of een verzinsel, de mythe van Sint en Piet, de enige echte mythe die ons land eigen is, staat andermaal onder druk. Oké, er zijn nog enkele andere mythen. Het koningshuis, dat vrouwen-beter-zijn-dan-mannen-of-andersom, dat Limburgers corrupt zijn en Friezen geen emoties kennen. Niet bepaald mooi, zulke gedachten, zeggen we dan. O, en dat de-politiek-alles-wel-zal-oplossen en dat kwaliteit-zichzelf-bewijst en minder-is-meer of dat Nederlanders-zo-tolerant-zijn bijvoorbeeld. Wat ik hier probeer te zeggen: een mythe is geen wetenschap. Het speelt zich in een ander deel van onze wereld af dan Het Bewijsbare.

In mijn wereldbeeld lopen deze twee domeinen naast elkaar: de wetenschap en de geest. Ze sluiten zo nu en dan op elkaar aan, maar de ene heeft zijn regels net als de andere. In De Wetenschap wordt er bewijs gevraagd. Liefst hard bewijs dat door meerdere wetenschappers kan worden gecontroleerd. In De Geest gaat het om argumenten, manipulaties, overtuigingen, gevoelens. Die geest is een samenhang van wat Wij Menschen aan overtuigingen etc hebben. Ik noem dit, misschien wat gemakzuchtig, de spirituele samenhang. Niet zweverig of Hemelsch, maar concreet, wat er in onze kop gebeurd, maar dan collectief. De mythe werkt als een symbool, een focuspunt van dit collectief en is zodoende onafhankelijk van individueel ingrijpen of wetenschappelijke bewijzen.

Dus, of Zwarte Piet een racistisch stereotype is ligt niet geheel aan de feiten (hoe hij bijvoorbeeld is ontstaan), maar aan welke plaats dit verzonnen karakter in onze Geest heeft gekregen.

Wat in een oogopslag blijkt is dat het is bedacht door een grotendeels homogeen volk voor de opvoeding van de kinderen. De beleveniswereld is dan ook helder en duidelijk in zwart-wit gegoten. Net als Tolkien of George Lucas hebben gedaan. Ze zagen er geen probleem in de negatieve kracht toe te wijzen aan het zwarte figuur. Dit grijpt terug op eerdere kleuropvattingen, waarin zwart als negatief werd ervaren. Al mag worden opgemerkt dat binnen de Calvinistische traditie zwarte kleding juist van een zeer godsvruchtig leven getuigde. Daarvoor hoef je alleen maar de Rembrandts portretten te zien van ernstige regenten en handelaars. Ook nu is zwarte kleding chic en gedistingeerd. Dat een bij uitstek katholieke heilige als Nicolaas in ons land de rol van kindervriend kreeg mag op zijn minst frappant worden genoemd.

Zoals gezegd, laat de feiten niet in de weg lopen van iets waar geen rationaliteit achter zit.

Voelen gekleurde mensen zich in deze maatschappij vaak gediscrimineerd, goedmoedig of niet? Ja. Worden ze dat ook? Zo nu en dan. Hebben veel blanke mensen in Nederland het gevoel dat de cultuur waarin ze zijn opgegroeid steeds minder belangrijk wordt en dat de hernieuwde aanval op Zwarte Piet direct aan hun tradities komt? Blijkbaar. Is Zwarte Piet een racistisch motief? Misschien, ooit niet, misschien daarna wel, niet in mijn jeugd, misschien zeker tijdens deze discussie die soms zeer onzalige vormen op Twitter en in meme’s aanneemt. Maar is het zo gek dat als mensen in onze maatschappij worden gediscrimineerd Zwarte Piet bij uitstek de vlag is om op te schieten? Alle venijn die de gekleurde Nederlander over zich heen krijgt wordt dan gevat in de knecht van Sinterklaas. Een aantal van hen is het zat om altijd de zwartepiet te krijgen. Kijk, dat is gewoon een werkwoord voor pech hebben en vals beschuldigd worden. Word zet er geen rood lijntje onder.

Gooi dat zwart van de Piet dan weg, zeggen er een aantal. Je kan hem ook in een ander kleurtje sauzen. Multicolor Piet is net zo goed. Maar als het zwart van Piet verdwijnt, hoe lang nog voor de Sint gaat? De twee kunnen niet zonder elkaar. Ze zijn beide net zo irrationeel. Niks is zo destructief voor een mythe als deze te nadrukkelijk onder de loep te houden.

En denk eens aan de dromen en verbeelding van het kind. Wij groeiden op met geloof en vertrouwen in het bovennatuurlijke. De lucide kinderen onder ons voelden wel nattigheid, maar als je zoals ik was, dan was er niks anders dan verwondering, elke december, elke pakjesavond weer. Wij kinderen geloofden in een man die honderd procent betrouwbaar was en hij had een knecht die snaaks en brutaal was, als een kind. Het was de grens naar de echte wereld die werd overschreden zodra we dat geloof begonnen te verliezen. Misschien is dat voor mij ook het moment geweest dat ik nooit meer echt in iets kon geloven, nooit meer een ander echt op een voetstuk kon zetten. Het is een van de weinige overgangsrituelen die onze maatschappij nog rijk is. Ik heb ook nooit het zwart van de Piet doorgetrokken naar het zwart van mijn medemens. Voor sommige Nederlanders is het zelfs de laatste keer dat ze direct in contact stonden met hun verbeelding.

Piet en Sint vormen een onlosmakelijk geheel in het kinderhoofd: zwart en wit, yin en yang, koe en boer. Juist in deze tegenstelling vindt het kind onbewust een oplossing voor de maatschappelijke en innerlijke problemen waarmee ze wordt geconfronteerd. Het sterke symbool zorgt voor ontlading, voor een uitlaatklep van allerlei moeilijk te controleren gevoelens. Sint en Piet staan voor de irrationaliteit, voor dromen, nachtmerries en de verbeelding.

De vraag mag natuurlijk blijven of Piet zwart moet, of dat het ook zo nu en dan de Sint kan zijn. Als de kleur er echt zoveel toe doet, waarom niet jaarlijks inwisselen? Maar op het moment dat je al te opzichtig gaat knutselen aan dit soort mythen verwatert de kracht en daarmee de functionaliteit. Wat er overblijft is ruimte voor een nieuwe mythe, eentje die misschien is verschoond van racistische suggesties. Maar juist door negatieve connotaties uit een mythe weg te halen verliest het aan kracht. Je hoeft maar te kijken naar hoe de robuuste en diep tragische Griekse held is vervallen tot de nogal weke Amerikaanse superheld.

Dat is dus wat er nu gebeurd. De mythe wordt tegen het licht gehouden, mensen raken aan beide kanten van streek, alle smerigheid van voor- en tegenstanders schrikt iedereen af, nog nooit is Piet zo racistisch geweest als nu er in zijn naam zoveel racisme wordt getweet, er wordt nog even gemopperd en over een aantal jaren is alles anders en veranderd. Ik herken mijn jeugd niet meer in de dan huidige jeugd en merk dat ik oud begin te worden. Iemand heeft iets cools verzonnen dat de plaats van de ouderwetse Sint heeft ingenomen. Ja, het is spannend, maar zorgt niet voor dezelfde spanning. Het is misschien een leuk commercieel product waar een jonge ondernemer rijk aan wordt. Het kind is uit de mens. De wereld is rationeel en tot rijtjeshuizen met protserige tuintjes en lelijke naamplaatjes teruggebracht. Het kwaad is uitgebannen. Niemand voelt zich nog beledigd.

Zie de maan schijnt
illustratie M. Ozymantra

woensdag 9 oktober 2013

Zwarte Piet of niet


(Nu al?)

In mijn korte leven, bijna 43 jaar oud, is er al zo veel veranderd dat het soms een beetje doet duizelen. Ik kan me herinneren dat terroristen vliegtuigen alleen kaapten om naar Cuba te gaan en dat computers alleen in films voorkwamen. Wij hadden maar twee tv-zenders, Sonja Barend en Jos brink. Geitenwollensokken werden gewoon overdag gedragen. Geld verdienen was een beetje vies en iedereen kon Koot & de Bie citeren. Alle mensen op tv waren wit, behalve Zwarte Piet, maar die was eigenlijk ook wit. Iedereen kende die ene Marokkaan bij ons op de middelbare school bij naam. Hij heette Mohammed, dus wat dat betreft is er niet veel veranderd. Tromgeroffel, tzjikka boem! Dat soort grapjes maak je toch niet? Niet meer. We hadden de Euro toen nog niet.

Hoe heet het als de lichten aanstaan op de vuilnisbelt? Koopavond voor de Turken. Dat soort grappen werd er in de jaren tachtig verteld. Ik schaam me ervoor dat ik het zo opschrijf. Ik had het niet eens door, toen, toen die grap werd verteld. Daar was ik te jong voor en ook wat naïef. Mijn neef snapte het misschien beter. Mijn ouders vast en zeker. Ja, die andere mensen, met die andere cultuur en dat kleurtje waren een beetje vreemd. Niet onze buren uit Indonesië, hoor. Misschien maakten anderen van hen een probleem, maar voor mij waren het gewoon de buren, alleen onnoemelijk exotisch en spannend. Stiekem een beetje beter dan die bleke klasgenootjes waar ik er geen meer van kan herinneren. Ik was vier of vijf. Als je in de jaren negentig een berichtje las over klotejochies die een oudje beroofden schoot de gedachte nog wel eens naar binnen dat het Marokkaantjes waren, maar de etniciteit werd nooit benoemd. Mocht dat niet? Werd daar niet op gelet? Het zou niet van belang moeten zijn. Iedereen gelijk in de delta achter de dijken. Ik moet waarschijnlijk klotejochies nu ook met een tussen-N schrijven. Op een dag werden Negerzoenen Zoenen en toen was de wereld anders.

Als welopgevoede jongeman schik ik mij tot op zekere hoogte met plezier naar de Politiek Correcte meetlat die er sinds de jaren ? over ons volk wordt neergelegd. Als instrument om diepgeworteld racisme in de Verenigde Staten aan te pakken werkte het aardig. Niet dat de rednecks opeens minder vooroordelen hebben, maar ze praten er tenminste niet meer zo gloedvol over. In Nederland moet dat ook werken, heeft iemand eens gedacht. En, ja, mensen discrimineren is niet aardig. Denken dat ze anders en vies zijn omdat ze een andere kleur of culturele achtergrond hebben is, lijkt mij, ieder zijn recht. “Ik ben een God in 't diepst van mijn gedachten.” Maar het uitspreken en de ander daarmee beledigen hoeft echt niet. Daar ligt de kern voor mij. Probeer wellevend jegens de ander te zijn. Natuurlijk verwerd het Politiek Correct denken in Nederland tot een soort tirannie, met gezichtsbepalende lui als de gedachtepolitie. Orwell had er van gesmuld, als het niet zo triest was. Op een dag kon je niet eens meer zeggen wat je dacht, want dat mocht je om te beginnen niet denken.

Was het werkelijk zo vreemd dat er een politicus begon te morren en zei wat ie dacht en deed wat ie zei? Is het werkelijk zo vreemd dat er mensen zijn die er andere gedachten op nahouden, misschien niet direct racistisch, misschien niet zo genuanceerd, liever nogal ongezouten, met scherpe kantjes en al, gedachten die niet door een filter van verstandige overwegingen zijn gedrupt, maar die eerder uit de eh buik komen geperst? Is het zo gek dat er mensen zijn die hun gevoel voor identiteit eerder uit de culturele verbanden van de natiestaat halen? Mensen die er niet om malen dat er geen “nationale cultuur” zou zijn volgens de heren wetenschappers. Natuurlijk zien zij zich over het algemeen niet als racisten. Is het Sinterklaasfeest, inclusief Zwarte Piet, niet juist dat feest voor hen om zich met elkaar te identificeren, om zich één met elkaar te voelen in een wereld die snel als een wervelstorm van vorm verandert en die bovendien soms ook bijzonder angstaanjagend is? Zoiets als het Koningshuis en Koninginnedag ook doet. We gaan toch ook niet Van Vollenhoven verbieden omdat dat beledigend is voor zwakzinnigen? Auw! Nee, schrijf dat toch niet op!

Ik laat het even staan. Al die beledigingen en foute grappen. Zwart op wit. Het is niet mijn stijl. Manno a manno a vrouwo ben ik zo nu en dan vreselijk ongenuanceerd, maar dat zijn vrienden en dat zijn woorden in de lucht die verdwijnen om nooit meer te worden gehoord. Mijn vrienden zouden me toch moeten kennen en weten dat het bravado is, braggadoccio, grollen en grotesken. Het een beetje op zijn kant zetten van de verwachtingen. Soms zoek ik de grenzen van het betamelijke op. Ik ben in veel oordelen een mild mens en alle mensen zijn mijn familie, zelfs de klootzakken zo nu en dan. Aan het papier (of beeldscherm) laat ik liever woorden achter die iedereen van verschillend geslacht en culturele achtergrond kan verdragen. Woorden die misschien iets toevoegen. Spot is daar soms zeer praktisch voor.

Zwarte Piet, is dat een cultureel racistisch stereotype? Het lijkt er wel op, maar het ligt er met zulke typeringen toch echt aan wie zich aangesproken voelt. Voor onze zwarte Nederlanders kan het best discriminerend aanvoelen, maar toen ik kind was, was Piet de handige jongen en Sint de goedzak. Zonder Piet kon hij niks. Ik zag niet eens een zwart persoon, maar een geschminkte bakra. Als je tegen blanke Nederlanders zegt dat hun Zwarte Piet een racistisch stereotype is, dan voelen ze zich misschien aangevallen. Omdat ze te horen krijgen dat ze als kind en later als volwassene racistisch zouden zijn geweest omdat ze genoten van het Sinterklaasfeest.

Het lijkt mij niet gek als de Piet op den duur van culturele identiteit verandert. Misschien een Aziatische, een Kaukasische en een Franse Piet. Een indianenPiet en een MarsmannenPiet, noem maar op. Kenneth Herdigein als Sinterklaas, waarom niet. Op den duur. Als het weer wat rustiger is in de wereld. Als we er niet ook weer een andere groep mensen mee kwetsen door hun volksfeest te verstoren. Weer de linkse intellectuelen die ons plezier afpakken, hoor ik ze roepen. Net als de gulden.

O, ja, waarom hebben we het hier over, twee maanden voor Sinterklaas? Het ligt blijkbaar bij beide kanten gevoelig. Dit onderwerp gaat over identiteit. De ene voelt zich daarin beledigd, de andere voelt zich daarin bedreigd. Daar wilde ik iets over schrijven.

illustratie M. Ozymantra

vrijdag 4 oktober 2013

Cultuurman!


Laat ik mij voorstellen. Ik werk al een tijdje voor de gemeenschap en ben een groot liefhebber van alles dat cultuur is. Je zou mij met enige fantasie de Superman van cultuur kunnen noemen. Echt, niks anders dan cultuur is wat ik dagelijks absorbeer. Ik hoef alleen te wijzen op mijn Mickeymouse-wekker die op Radio 1 staat afgesteld. Soms zet ik daarna tijdens het tandeborstelen zelfs André Rieu op. Er is weinig betere muziek in de ochtend dan Strauss. Al kan een deuntje Iron Maiden ook helpen om vooruit te komen. Soms is mijn hoofd nog van hout dankzij die fles rood en dat glaasje scheepsbitter erna. Mijn vrouw en ik weten wel hoe we van de avond moeten genieten!

Zo nu en dan gaan we ook naar een museum, hoor. Laatst waren we bijvoorbeeld in het Zuiderzeemuseum en vorige week hebben we een musicaltje gepikt, “De stratemakers op zee-show”. Dat was nog eens goed ouderwets vermaak. Daar gaan we voor. Die mensen kunnen echt zingen, weet je. Ik houd van goede dingen. Muzikanten die goed gitaar spelen. Schilders die weten hoe ze huid moeten schilderen. Acteurs die me aan het huilen kunnen brengen. Echt, ik kan dan best wel een traantje wegpikken bij Ciske de musical. Wat is dat toch intriest, hoe kinderen vroeger aan hun lot werden overgelaten. Vreselijk! Dat gun je toch niemand? En wat ook intriest is zijn die klodderaars, die herriemakers, dat soort lui. Of acteurs in theater die de hele tijd goddomme roepen. Niet dat ik iets tegen vloeken heb, maar het is niet nodig. Beschaving is wel nodig.


Ik en mijn vrouw gaan in ieder geval eenmaal per maand naar een tentoonstelling, film of toneelstuk. Het is mijn lust en leven. Alle bekende stukken van dit jaar heb ik gezien. Alle box-office krakers heb ik gezien, soms ook een arthousefilm, maar dan alleen de bekende. Je kan tenslotte niet alles zien. Ik ga ook regelmatig op een festival kijken. Ik zou daar niet zonder kunnen. Elk jaar wel eentje. De laatste was zelfs Pinkpop. Ha, we waren de jongste inderdaad, maar dat mag de pret niet drukken. Meestal gaan we naar Crossing Border of zoiets. Meestal is het daar gezellig. Dat is toch het belangrijkste, dat het gezellig is. We waren laatst op een literair festivalletje in de buurt en we zaten op die oncomfortabele stoelen de hele tijd te luisteren naar de een of andere onbekende dichter die zo vreselijk serieus was en er was eigenlijk nauwelijks kans om met wie dan ook te praten en ik zag mensen ongemakkelijk kijken, zo van, is het nou gebeurd, kunnen we dan even opstaan, de benen strekken, een biertje halen, wat bijkletsen, maar die gast, ja, het was ook nog eens een man, nou ja, jongen, die bleef maar doorzagen over het een of ander, iets maatschappelijks waar mijn hoofd pijn van deed, van dat denken waar een mens toch helemaal geen zin in heeft, en niemand durfde op te staan, iedereen verveelde zich, maar niemand durfde op te staan, want als er één zou opstaan zou iedereen volgen, dus deed ik dat uiteindelijk, nam het voortouw en de hele zaal was in één keer leeg. Beetje lullig, maar goed, dan had hij maar niet zo serieus moeten zijn.

Cultuurman
illustratie M. Ozymantra

vrijdag 27 september 2013

Nostalgieporno



Even een makkelijke definitie? Het gaat hier niet over porno met mannen, vrouwen, dieren, brandweerladders of iets anders dat met seks te maken heeft. Al zal een tocht op internet je feilloos naar sekssites brengen waar het gaat om die jarenvijftigkwaliteitsjarretellen-en-pushupbh’s, of dat mooie Parijs van de jaren twintig en hun dames van lichte zeden. Nee, dit gaat over literatuur en in het verlengde daarvan het opgeilende verlangen in een betere vroegere tijd te leven. Zullen we maar zeggen: de allesoverheersende verheerlijking van de Gouwe Ouwe Tijd?

Directe aanleiding vormt de poster voor een boek van Lieneke Dijkzeul, Achterstallig Geluk, met als wervende tekstje “Ontroerende roman over een breekbare jeugd in de jaren vijftig”. Het viel me plotseling op dat de ontwerpers en uitgevers blijkbaar een markt zien voor dat soort sentimenten. Zoals u misschien weet zijn boeken in Nederland nou eenmaal niet goedkoop vanwege de vaste boekenprijs, dus elk boek dat wordt gepubliceerd vereist een ware investering in geld en tijd door de lezer. Vervolgens herinnerde ik mij natuurlijk het enorme succes dat zowel Franca Treur, met Dorsvloer Vol Confetti, en Jan Siebelink, met Knielend Op Een Bed Van Violen, hadden. Zou er hier sprake zijn van een nieuwe stroming binnen literatuurland of ben ik een algemene culturele tendens op het spoor? Hebben heden en toekomst in de ogen van deze lezers afgedaan?

Nou weet ik wel dat Treur en Siebelink niet te vergelijken zijn met mevrouw Dijkzeul. Zij zijn ook eerder voorbeelden van wat je Nieuwe Religieuzen kan noemen: schrijvers die respectvol afstand doen van de georganiseerde religie, integendeel tot hoe Hermans en ’t Hart hiermee omgingen. Hun insteek is dat geloven op zich niet fout is, maar dat de vorm waarin schade kan toebrengen. Er spreekt een zekere mate van verering uit. Ook is het zo dat Treur een recente tijd beschrijft waarin een kleine groep mensen vast heeft gehouden aan een archaïsche opvatting van het geloof. Niettemin lijken alle drie de schrijvers genoeg aanknopingspunten te bieden aan de lezer om zich te verlustigen in het betere van vroeger, bij voorkeur van de Jaren Vijftig.

Heel kek gevonden, toch, dat Nostalgieporno? Het voelt wel goed om labels te geven, om wat ongeorganiseerd is vorm te geven. Dat is tenslotte een typisch menselijke eigenschap geboren op de jachtvelden van onze prehistorische voorouders. Om te overleven moest je roofdieren van prooidieren leren onderscheiden. In de moderne maatschappij lijkt het zeker net zo belangrijk, al was het maar om zin van onzin te onderscheiden. Het mooie van labels is dat we hele stapels boeken en aanhangende schrijvers opzij kunnen zetten en niet meer hoeven te lezen. Dat scheelt tijd. Met een label vertellen we ook wat we leuk en niet leuk vinden, waar we denken goed in te zijn en in wat niet.

Het is natuurlijk aan iedereen om de labels te negeren. Mocht u geilen op beschrijvingen van de huiselijke Jaren Vijftig zal mevrouw Dijkzeul (whatsinaname) u mogelijk bekoren. Volgens het aanplakbiljet van de uitgeverij is dit tenslotte het geval. Ik weet echter niet wat er in het boek staat, want hun labeltje plaatst het automatisch buiten mijn interessegebied. Ik zwijmel liever in bijvoorbeeld de Klassieken dan in de Jaren Vijftig. Ieder zijn smaak. Uiteindelijk leer ik graag van mijn literatuur en voor het onbezoldigde vermaak heb ik tv-series zoals SHIELD. Voor mij is literatuur niet een soort van snoepje dat beantwoordt aan de smaak van iedere lezer.


Nostalgieporno
Illustratie M. Ozymantra

vrijdag 20 september 2013

De sanering (gedicht)


Dertig zilverlingen was het niet
Laten we duidelijk zijn, verraad
Vraagt een hogere prijs, zelfs met hem
En hij die lustte, hij die duivel
Dat lange haar aan de kapstok, droog ons niet
Hij wilde meer en kreeg alles
Tweede in rij, beter berucht dan onbekend

Zo klonken de woorden, zo werd die kus
En het moment dat alles duidelijk scheen
Onbemind, waar woorden voorheen
Onbemind, waar troost en trouw
Onbemind, na zoveel jaren trouw
Een hond sla je ook niet zomaar
Kunst, de oude K, het ding aan de wand.

Een koud gebouw, van geschiedenis ontdaan
Klaar voor de grote schoonmaak
Klaar om te worden geofferd
Maar eerst moet jij gaan, O trouwe hond
Eerst moet jij wijken, weg ermee
Je haar is nat, het tapijt stinkt, de banier eruit
Je poep ligt overal je pis kuist de toren niet meer

Maar die woorden niet gesproken, die kus
Onthouden, dat geld niet uitgegeven, het grote
Ontkennen dat er iets is geweest, iets van jij
Iets van mij, iets van iedereen, sloot van plezier
Dat is niet om in te zwemmen, dat is niet
En dat is niet om aan te laven, dat is niet
Dat samenzijn is niet, dat is niet, dat is niet



olieverf op doek
90 x 110 cm
2011
M. Ozymantra

Desinteresse


Ik weet het niet zo goed meer. Ik zit voor de televisie en raak steeds meer van streek van mijn desinteresse. Er komt een oorlog, er komt geen oorlog. De regering bezuinigt, want… Want ik weet het niet, ik volg het niet. Rutte, die glimworm van een Rutte, ik snap die man niet… Kan het hem dan ook niks schelen? En die andere, die Dijselbloem en dan die vrouwen, ik hou ze niet meer uit elkaar. Ze vragen zoveel aandacht, de hele tijd. We rennen maar, denk ik dan, en als ik voor de televisie zit komen er van die koppen langs die ook weer dingen vragen. Bekende Nederlanders voor een goed doel. Mensen die ik zou moeten kennen, maar ik ken ze helemaal niet. Ze doen een kunstje, dat kan ik zien en het is best vermakelijk. Als een zak chips van middelmatige kwaliteit. Daar kan ik ook best van genieten. En van cola, van de supermarkt, niet hét merk. Ik zie geen merken meer op de televisie.

Dan blijkt er ook van alles in het buitenland te gebeuren. Die oorlog waar kinderen dood worden gemaakt en waar wij ons mee moeten bemoeien. Iedereen zegt dat: bemoei je er toch mee! Soms gooi ik een chipje naar de televisie bij wijze van commentaar, maar daar heb ik dan al snel spijt van. Zoveel chips zitten er ook niet in een zak, ook niet in die van de middelmatige kwaliteit. Is het u wel eens opgevallen dat de chips in een zak van middelmatige kwaliteit allemaal gebroken zijn? Niet geheel aan gruzelementen, maar gewoon in stukjes. Ik vraag me wel eens af of dat de reden is dat ik ze minder lekker vind. Er kan toch niet zo verschrikkelijk veel verschil zijn tussen al die chips? Behalve die hele dure dan, Kettle en zo. Maar die koop ik nooit. Dat is onzin.

Morgen moet ik weer werken. De avonden worden er niet korter op. Het zonlicht is zo schaars als goede aandelen. Morgenvroeg sta ik weer fris op, koffie aan de lip, scheerapparaat aan de keel. Morgen geef ik mijn vrouw een kus als zij naar haar werk gaat, onderweg de kinderen bij haar ouders afleverend. Morgen begint de dag gewoon weer als altijd, met dezelfde grappen op werk, hetzelfde geneuzel en geklaag, hetzelfde broodje kroket en melk, nou ja, niet precies hetzelfde natuurlijk. Morgen begint altijd al als ik thuis kom van werk, mijn schoenen uit schop, de computer aanzet, de televisie, de radio, een gezellig praatje met mijn vrouw, een flesje bier, een zak chips voor op de bank. Dat is wanneer morgen alweer onderweg is. Het knaagt soms wel eens aan me dat ik zo weinig geïnteresseerd ben in de wereld buiten mijn leven. Dat wel.


vrijdag 13 september 2013

Drie vrouwen


Laat ik het eens hebben over drie belangrijke vrouwen in mijn leven: Lois Lane, Ally McBeal en Carrie Bradshaw. Inderdaad, drie fictionele vrouwen die in mijn eh nou ja puberteit nogal aanwezig waren. Aangezien de series elkaar met maar kleine overlappingen opvolgen, kan aan de hand van deze drie vrij goed een ontwikkeling worden geobserveerd.

Lois Lane, gespeeld door Teri Hatcher (van latere Desperate Housewives roem), is de journalist als carrièrevrouw die geen relatie kan doen lukken omdat ze de hele tijd met haar werk bezig is. Haar egoïstische ouders helpen ook niet erg. Het is de aanwezigheid van Clark Kent (fantastisch vormgegeven door een verder zelden interessante Dean Cain) die haar de soort van grenzeloze liefde geeft waardoor zij zich emotioneel open durft te stellen. Ze komt er langzaam achter bepaalde ‘vrouwendingen’ toch echt leuk te vinden. Ook is ze niet meer bang kwetsbaar te zijn als hij dat is. Dankzij de raad van Clarks ouders, die als een soort alomtegenwoordige raadgevers optreden, krijgt de relatie een kans van slagen.

Ally McBeal, gespeeld door Calista Flockhart, is de moderne carrièrevrouw voor wie relaties een soort van sagen &; mythen vormen. Haar leven draait om het advocatenkantoor en haar beleveniswereld is zo onstuimig als die van een veertienjarige puber. Ze kan nooit afstand doen van Billy, haar jeugdvriendje, die ondertussen met een ander is getrouwd. Beide zijn dan ook nog haar collega. Het kantoor is haar familie, bevolkt door ontheemde eigenheimers. Gemankeerd als ze zijn vormen ze een underground aan de top van de voedselketen.

Carrie Bradshaw, gespeeld door Sarah Jessica Parker (rond de tijd dat de serie begon niet eens een geheel onfortuinlijke actrice), is schrijfster van een succesvolle column. Die levert blijkbaar genoeg geld op om een prijzig appartement in New York te betalen, dure schoenen en cocktails te kopen. Toch vindt ze genoeg redenen om zo nu en dan te klagen over dat ze arm is. Haar vriendenkring bestaat eigenlijk alleen uit vrouwen of homo’s. De mannen waar zij of haar vriendinnen een relatie mee hebben, maken eigenlijk nooit echt een deel uit van haar leven. Ze lijken uit een ander universum. Die ene vreselijk aantrekkelijke miljonair die ze graag wil gaat gewoon zijn gang en dwingt haar telkens uit te wijken naar makkelijker beschikbare geliefden.

Van de drie series pretendeert de laatste, Sex and the city, de meest realistisch te zijn. Lois & Clark, The new adventures of Superman zijn natuurlijk geheel fictie, gemaakt volgens een tot de finesse doordacht concept, maar springlevend doordat de hele cast en specifiek Lois en Clark perfect worden verbeeld. Ally McBeal, die haar eigen naam aan de serie geeft, leeft in een ivoren toren waarin alles een symbool of metafoor is geworden. Rechtszaken functioneren alleen nog maar om haar kijk op La condition humaine uit te leggen. Net als dat Carries columns alleen maar aanleiding vormen om te praten over de manvrouw-verhouding.

Als ik alleen afga op de drukte die eromheen is ontstaan durf ik te beweren dat Sex and the city de meeste invloed heeft gehad op zijn vrouwelijke kijkers. Al snel ontstonden vergelijkbare exclusieve vrouwengroepjes waar met genoegen over liefde en zo kon worden gepraat, alsook heerlijk kon worden gezopen en uitgegaan.

Wat voor mij in de drie series heel duidelijk naar voren komt is de steeds verdere bevrijding van het vrouwbeeld van clichés. Om deze te vervangen voor een nieuw stel, dat wel, maar daar niet direct over geklaagd. Wat ook naar voren komt is de mate waarin de man zich steeds verder terugtrekt als factoor van waarde. Superman neemt gracieus plaats naast Lois en laat haar evenveel ruimte, die ze graag pakt. Je kan zien dat de serie is gericht op een gemengd publiek, waarvan de fans oorspronkelijk contactschuwe jongens waren. Het is een beetje alsof ze die jongens proberen op te voeden over wat een vrouw echt is. In Ally McBeal zijn de mannen wel gelijkwaardig, maar aangezien we vooral in haar (fantasie)wereld zitten krijgen ze nooit echt een kans. Een relatie is toch al onmogelijk omdat geen man haar jeugdliefde kan vervangen. Zelfs als deze verandert in een macho klootzak en dood gaat blijft ze naar hem verlangen. Noch Robert Downey Jr. of John Bonjovi is voldoende voor haar. Je ziet hetzelfde bij Sex and the city. Geen man is goed genoeg behalve de ideale, Mr. Big, maar die houdt er dezelfde soort eisen op na. Waar bij Ally de mannen nog graag achter haar aanlopen, schrikken ze bij Carrie weg. Je gaat al snel denken dat zelfs als Superman in Sex and the city een gastrol zou hebben hij niet voldoende is voor hun overprikkelde verbeelding.


donderdag 5 september 2013

Transilvane (gedicht)


Het is soms alsof de hoofden van oorlogshaters
In vuur staan bij de gedachte aan strijd
Hun argumenten dat oorlog niet te voorkomen is
Klinkt als angst die waarheid moet worden
Klinkt zelfs nog meer alsof ze oorlog hebben willen
Een volgende zet op het schaakbord logica
Niet tegen te spreken logica, slachting

Moet er geslacht worden, film in de lucht
Het onvermijdelijke geprojecteerd op wolken
Beeld voor beeld zegt dat wat, dat er soldaten
Die er gestuurd moeten worden, van deze planeet
Waar elke stap moet worden gevolgd, volgende
‘Natuurlijk moet hij nu soldaten sturen,
hij heeft geen andere keuze dan jonge harten

offeren aan Mars, hij moet wel stappen
met soldatenlaarzen, Caligula’s laatste kans
het gezicht te redden, bewoners van Transilvane
hoorns op het hoofd, zwaard in de hand
geen brug te ver.’ Het is de enige film
Die ze kennen, eeuwig een Dirty dozen in kwadraat
Klinkt er in hun woorden: vrede niet hun ding

En niemand die een andere spoel inlegt
Eentje waar het woord oorlog alleen patat begeleidt
En logica ook andere paden bewandelt, marskramer
Van diffuse vrede, geboren betogen, straf achteraf
Het wachten tot de strijders moe in elkaar in armen
Woorden laten kruipen waar rede heerst
Woorden laten dansen als giraffes op de savanne

Transilvane

illustratie M. Ozymantra
(naar een idee van Jack Kirby)

vrijdag 30 augustus 2013

Gezelligheid kent geen tijd


‘Man, man, was dat een feestje zeg. Zoals vanouds! Barbecuetje, stapeltje vlees en kip, mais voor de vega’s, je kent het wel. Tomaatje hier, salaatje daar, sausje overal en wat een lol. Gezellig joh!
‘Iedereen was uitgenodigd, de hele buurt. Dat had van mij ook niet gehoeven. Daar was niet iedereen even blij mee. Dat rare meisje van verderop dat altijd zit te zeuren over privacy. Die Marokkaanse die denkt dat ze gediscrimineerd wordt. De Amerikaan die het altijd beter weet, godweetwaarom, die kunstenaar die altijd vragen stelt en bovendien lelijke kunst maakt. Ik bedoel, dan hebben we het gezellig hier, lopen zij hier ook rond.
‘En ik weet ook dat we lekker kunnen zeiken over van alles, natuurlijk. Waarom ook niet? Er is genoeg. Over Zomergasten, het Nederlands voetbal, de pensioensleeftijd, buitenlanders, die aardige Timmermans, het koningshuis, het zomerweer, wolven op de Veluwe, Samsom die scheidt, mensen die niet kunnen ophouden daarover te zeiken, mensen die daarover weer niet kunnen stoppen. Maar een beetje mopperen hoort er toch bij? Dat moet je vooral niet al te serieus nemen. Je moet vooral jezelf niet al te serieus nemen. Dat is toch niet gezellig?
‘Maar ja, voor je het weet begint zo’n zeikbig over iets en kan dan niet stoppen. Ik bedoel, goed, dus de Amerikanen spioneren ons, ze zijn toch bondgenoten? En die Opstelten, da’s toch een toffe man? Dickerdak of zo met die leuke bromstem van hem. Als hij alles van ons wilt weten moet dat toch kunnen? Het is niet alsof ik iets te verbergen heb. Het is niet alsof ze er misbruik van zullen maken.
‘En die Marokkaanse meid, wat een schat zeg en zo leuk dat ze geen hoofddoek draagt en zo anders is dan die anderen, maar hoezo discriminatie? Kom, dat doen we hier niet. Als ze klachten heeft kan ze dat toch gewoon zeggen? Nee, dat is om aandacht zeuren en daar hebben we een hekel aan. Ga toch je pannen poetsen!
‘En die Amerikaan dacht ons te vertellen hoe we de economie moeten regelen? Ja joh, alsof jullie het zo goed doen! Wij weten heus wel hoe we dat begrotingstekort moeten terugdringen. Ik bedoel, onze regering weet het. Het zijn wel tyfusleiers dat ze het verzorgingshuis nog duurder willen maken, alsof onze oma dat ken betalen, maar je gaat ons toch niet vertellen hoe het wel moet? Opzouten. Nog een biertje, zeg ik dan. Tsja.
‘Weet je wat het is? Als iemand zo begint dan wil je eigenlijk meteen weglopen. Maar er is een feestje, er is plezier. God ja, we hebben plezier, is dat zo erg? Dus vragen we hem, diekunstenaar bijvoorbeeld, waarom hij een tafelkleed met zo’n onprettige afbeelding maakt. Wil hij per se ons plezier bederven? Kan hij niet gewoon iets moois maken? Waarom altijd zo met die verf spetteren, waarom altijd die smerige kleuren? En dat vragen we dan met zijn allen, tot ie stotterend en sputterend mompelt “ik wil helemaal niet jullie plezier bederven, maar soms moeten er vragen worden gesteld” en dan vragen we hem waarom die vragen “moeten worden gesteld”. Waarom moet dat? We vragen het net zo lang tot ie normaal doet. Maak gewoon mooie dingen, man!
‘Het enige dat we verder kennen doen is dat soort mensen negeren tot ze stoppen met ons ergeren. Het zijn prima lui, hoor, maar het wordt er zo niet vrolijker op. Bovendien gaan we straks nog naar een verjaardag en een festivalletje en morgen naar het strand. Wie heeft er nou tijd om over dat soort dingen na te denken? Wie heeft daar nou zin in? Dat is toch hartstikke ongezellig? Doe toch eens normaal!’


vrijdag 23 augustus 2013

De grote bankroof


De vraag is wie als eerste de hete aardappel in de verkiezingsstrijd gaat gooien. Banken. Dan bedoel ik niet die koeien onder de meubels, maar die constructen van afspraken die vroeger gebouwen waren waar inbrekers zo mooi kluizen konden opblazen. Grappig genoeg komt dat laatste cliché geheel en al uit de Verenigde Staten. Het land waar we de huidige ellende aan te danken hebben. Het doet bijna vermoeden dat één van die bankrovers het lumineuze idee heeft opgepikt om mét een bank in de bankensector in te breken. Je hebt er geen dynamiet voor nodig, het is daardoor een stuk veiliger en geruislozer, maar de klap is tot over de horizon te horen.

Wat is er mis met banken? Vroeger weinig. Ze wilden nog wel eens een huis opeigenen van een eenzame weduwe en haar in de kou zetten, maar in de negentiende eeuw waren veel bankdirecteuren juist grote filantropen. In het Victoriaanse Engeland geloofden ze heilig dat het hun plicht was voor de arme medemens te zorgen. Ze richtten daartoe wees-, armen- en opvangtehuizen op. Geld was niet belangrijker dan de verplichting aan God. In de VS was het toen ook al anders. Je had er de zogenaamde robber barons als John D.Rockefeller en J. P. Morgan. Juist, die laatste komt u met recht bekend voor.

Bij al die banken kon je in principe netjes je geld wegzetten en tegen een rente langzaam zien groeien. Misschien dat door de krach van 1929 het vertrouwen in banken tijdelijk was beschadigd, maar zodra de economie weer aantrok was alles oké. Banken bleven tenslotte doen waar ze voor waren bedoeld: geld bewaren en met voorzichtige investeren de waarde vermeerderen. Ze hadden niet voor niets die enorme kluizen waar bankrovers zo dol op waren.

Pas toen besloten werd dat banken ook met het geleende geld mochten avonturieren ging het fout. Rond die tijd werd ook besloten dat gewaagde financiële pakketjes mochten, zoals die ondoorzichtige hypotheekconstructies. Een spaarbank werd tegelijk ook een zakenbank. Ja, er werden enorme bedragen binnengehaald, maar ook werd toen al het vertrouwen in financiële instituties uitgehold.

Uiteindelijk draait het daar allemaal om: vertrouwen. Economie is weinig anders dan een vorm van psychologie. Eenmaal bedrogen is dat vertrouwen moeilijk terug te krijgen. De oplossing lijkt simpel. Deel banken weer op in zaken en sparen. Pak de grootverdieners zodat iedereen een gevoel van gelijkwaardigheid krijgt. Stel het spaargeld weer onvoorwaardelijk veilig. Verleg de focus van meer naar duurzaam.

Er zijn genoeg mensen die vragen waarom er niets aan wordt gedaan. Er zijn genoeg economen die er stukken over schrijven. Maar er zijn ook even zovele politici en andere beleidsmedewerkers die allerlei excuses aanhalen om het niet te doen. Na zo’n tijd met dezelfde excuses voor slecht gedrag te leven begint het me te dagen. Ook zij zijn afhankelijk van het grote geld voor hun positie. Of dat denken ze in ieder geval. Er is geen enkele reden waarom een bank niet zou worden opgespleten of een goedkopere bestuurder zou worden aangetrokken. Behalve dat veel politici op den duur commissaris bij zo’n bank worden. Kijk maar eens naar Wim Kok of Zalm.

Misschien zijn er zij die oprecht denken dat er niks kan veranderen omdat dit slecht voor de economie zou zijn. Maar als we kijken naar hoe het gaat met de economie lijkt die vooral goed te gaan voor degene die toch al rijk is. Er wordt bezuinigd op alles dat sociaal is, maar er wordt ook bezuinigd op onderzoek naar fraude bij bedrijven. Er wordt uit allerlei hoeken gewaarschuwd tegen een scherpe tweedeling in de maatschappij, maar degene die schreeuwen lijken vooral in het kamp te zitten dat er toch al weinig invloed op heeft. Degene die het al goed gaat verdedigen hun positie maar wat graag.

In een democratie zou er toch een partij moeten zijn die juist dit soort wantoestanden als uitgangspunt van beleid neemt? Tenslotte is het al een tijdje niet meer zo gek om een single-issuepartij op te richten. Kijk maar naar Wilders. Zou die zijn vingers eraan durven branden? Het zou hem veel extra kiezers opleveren, maar hij zit ook aan het infuus van het grote geld. Uit de VS. Is er dan iemand anders die het aandurft?


vrijdag 9 augustus 2013

Foetus Interruptus


De dag dat ik in contact kwam met zijn werk zal ik niet snel vergeten. Nou ja, de dag wel, maar het album niet, en de plek ook niet. Al twijfel ik een beetje. Was het tijdens mijn Leusdense Periode, toen ik vaak tussen dat plaatsje en Huizen heen en weer reisde omdat ik daar een groep van stripvrienden had leren kennen verbonden aan het tijdschrift Furore, of was het in de Hoorn Tijd, toen ik bij twee punkers in een huis in De Waal woonde? Iemand had het album Thaw, echt vinyl, van Foetus Interruptus. Iemand zorgde er voor dat mijn mond opensloeg.
            ‘Zal ik dit ook op een cassette zetten?’ Ik zag hem moeilijk kijken. Alsof ik er niet geschikt voor was. Of hij wel wist dat ik zou weigeren zijn meest luide lp te kopiëren. Maar dan kende hij me nog niet. En dat klopte. Zowel in Leusden als in Hoorn kenden ze me niet echt. Misschien omdat ik als puber mijzelf nog niet kende.


Foetus, 1988

Met zo’n naam zal je het goed doen als slasherfilm, of misschien horrorporno. Muziek maken en zo’n naam hebben maakt het je niet makkelijk. Je verwacht niet dat er veel mensen juichend naar de platenzaak rennen voor een album van Foetus Interruptus, Scraping Foetus Off the Wheel, Foetus Inc., etc. Allen namen in gebruik van James Thirlwell, ook al stond hij in de jaren tachtig vooral bekend als Clint Ruin.

Geheel alleen had ik de bak herrie in de vorm van Sonic Youth ontdekt en als het pas in Hoorn gebeurde had ik in Leusden veel om de oren gekregen dat menigeen zou doen gruwen, zoals Einstürzende Neubauten. Foetus was hoogstens een schepje er bovenop, zoals een zwemglijbaanminnaar ook alsmaar hoger wil. Ik kon dat album nauwelijks aan, hoorde het in die tijd één keer per jaar, als het niet minder was. Zo ging het ook met mijn eerste lsd-trip. Het was gewoon te heftig en ook al wist ik dat het hier ging om een juweel bedekt in stront, mijn hoofd kon het niet aan. Ik tapete er daarentegen nooit overheen.

Maar is het werkelijk zulke vreselijke muziek als ik hier doe voorkomen en waarom zou ik er naar luisteren, laat staan een stukje over schrijven? Ik ben niet echt het type om iets leuk te vinden alleen maar omdat het “hard” is of “klereherrie” noem maar op. Neem gerust aan dat deze muziek meer met me doet dan alleen shocken. Als ik er nu op terugkijk moet ik bij het eerste luisteren gedacht hebben: dit is de top, heftiger kan niet. Maar met top bedoel ik: artistiek hoogtepunt. Zoals abstracter dan Finngegans Wake niet kan, of witter dan Robert Ryman, of vierkanter dan Mondriaan. Zo kan je dan ook mijn fascinatie zien. James Thirlwell is een artiest, een kunstenaar. Hij poseert, hij doet stemmetjes, hij maakt muziek met andere dingen dan muziekinstrumenten. Zijn nummers zijn gruwelijk intens, zijn bedoelingen vaak hoogstaand, zijn uitvoering doet aan theater denken. Het gruwelijke theater van de Grieken of Alfred Jarry. Hij is een Antonin Artaud met moderne instrumenten en mogelijkheden. Hij speelt Dada en Duchamp, smijt ons theepotten en urinoirs om de oren alsof het carnaval is. Zijn klanken komen uit ons diepste binnen, waar bloed door aderen botst, hart massief slaat, stront de endeldarm door wordt geperst. Hij speelt de middeleeuwen, het concentratiekamp, de straat verlaten door hulpverleners. Otto Dix en George Grosz vormen zijn decor, William Burroughs en Comte de Lautréamont schrijven zijn teksten. Het werk van S. Clay Wilson en Robert Crumb maakt zijn hoezen. De hele verdomde twintigste eeuw klinkt er in door met voor mij als jongere de jaren tachtig van hebzuchtige yuppen, nihilistische krakers en vereerde seriemoordenaars. Maar waar hij vooral raakte was mijn puberale angst en wanhoop dat de wereld nooit meer goed zou komen, ten onder aan atoombom en paranoia.

Mr. Thirlwell tegenwoordig

Luister ik nog naar deze muziek, nu dat onheilspellende gevoel heeft plaatsgemaakt voor een veel stabieler hoofd en een mildere leefwijze? Zeker. Om te beginnen verlies ik nooit meer dat besef van toen, van de eindigheid, van het kwetsbare, het authentieke, de duisternis, maar ook blijft juist door zijn artistieke instelling Foetus mij aanspreken. Ik begrijp de pose beter, ik snap de klanken. Hij is als die oudere broer die de wereld in is getrokken en zo nu en dan langs komt om zijn verhalen te vertellen. Juist omdat ik het contact met toen nooit echt ben kwijtgeraakt blijft hij me verbazen. Ik kijk bewonderend naar hem op, omdat hij het allemaal heeft gedaan, veel meer dan ik ooit durfde en omdat hij me met overtuiging vertelt over die gekheid. Eens in de zoveel tijd komt hij binnen, slaat op muren, klapt met botten, schopt op schedels en begint met veel aplomb zijn verhaal. Een acteur die zijn podium mist. Achteraf voelt het alsof iemand de webben van alledaagsheid uit mijn kop heeft geblazen.

En ja, hij schijnt nog steeds als Foetus op te treden. Ook al doet hij tegenwoordig bijvoorbeeld de muziek van tekenfilms.



Het meest toegankelijke nummer van genoemde LP Thaw, Prayer for my death.

links:

vrijdag 2 augustus 2013

Over evolutie en leuke kattenplaatjes


Als je zelden of nooit op Facebook komt, en dat is zeker nog mogelijk, zal het je wel ontgaan dat de wereld wordt geregeerd door aandoenlijke katten, nog het meest door kittens, de jonge versie. Het liefst worden onze stoeipoezen in menselijke situaties gefotografeerd met een tekst die veelzeggend is doch waarschijnlijk geen betrekking heeft op het beestje zelf. Fameus tot op een maand geleden was de chagrijnige Siamees die zo natuurlijk verdoemenis over de rest van de wereld uitriep. Een prachtig plaatje om bepaalde hardnekkige irritaties naar voren te brengen.

Onlangs dook het bericht op dat het in Australië zo heet is dat zelfs koala’s mensen benaderen om water. Er waren foto’s te zien van een koala die het been van een staande wielrenner omklemde en van een die een huis binnenging, water in een bak kreeg en daar blijkbaar zelf in ging zitten. Een ander filmpje doet een lichtje schijnen op de vrijwilligheid als zodanig, want toont een koala die op de grond onder een hek schuilt waar een racefiets tegenaan staat. De eigenaar weet met een bidon het diertje zover te krijgen dat deze de angst voor vreemden opzij zet en als aan een tiet gaat zuigen, terwijlde man zijn kans grijpt en het diertje aait. Iedereen die wel eens in een dierentuin is geweest weet hoe weinig wilde dieren ophebben met onze neiging alles maar te knuffelen dat er knuffelbaar uitziet.

En toen dacht ik, een gedachte kwam tot mij, dat katten ook ooit zo zijn begonnen. Er was een tijd, zeker vele duizenden jaren geleden, dat de voorouders van onze poezelige, maar eigenzinnige kameraad, iets bij onze voorouders ging zoeken en door kopjes te geven en leuk te spinnen steeds meer verkreeg. Ik neem aan dat de overdadige aanwezigheid van muizen in graanschuurtjes de katten aantrok, maar het werkelijke domesticeren kwam pas later. Misschien in ruil voor een flintstoneschoteltje melk. Vanaf toen was het gewoon evolutie. De leukste beestjes mochten blijven, de rest werd verdronken of verjaagd. Onze voorouders deden nog niet aan leuke poezenplaatjes. Aardig en lief zijn bleek een uitstekende overlevingsstrategie. Al komt dat gedrag bij dekat om andere redenen dan wij mensen graag denken. Misschien dat de koala’s nu ook hun eerste stapjes op dat pad hebben gezet.

Precies dit evolutionaire proces, waarin het liefste knuffeltje van de mens voordeeltjes krijgt, is wat veel dieren in de weg zit bij het overleven. Zoals het Wereld Natuur Fonds al enkele keren heeft opgemerkt is het erg moeilijk geld te krijgen voor een zeldzaam insect, maar niet voor een sneeuwluipaard. Hele diersoorten verdwijnen omdat wij ze niet schattig genoeg vinden. Niettemin zijn er volkeren, de Chinezen bijvoorbeeld, die schattigheid absoluut geen graadmeter vinden. Ze eten liever tijgertestikels voor de vruchtbaarheid dan dat ze knuffelen. Ook al houd ik erg van katten en honden, om andere redenen tweede in populariteit, gaat mijn liefde gek genoeg uit naar dieren die door andere mensen niet erg worden gewaardeerd: krokodillen, dinosaurussen en kraaien. Het zal toeval zijn dat die allemaal tot dezelfde familie horen, net als dat katten, honden en beren familie van elkaar zijn.

Kijk, daar lees je zo'n rubriek toch voor, voor die blik?

vrijdag 26 juli 2013

Ramadan in de stad

Ik ben bezig met een schilderij over het Belgische Heizeldrama. Supporters van Liverpool en Juventus sloegen elkaar zozeer de harses in dat er dankzij de paniek zo'n 40 doden en 100 gewonden achterbleven . Dat was in 1985, Het wordt een vrolijk schilderij, naar een afbeelding van de jeugdwedstrijd die eraan vooraf ging. Een onderwerp zoals dit wil ik niet al te ernstig doen. Het is al vreselijk genoeg.

Dat geldt ook voor het onderwerp van Down and out in London and Paris, van George Orwell. Dat soort armoe voelt bijna nostalgisch aan. Terwijl ik het lees raakt het me nauwelijks. In onze wereld heeft armoe een zo ander gezicht gekregen. Sinds die tijd, voor de oorlog, is er wel degelijk veel verbeterd. Al is het buiten West-Europa soms erger. Lees daar White Tiger van Aravind Adiga eens voor. Maar misschien was het daar vroeger nog veel erger. Er is vast  onderzoek naar gedaan.

Een ander boek dat ik net uit heb gaat over Byzantium, het Oost-Romeinse rijk dat tot 1453 heeft mogen bestaan. Judith Herrin probeert hierin, een beetje onhandig, te tonen dat het bestaan van dat keizerrijk eeuwenlang de islamitische kalifaten op een afstand heeft gehouden en zo West-Europa een kans heeft gegund zich in zijn eigen Christelijkheid te ontwikkelen. Niet veel jaren nadat Constantinopel voor de Ottomaanse Turk was gevallen begon in Italië de Renaissance.

In Amsterdam, en vast en zeker in heel Europa, proppen islamieten zich vol bij zonsondergang. Hun vastentijd schuift door het jaar heen, volgens de Islamitische maankalender. Ik wilde het eigenlijk niet over de maan hebben zo snel na een blog over de zon, maar heeft u die prachtige volle maan van laatst gezien? Onze eigenste vastenmaand valt altijd in dezelfde periode. Eigen als je Christen bent, zullen we maar zeggen. Alleen kinderen en zieken hoeven niet mee te vasten, maar voor de rest is het verplicht. Van zonsopkomst tot zonsondergang. Het is al opgemerkt dat dit best zwaar is met die lange zomerdagen.

Ik merk er weinig van. De meeste islamitisch aandoende/uitziende mensen in de stad zijn overdag misschien wat… hoe zou ik het zeggen, wakkerder? Alsof er een sluier van hun ogen en geest is opgelicht. Ik ken dat gevoel. Een tijdje niet eten kan daar voor zorgen. Tijdens de schemer hoor ik drukke stemmen uit de huizen tegenover me. Feest feest feest. In Saoedi-Arabië klagen ze over dat feesten. Het zou niet helemaal eh kosjer zijn om je zo vol te proppen. Tenslotte is Ramadan een tijd om door vasten en gebed dichter tot god te komen. Het lijkt er op dat de westerse islamiet tijdens ramadan liever dichter tot zijn maag komt. Zijn we dan toch allen dezelfde mensen onder dezelfde zon? Dat breekt dan weer door, in dit mooie weer.




vrijdag 19 juli 2013

Zon

Als de zon opeens ophoudt met bestaan komen we er op aarde acht minuten en nog wat later achter. Dat is de tijd die het licht nodig heeft om ons te bereiken. Hoe lang het daarna duurt voor het zonnestelsel van slag raakt als biljartballen zonder tafel zou ik niet weten. Dat we met een onzichtbare draad aan de zon vastzitten en ovale cirkels van gemiddeld 150 miljoen kilometers er omheen draaien weet iedereen toch al? Zwaartekracht is een grappig ding. De aarde wil de hele tijd naar de zon vallen, maar door onze snelheid vliegen we er de hele tijd vanaf. Het gemiddelde van die verlangens maakt dat we in een baan rondom blijven.

Ongeveer 330.000 keer zwaarder dan de aarde, ken jij iemand die de aarde kan tillen, draaien er ook nog eens acht planeten en talloze andere stukken steen omheen (onder andere Pluto), allen trekkend en duwend, maar die zon, ja, die zon geeft niet toe. En waar is de zon dan van gemaakt? Waterstof en nog wat spul. De zon is een constante atoomexplosie die de hele tijd dreigt in elkaar te zakken, plomp als een soufflé die te lang in een oven staat. En als de zon dan in elkaar zakt, geef dat nog 15 miljard jaar, dan gaan al die mooie planeten en zo eraan. Ja, ja.

Over die enorme afstand gooit de zon stralen heet licht naar ons, hier op aarde. Licht dat vol giftige straling zit zoals röntgen en gamma en noem maar op. Van alles dat ons zou barbecuen als we geen magnetisch veld om de aarde hadden, als we geen zonnecrème zouden gebruiken, liggend op een strand. Zomer of winter, lente of herfst, de zon vormt het centrum, verandert nauwelijks, behalve zo nu en dan een kleine boer van ruimtegas dat een paar miljoen kilometers het luchtledige in wordt gespoten.

Alle planeten zijn ontstaan uit de rommel die bij creatie niet in de zon werd getrokken. Als tollen van samenklonterend rots spinnen ze rond een ster die is als zoveel andere sterren. Dat we in een ovaal rond gaan maakt voor winter en zomer, maar dat wij vier seizoenen hebben komt doordat onze tol ooit een tikje van iets anders heeft gekregen en kantelde. Sindsdien worden we het hele jaar door afwisselend belicht. Sommige planeten tonen altijd dezelfde kant naar de zon, zoals Mercurius. Het is daar bakken of vriezen geblazen.

Ik overdenk die dingen, op mijn rug gelegen, zwetend boven mijn appartement. De donkerblauwe handdoek is het enige dat mij scheidt van het gloeiend hete bitumendak. Het geeft een dikke geur af die me doet denken aan de jaren zeventig. Druppels zweet kriebelen als blinde mieren naar beneden. De zwembroek die ik draag is qua stof iets breder in de heupen dan de zwembroek van de jaren zeventig, maar is lang niet zo groot als wat we in de jaren negentig droegen. Waren boxershorts een manier om iets te compenseren? Onder mijn hoofd ligt een andere handdoek. Mijn voeten steunen op de hielen in de espadrilles. Het boek is niet ver van de rechterhand. Baksteen van het paleis der kennis. De lucht heeft de eigenaardig donkere blauwe kleur die komt van te lang naar boven kijken. Het tolt een beetje. Beneden kwetteren twee eksters luid. Voor hen is het nooit te heet.



Zinderende stad (schets)
M. Ozymantra

vrijdag 12 juli 2013

NSA ad infinitum


Is het al te laat? Heb ik de nieuwscyclus gemist en kan er niet meer over het grootste afluisterschandaal ooit worden geschreven? Al is dat niet een geheel juiste typering, want het schandaal zelf was/is lang niet zo groot als bijvoorbeeld dat van Watergate. Hoe snel de media alweer op zijn geschoven. What’s hot? Dit soort zaken laat ik  meestal aan anderen over. Te snel, te heet gebakerd, teveel drukte. Maar aangezien ik me betrokken voel bij internet en er eerder over heb geschreven, ga ik ook een duitje bijdragen.

Vraagt u zich  wel eens af waarom iedereen de hele tijd foto’s maakt van alles, tot het meest onbenullige, en dit ook nog eens op het internet zet? Het lijkt mij weinig anders dan een poging de dood te ontlopen. Ga ik te snel? Altijd alles vastleggen dat anders verdwijnt in de zee van vergeten. De mist van het verleden ontlopen aangezien er geen hiernamaals lijkt te zijn, aangezien alles  aan ons leven zich afspeelt in de korte periode dat we op aarde leven. Ooit deden de schilders het. Michelangelo, Rembrandt, Titiaan, Vermeer. Die deden soms jaren over één schilderij. Met fotografie, microfoons, filmcamera’s is alles veranderd. Nu kan iedereen zich vastleggen en vereeuwigen. Elk moment weer. En via internet kan iedereen zich ook met anderen delen, zodat tot in de eeuwigheid anderen ons zullen herinneren. Zolang internet of wat daar in de toekomst op mag lijken blijft bestaan.

Vanuit dat standpunt bekeken krijgt het PRISM-programma een andere betekenis. Tenslotte wordt van alles  ook nog eens een back-up gemaakt. Ja, het wordt inderdaad voor bedenkelijke redenen gebruikt en bovendien is het amoreel zolang niemand die wordt opgenomen er toestemming voor geeft, maar ondertussen luisteren de oren van het internet mee met alles wat iedereen typt zoals men vroeger dacht dat God het deed.

Want ooit, ja ooit, leefde de mens in zeer kleine gemeenschappen, lip op lip, en bestonden er geen geheimen. Elk woord en gevoel werd door de hele groep gedeeld. Of dit benijdenswaardig is, dit absolute gebrek aan privacy, of het leuk is dat iedereen weet dat je masturbeert en hoelang het duurt, dat is maar de vraag, maar ergens in ons heerst de notie dat die toestand weer hersteld moet worden. Iets in ons vraagt naar de absolute betrouwbaarheid van een geheimloos bestaan. Misschien is daarin onze kwetsbaarheid voor het godsgeloof gelegen.

Uiteindelijk valt het wel mee. Ja, iedereen in Europa wordt illegaal afgeluisterd, maar dat gebeurt al een hele tijd en wordt ook door onze eigen regeringen gedaan. Is dat goed? Natuurlijk niet, maar vooralsnog lijkt het vooral om islamistisch georiënteerde terroristische dreigingen te gaan. Bovendien laten mensen als Snowden zien dat er echt wel checks and balances zijn. Geen geheim zo diep of er duikt wel iemand op die het er niet mee eens is. Wat aanwezig moet zijn is een alerte media die dat weer oppikt. Op het moment dat de regeringen besluiten ons om andere redenen te bespioneren zullen we het wel horen. Meer kan er voorlopig toch niet aan worden gedaan.

Obama krijgt veel over zich heen vanwege dit programma, maar het had net zo goed door Bush, Clinton of Romney kunnen zijn gestart. Het is een manier om de vermeende terroristische dreigingen op het spoor te komen. Niet dat het erg goed werkte met de spijkerbom in Boston of de afslachting van die Engelse soldaat. Zolang de verhoudingen tussen islamistische ideologieën en de rest van de wereld niet grondig worden opgelost blijven programma’s als PRISM pleisters op gulpende wonden. Obama is misschien iets beter dan die andere presidenten omdat hij er gewoon voor uitkomt dat Amerikaanse veiligheid belangrijker is dan Europese privacy. Weten we dat ook weer. Wisten we dat niet al?

Of we het willen of niet, alles dat we op internet doen zal worden geregistreerd en bewaard. De dood en het grote vergeten door geheime diensten afgewend. Is dat onbewust misschien een reden om ze door te laten gaan?



Oor
illustratie M. Ozymantra

maandag 1 juli 2013

Het gaat gebeuren (gedicht)





Waar de maan eens ging een voetstap van zand
Fijn en zilver, draden van licht in lucht gehangen
De wereld in haar vergeten, zij raket, zij astronaut
Zijn dancing on the moon, zijn reiken naar een zoen

Wirwar van gevoelens, status van economie en zo
Landen schurkend tegen elkander, Irak en Italië
Continenten drijven verder, centimeter centimeter
Onze bol niet groot genoeg voor al het koopgenot

Omsingelt door satellieten, capitulatie van de kerk
Onze blik reikt niet verder, mtv voorbij
Money for nothing, illegalen in de aanbieding.
De ring rond Zwitserland rekende het godsdeeltje uit.

In een raam aan de gracht zit een kind met een boek
Een droom van voetstappen op de rode planeet
Een reis van drie jaar naar de grens van ons lichaam
Het gaat echt gebeuren, denkt het kind

het gaat toch gebeuren.




illustratie Kiek Manasse


vrijdag 14 juni 2013

De baard van Chriet - Neerlanda*


Wat me altijd tegen Chriets baard heeft ingenomen is dat deze zo vreselijk onrealistisch is. De man met het blootste gezicht van Nederland. De zachte gnoom, zittend op zijn elektrische paddestoel. Toen computertechniek nog toekomst was en ze op school dachten dat een cursus Basic de leerlingen zou voorbereiden op de veranderende maatschappij. De menselijkheid droop van hem af. Hij wilde het beste voor onze toekomst.

Hoe onprettig ik het vond naar die ontblote bovenlip te kijken is moeilijk te beschrijven. Het leek een beetje op een aan de haak wriemelende worm vlak voor de hengel werd uitgeworpen. Zijn gezicht wordt er erg lang door en de uitdrukking is slaaf van zijn haar, dat er als een ongunstige corona omheen kranst. Heeft u wel eens een plaatje gezien van de zon waarbij het schitterende midden is afgedekt? Hoe wonderlijk de stralen ook zijn, het blijft altijd een wat doodse zon.

Zijn ronde stem muffelde over het tv-scherm uit een mond die een snor nodig had. Vergeet niet, dit was de tijd dat snorren nog normaal waren, zo normaal als in een rondje Mekka. Dit was de tijd dat de romantische combinatie snor en baard van Kris Kristofferson had afgedaan om weer plaats te maken voor een beschaafde kwast onder de neus. Daar had je dan Chriet (Kriet) Titulaer, zo zonder. Titulair sprak ik altijd, maar het was gewoon Titulaar.

Er waren nog niet zoveel zenders op tv en dit was één van de weinige programma’s waar ik met plezier naar keek, al weet ik achteraf niet meer zo goed waarom. Chriet ergerde me mateloos, de techniek die hij toonde leek altijd net niet sciencefiction genoeg. Dit was de tijd van de echte tv-iconen. Toen we een programma aanzetten omdat er een presentator was: Ivo Niehe, Martin Brozius, Jos Brink, Mies Bouwman, Ria Bremer, noem maar op. Mensen uit één stuk. Toen tv nog speciaal was.

Chriet was het buitenbeentje. Hij schoof zelden of nooit aan in één van die andere programma’s. Gelukkig deden weinig dat toentertijd. Het was on screen nog niet zo’n incestueus clubje zoals nu. Off screen werd het niet voor niets de Gooise Matras genoemd. Maar Chriet bleef een beetje afzijdig. Wetenschap en techniek, dat was niet sfeervol, dat was niet groots op een gewone manier. Daar kon je geen musical van maken. Het was opvoedkundig verantwoord!

Wie had ooit durven denken dat we al zo snel in de toekomst zouden belanden? Eentje waarin een telefoon meer computer in zich heeft dan de eerste raket naar de maan. Wie had durven denken dat de baard van de zachtste man van Nederland ooit zoveel ongemak zou veroorzaken, geplaatst op de gezichten van menig Marokkaanse imam? Ik zag het toen al wel. Ik zag die baard ook op rechthoekige Gristelijke gezichten en kreeg er onderhuidse puistjes van. Ja, ik zag dat ook bij Chriet en verbaasde me erover dat zo’n lieve man dezelfde baard had als de gevreesde Calvinisten. Nu zijn het de islamieten met hun ringbaarden die de aandacht trekken. Allen kontenkrakers waarvoor God graag nog een rondje omgaat, bang dat ze zijn woord te letterlijk nemen.

Hoe het tegenwoordig gaat met meneer Titulaer? Lees deze fascinerende threadChriet is cult’. Hoe het nieuwe medium verslag doet van de oude verslaggever.

*Neerlanda
Verkenningen in het moeras van herinneringen dat bepaalde generaties Nederlanders met elkaar verbindt, of we willen of niet. De eigenaardige, onwerkelijke karakters, voorvallen, gewoontes, gebruiken, en programma's die door de zeef van ons geheugen dreigen te vallen of dat al hebben gedaan. Een speurtocht naar wat authentiek Nederlands is, maar nooit algemeen of doorsnee was. De sneeuwvlokjes of flinters stront met een afwijkende kleur en vorm die een bijna niet te vinden afdruk in onze beleveniswereld hebben achtergelaten.


Meer Neerlanda: