donderdag 30 augustus 2012

Interview Saskia van der Giessen van Labasheeda – presentatie album Castfat Shadows




We ontmoeten in de Paradiso waar Saskia en haar band Labasheeda komende zaterdag 1 sepember een concert zal geven om hun nieuwe album CastfatShadows te presenteren.  
We zijn gehaast. Ik omdat het uitschrijven van het interview behoorlijk wat tijd gaat kosten, zij omdat ze een kind moet verzorgen en alles moet regelen voor het concert. Het doet mijn drukte enigszins oppervlakkig lijken. Gitarist, violist, zangeres, promotor, manager van een eigen band. Ga er maar voor staan. Ze treden nu op in Amsterdam, maar meestal zijn ze in het buitenland te vinden met hun rauwe alternatieve rock.
            We leunen op statafels in het rokersgedeelte. We roken geen van beide. Er is niemand. De rustigste plek in de toch al rustige Paradiso. Ik ben er nog nooit geweest in de middag. Het is een wonderlijk gevoel. Gewoonlijk is het hier stinkend druk, ruikt het naar alcohol en sigaretten. Saskia is enthousiast over wat ze doet. Ze begint al met vertellen voor ik de recorder heb aangezet. Nog voor ik een vraag heb gesteld. Het gaat te snel om te noteren. Dat geeft niet. Ze heeft genoeg te vertellen. We kennen elkaar al jaren, maar nog niet in deze verhouding: zij de geïnterviewde, ik de interviewer. Ik laat haar de vragen zien. Ze bestudeert ze. ‘Deze kan ik wel aan. Ik improviseer toch graag. Het kan wat chaotisch worden, dan weet je dat.’ Ik stel de eerste vraag.


Hoe ben je bij muziek gekomen en wat inspireert je tot het schrijven?

Ik ben als kind altijd heel erg met muziek bezig geweest. Ik wilde eigenlijk componist worden. Ik zat al op de piano dingen te verzinnen en speelde viool, dus het was logisch dat ik klassieke muziek zou spelen. Toen ben ik gaan schilderen om mijn eigen ding te kunnen maken en tijdens het schilderen ging de muziek een steeds grotere rol spelen. Het is heel lekker om muziek te luisteren als je schildert en op een gegeven moment ging ik er ook tekst in verwerken. Maar ik kreeg de behoefte om zelf te gaan schrijven. Ik ging ook veel naar concerten en vond dat superspannend. En met schilderen kreeg ik steeds meer het gevoel van ‘ik hang aan de muur’ en de reacties zijn dan indirect en ik verlang een meer directe reactie en dat vind ik leuk aan het podium. Dat is ook het nadeel ervan, want soms is het ook doodeng. Zeker als het publiek is dat jou niet kent. Dan moet je ze veroveren en de ene keer gaat dat beter dan de andere keer. Soms gaat dat heel goed, zoals in Londen. Dat zijn de twee kanten ervan. Het schilderen is nog steeds heel leuk, maar ik kan het moeilijk combineren.

En bandjes dan?

De Cure is voor mij heel belangrijk geweest. Ik heb een tijdje in Duitsland gewoond en de Cure hoorde heel erg bij de sfeer van de omgeving. Ook in Engeland in een bepaalde periode. Ik werd ook vaak vergeleken met PJ Harvey. Die ben ik pas daarna gaan luisteren en toen vond ik haar ook heel te gek. Ik luister nu veel naar Dinosaur JR. Al zijn die natuurlijk al oud, maar ben er sinds kort pas mee in aanraking gekomen. Lo-Fi bandjes hebben grote invloed. Pavement bijvoorbeeld. Een actueel bandje dat ik net tegenwoordig beluister en heel spannend vind is Liars.

Labasheeda - Last ride

Wat betekent muziek voor jou?

Dat muziek maken eigenlijk overeenkomt met schilderen. Het gaat om je eigen wereldje creëren en verrast te worden door wat jezelf schrijft. Ik vind het schrijven van muziek en het opnemen misschien nog het meest interessante gedeelte. Als we liedjes repeteren in de oefenruimte kan je wel eens iets hebben van ‘oh, heb je dat nummer weer’, maar opeens heeft iemand een leuk idee en als je gaat jammen en je overstijgt jezelf dan vind ik dat echt één van de mooiste momenten.

Hoe begin je eigenlijk met het maken van een nummer?

Het begint vaak met gepingel op een gitaar of viool en er een beetje overheen zingen. Soms de teksten eerst, maar meestal later pas.

Hoe kom je op de teksten?

Dat is elke keer weer zoeken, hoor. Soms leent het liedje zich ervoor. Bij een agressieve melodie wil ik agressieve tekst. Het gaat vaak wel over hoe ik me voel in de maatschappij. Het zijn heel collageachtige teksten. Er is een video gemaakt voor een liedje dat in september uitkomt en dat over het materialisme en de snelheid van de stad gaat. Daar hebben we voor in de stad gefilmd en geprobeerd met ritmes van wielen wat te doen. Er zijn ook teksten die ik heb gemaakt na een auto-ongeluk van vrienden, die gaan over de dood. Ik heb natuurlijk een liedje over mijn kindje geschreven, over dat er plotseling iemand heel anders in mijn leven is. Zo zijn mijn teksten vaak reacties op dingen die me gebeuren of dingen in de band. Crashes met bandleden. Vaak komt ook Arne (vriendje en gitarist in de band) met heel nieuwe harmonieën of riffs voor mijn ideeën en werken we de nummers dan ook samen uit.

En daar ga je dan mee naar de studio?

Ja, ik schrijf het wel helemaal uit van tevoren, om dat te repeteren. Het laatste album hebben we helemaal instrumentaal geoefend zonder zang, zodat we het helemaal goed kunnen spelen. Toen hebben we in drie dagen 15 nummers erop geknald. Analoog, wat een risicovolle manier van opnemen is. Het vorige album was echt een studioproject en dit is eigenlijk een live-plaat. En dat is ook hoe we het presenteren zo in de Paradiso.

Wat is je ideale optreden? Eentje die je hebt gehad of waar je naar uitkijkt?

Dat zijn voor mij gek genoeg heel chaotische optredens in het buitenland geweest. Eentje die ik heel erg leuk vond was in het Lake District (Groot-Brittannië), toen hebben we de hele nacht niet geslapen van de kou, en het Engelse publiek was behoorlijk dronken en mega-enthousiast. En ik was natuurlijk anoniem dus je kan het ook zelf helemaal loslaten. Dan was er nog een heel leuk optreden in een soort dorpshuis in Tsjechië, in een buitenstadje van Praag, waar iedereen zo dronken was dat we niet durfden te logeren bij de mensen waar we door waren uitgenodigd. Ze probeerden ook nog met ons mee weg te rijden. Dat soort zaken. Echt verschrikkelijk eigenlijk! (We lachen luid) Eén van onze beste optredens!

En jullie hebben nu dus drie albums uitgebracht?

En twee singles. Die zitten niet op de albums, die maken we los van elkaar, want het kost veel geld om ze te maken. Circle heeft ook een goede recensie in The Wire gehad. Dat is dan wel cool. We hebben ook het nieuwe album naar ze gestuurd.

Wat is jullie ambitie voor de toekomst?

Ik ben idioot ambitieus. Ik heb net iemand van 3FM gemaild en nu mag ik de cd opsturen (ze lacht aanstekelijk). Het is hartstikke gek, maar eigenlijk gaat het ook gewoon om verdienen. Want het kost superveel geld en tijd en mijn geld gaat echt zo woehoehoe in platen en dingen en eigenlijk kan ik dat op de lange termijn helemaal niet volhouden. We hebben geen subsidie bijvoorbeeld. Dus ik hoop dat er wat van terug gaat komen. Want het maken van muziek op deze schaal, als je zoveel speelt, dan betekent dat je dus ook minder kan werken. Dat zorgt voor een heel magere werksituatie. Ik denk dat als je een beetje kan verdienen met je optredens dat je dat beter kan combineren met je gewone leven omdat je dan minder hoeft te werken. Dat zorgt voor rust en wat goed is voor de creativiteit.

Een nummer 1 halen is niet zo belangrijk?

Oh nee, helemaal niet. Ten eerste denk ik niet dat we daar het soort band voor zijn. We zijn teveel avant-garde voor zoiets. En ik denk dat het leven van popsterren ontzettend saai is. Ik wil niet drie maanden toeren of zo. Ik vind het lekkerst om muzikant te zijn en gewoon vrijheid te houden, maar wel een beetje betaald te krijgen.

Is er nog iets dat je zelf aan dit interview wil toevoegen?

 Ja, over de komende avond (Paradiso-optreden 1 september). Ik heb speciaal de bandjes daarvoor bij elkaar gezocht omdat ik het leuk vind dat er een goede sfeer is. zoals Wavezero. De leden van de bands kennen elkaar ook voor het grootste gedeelte. Alleen Vagelein &Vonnegut zijn er later bijgekomen. Maar dat zijn bands die ook heel erg op onze lijn zitten. Vagelein &Vonnegut heeft ook een zangeres. Ik wilde graag wat meer vrouwen op het podium hebben. En de dj’s zijn vrienden die ik ken uit Engeland van het toeren. Ze heten Inner City Grit DJ's. Ze hebben ook een remix van één van onze nummers gemaakt. De mensen die al om 8 uur komen krijgen een gratis speciaal gemaakte button van alle bands!

We praten nog wat na over het verschil tussen Nederlands publiek en over de grenzen spelen. Ze haalt de flyers op om de stad er vol mee te leggen. Ik maak stiekem een foto terwijl ze op de fiets de straat oversteekt. En een foto van de half afgescheurde poster voor het optreden. Datum en naam van Labasheeda zijn tenminste nog goed te zien.


 
LABASHEEDA – CASTFAT SHADOWS
(Presto Chango Records)

Castfat Shadows  is de derde langspeler van de Amsterdamse band Labasheeda. Het album werd analoog opgenomen en gemixt door Corno Zwetsloot in de Next to Jaap studio te Voorhout.

Het geluid van het album varieert van rauw en ongepolijst (Cars, On Tippy Toes) tot atmosferische en psychedelisch (Light Blind Dark Intentions, Minor Flaw) en wordt vaak gekleurd door het vioolspel van Saskia van der Giessen.

Internationaal is Labasheeda geregeld op de radio te horen en kreeg lovende recensies. Ook live is de band veel over de grens te zien – zo toerde de band in april in Duitsland en Tsjechië, waarbij twee radiosessies in Praag werden opgenomen.

Castfat Shadows is verkrijgbaar op vinyl (doorzichtig groen) en als digitale download. Tegelijkertijd verscheen er een split 7” met Wavezero met daarop het nummer Liver Spots, opgenomen tijdens dezelfde sessies, maar niet op de LP te vinden.

Eerdere uitgaven:
The Twilight State LP/CD (2010)
Circle 7” (2009)
A Few of a Population 10”/CD-EP (2009)
Charity Box CD (2006)

Meer info:

 

donderdag 23 augustus 2012

Meiramgul - fragment (4)

uit de ongepubliceerde roman Meiramgul 

Meestal als ik met een vrouw was die ook maar iets van echt verleiden wist kwam ik te snel. De opwinding, ja, ik kon het niet afweren door aan koelkasten te denken zoals in Amerikaanse films werd gedaan. Het had me altijd al vreemd geleken. Waarom zou je minder snel klaarkomen als je aan onaangename dingen dacht? Daar zou ik hoogstens slap van worden. Bovendien ging het om de aanraking en die werd niet minder intens door er minder mee bezig te zijn. Ik gleed naar beneden en miste haar kittelaar op een duimbreedte. Die duim ging overigens helemaal naar binnen. Met de duim en hand bewoog ik haar enigszins open. Met tong en lippen sabbelde ik op haar lippen. De geur was overweldigend en wond me nog meer op. Het maakte me wild genoeg om te wroeten als een wrattenzwijn naar de truffel die in kreunen verborgen lag. Ik woelde met mijn neus, mijn kin, mijn lippen. Ik zoog een stukje van haar naar binnen en speelde er op de tong mee. Ik blies als een boze wolf en likte de binnenkant van iets, mijn neus tegen haar kietelende knopje. En ik luisterde naar haar. Ik luisterde naar haar ademen, haar geluidjes, naar het schokken van haar spieren, naar de manier waarop haar lichaam bewoog. Het sprak in een taal die zich niet in woorden liet omzetten. Ik luisterde dan ook niet met oren. Ik luisterde met heel mijn lichaam. Telkens als ik alleen mijn oren gebruikte ging het fout. Niet dat er ooit echt iets fout kan gaan, want twee mensen die van elkaar houden kunnen nooit iets fout doen, maar het gaat toch fout. Het ging om dat ritme. Elk lichaam heeft een ritme en je wilt niet degene zijn die een verkeerde paukenslag maakt. Het ging erom haar ritme te volgen en het lukte niet echt. Ik probeerde haar mijn ritme te laten volgen, maar zij kon ook niet goed luisteren of misschien deed ze niet aan luisteren, wat een ramp zou zijn. Twee mensen bij elkaar moesten echt naar het ritme van de ander luisteren om er ook maar iets van te maken. Wat ‘maken’ dan ook moge inhouden. We liepen niet gelijk en mijn nek begon pijn te doen, dus voerde ik een schijnbeweging uit. Mijn tong en lippen vervolgden hun weg naar de kuit van de rechtervoet. Het was niet dat ik een voorkeur voor rechts had, maar zo kwam het uit. Ik volgde haar rechterbeen en masseerde de ander. Ze giechelde toen ik haar voetzool kuste en ik schaamde me. Die schaamte ontkennend werd ik een beetje boos. Waarom moest ze giechelen als een kind wanneer we de liefde bedreven? Ik werd er heel serieus van. Of misschien was ik al serieus. Ze zag mijn blik.
            ‘Is er iets, Wannes?’ Ze fluisterde. Gelukkig. Stilte kan zo helend zijn en spreken kan zo brekend worden. Fluisteren vindt een goede tussenweg.
            ‘Niets… niets…’ Ik verborg me in haar armen en kuste haar nek. ‘Zou jij nu?’ Ik gebaarde met mijn hoofd naar beneden. Ja hoor, dat wilde ze en ze kuste langs mijn lichaam richting mijn pik.
Ze deed het rommelig, alsof er haast bij was. Het was niet duidelijk of ze er zelf plezier aan had. Natuurlijk kon men dat niet echt verwachten, tenminste niet dat men er plezier aan had als wanneer iemand aan je eigen zat, maar ik raakte altijd opgewonden van de geuren en de opwinding de ander op te winden, dus waarom zou zij niet iets van dat voelen? Ze trok er een beetje aan, hield de top tussen haar lippen en zoog, maar geen moment nam ze het dieper in zich op en gaf ze zich over aan lust. Het voelde onbevredigend, maar ik durfde er niks van te laten merken. Als ik iets zou zeggen kon ze zich gekwetst voelen. Ik zuchtte en steunde overtuigend genoeg om haar het idee te geven dat ze het goed deed. Ook mannen acteren tijdens seks. Ik liet haar een beetje langer doorgaan dan echt boeiend was. Het overkwam me wel eens dat ik een slappe op zo’n moment kreeg, maar Antheia was van zichzelf zo opwindend dat dit niet gebeurde. Ik vroeg me af of het gewoon onzekerheid was. Tenslotte is het moeilijk het geslachtsdeel van de ander te kennen als die van jezelf. Het is vast ook moeilijk om uit te maken wat de ander leuk vind als er niet over gesproken wordt. En spreken deden wij niet. Ik zei wel eens iets over seks, maar daar leek ze van te schrikken. Misschien was ik te nadrukkelijk voor haar. Misschien had ik meer verbloemd moeten spreken, maar al die bloemen en stijlfiguren, al die pogingen om rond een onderwerp heen te praten, al dat aarzelen en foezelend woorden vermijden, dat ging mij slecht af. Ik zag er ook niet het nut van. Hoewel mijn ouders best iets deftigs hadden probeerden ze de dingen helder te benoemen. Als dit niet kon uit piëteit of een andere gevoeligheid dan sprak men er niet over. Er werd zodoende over veel nooit gesproken, maar wat er werd gezegd was niet mis te verstaan. Antheia nam mijn pik niet verder in de mond dan de eikel en dat gaf nauwelijks voldoening. Het liefst voelde ik hoe de mond van een meisje mij geheel omsloot, zodat het zachte nat van de wangen klef tegen de stam kleefde. Liefst voelde ik de warmte van haar adem binnensmonds een broeikas van genot vormen waar ik hijgend van kon overstromen. Het liefst had ik dat ze heel traag begon zodat ik elke beweging en sensatie intens kon beleven om in de opbouw en snelheid van het latere geheel buitenspel van opwinding te worden gezet. Het liefst zou ik in haar klaarkomen tot ik niet meer wist of ik piste of klaarkwam. Niet dat ik in haar mond wilde pissen. Dat was meer iets voor Zosia. Maar ze sabbelde aan de top en ik had daar vrede mee, want ook dat gaf plezier en ik dacht te begrijpen dat ze er moeite mee had en verzon nog meer excuses die achteraf een beetje slap klonken aangezien we er gewoon over hadden moeten praten.
Ik gebaarde haar met aanrakingen om los te laten en kuste haar vol op de mond. Ik kon mijzelf proeven, maar was daar niet vies van. Alles is geoorloofd tijdens seks, zolang geen van beide er problemen mee heeft. Antheia liet het niet in woorden merken, maar eigenlijk vond ze het niet leuk als ik haar direct na beffen kuste.
Hoe vaak ik het ook had gedaan, ik wist nog steeds niet zeker wat ik aan het doen was. Neuken is eenmaal niet zo simpel als het lijkt. Meestal was het even proberen waar de piemel in moest. Om de een of andere reden mikte ik vaak net iets te laag. Niet dat ik anaal geneigd was. Al suggereerde een vriendin dat wel eens schertsend. Ik hield er van de anus te masseren. Ik zat er niet op te vlassen om in iemands poepgat te komen, hoe aantrekkelijk dat in porno soms werd gebracht. Het bleef onhygiënische associaties oproepen. Ik miste net eronder en net erboven. Ik had er nog niet zo’n gevoel voor als met het parkeren van een auto. Misschien was dit omdat de heupen onverwacht bewogen, misschien was het omdat mijn erectie telkens toch iets anders was. Soms vond ik het lekker om te missen en masseerde ik met de pik de zachte huid eronder, om dan glad en zonder poespas naar binnen te glijden. Het was opgevallen dat de meeste vrouwen strak waren, tot je ze genoeg had opgewonden. Daarna waren ze flexibel als een lege ballon. Maar bij vrouwen die wel eens een kind hadden gehad was dit nog meer zo. Antheia had nooit een kind gehad en leek soms een beetje bang voor penetratie, wat maakte dat ze heel strak was. Misschien was het toch niet angst, maar opwinding. Het resultaat bleef hetzelfde. Dit alles was natuurlijk heel plezierig en als een vrolijke padvinder ging ik op haar in, maar een goed ritme volgen, luisteren naar haar en tegelijk naar mij, dat was allemaal verdraaid moeilijk. Eigenlijk wilde mijn lichaam niks anders dan snel snel, al was het nog zo plezierig om de weg ernaartoe te volgen. De geest wilde haar lang en uitgebreid plezier geven. Geest en lichaam, ze liegen soms tegen elkaar. Natuurlijk wilde mijn lichaam haar ook lang en traag plezier geven en wilde mijn geest niets liever dan klaarkomen. Allemaal één op één, zullen we maar zeggen. Ik kon me voorstellen dat dit een reden was voor impotentie, deze verwarring van bedoeling en lust. Ik gebruikte een condoom bij haar, want ze nam niet de pil. Daar was ze huiverig voor. Ze had gezien hoe andere vrouwen, vooral haar zussen, er door beïnvloed werden. Natuurlijk wist ze niet zeker dat het door de pil kwam. Ze had erover gelezen. Als ik niet wist wat te doen ging ik verder met wat ik al aan het doen was. Natuurlijk was het verwarrend. Ik wilde mij seksueel bewijzen, haar plezier geven en niet te snel klaarkomen, maar wist niet goed hoe al deze doelen te bereiken en of dat nou wel de bedoeling was. Ik hoorde haar zuchten en kreunen, zacht en beschaafd, ik voelde haar lichaam spannen en krimpen, haar beenspieren trillen, mijn billen harder worden, onze ademhaling versnellen, ik kuste haar en ademde haar adem en keek naar haar gesloten oogleden die licht trilden van de beweging daarbinnen, de zachtste mooiste liefste oogleden die ik kende, omarmde haar stevig alsof ik me in haar lichaam wilde begraven, voelde mijn onderrug sneller op en neer gaan en het trekken in mijn maag, in mijn ballen, in mijn penis, het stromen van sperma alsof het vloeibare elektriciteit was, het schokken, het kussen, het kleven, het schokken, kussen, kleven, duwen, stromen, stromen tot ik helemaal leeg was, alsof niet alleen de sperma weg was, maar ook alles dat in mijn lichaam zat, alle energie, al wat ik was en mijn leven dat verdween in haar. Was verdwenen. Wat overbleef. Een diep geluk gemengd met lichte schuld over dat ik niet op haar plezier had gewacht, maar haar glimlach vertelde me dat er geen probleem was. Haar opgezwollen oogleden maakten haar oogjes klein en guitig en we kusten weer en vergaten gewoon even te praten of te denken. We lagen tegen elkaar, nog lang en eeuwig, alsof eeuwig echt bestond.



Landschap in roze
illustratie M. Ozymantra

vrijdag 17 augustus 2012

Tot het dal gekeerd (3)


dat jij terug zou komen hadden de wolken niet verwacht
al lagen ze in grote stapels om de hoek, verloren
omdat dat nou eenmaal zo gaat met wolken, zeker de pluizige
die zich ophouden met dromen, degene die jou omcirkelen
samen met het stille blauw van de hogere sferen lauw

dat jij en ik ooit nog mogen zwalken in zweterige nachten
waar druppels alsmaar natter en omvangrijker worden
omdat dat nou eenmaal zo gaat met druppels, zeker de hete
die over onze huid sporen trekken, degene die ons omvatten
ons kreunen een watersnood van woorden

spreuken over hoe vissen soms zwanen in lieslaarzen
dat we een dans mogen maken aan de regenboogeinder
waar de hemelbrug een pot heeft voor ieder die volhardt
die doorstaat in het zoeken naar perfect weer, de liefste
kusjes te verwachten, warm als rook na zulk een gods-

gericht op het hart van ons samenzijn, zwier als de ochtend
staal als de maan, eens vergeten en dan weer opgegraven
ten grave gedragen om na vijfhonderd jaar weder te keren
feniks van vertrouwen, teken van de aardse band aangegaan
laatste tranen dit jaar, misschien voor eeuwig voldaan


in stilte geboren

Dit gedicht is onderdeel van de te verschijnen bundel "Sterrenplantsoen".



Hogere sferen blauw
illustratie M. Ozymantra

donderdag 9 augustus 2012

Boudewijn de Groots charlatanerie – Neerlanda*


Telkens als ik naar dit stuk muziek luister is het alsof ik door een gat in de tijd val. Het roept een ketting van herinneringen op waar ik nauwelijks aan heb deelgenomen. De herinneringen die ik wel heb en er parallel aan lopen hebben nooit deel uitgemaakt van dit stuk muziek of van de mensen die in het gat van de tijd leefden. Als we mensen zoals zij tegenwoordig ontmoeten willen we ze manen op te groeien. We worden niet graag geconfronteerd met de geur die ze afgeven. Verschaalde wiet, te veel wierook, opgedroogd zweet, ongewassen kleding. We ruiken niet meer de idealen waar die generatie van was doortrokken. En degenen die zich sindsdien fris douchen? Zij zien zichzelf meer als de Gouden Generatie die zich heeft losgemaakt. Voor hen waren het jeugdzonden. Het kostte hen zoveel moeite er afstand van te doen ten faveure van de Nieuwe Wereld, met haar Nieuwe Economie, dat ze tot de meest rabiate voorstanders van die Nieuwe Economie zijn gaan behoren. Comfortabel genesteld in luxe. Ze maten zich graag een moreel overwicht toe op basis van hun ervaringen in het gat in de tijd. Tenslotte was dat hun vuurdoop en had de generatie na hen alles stuk gemaakt.

Maar juist dit is achterhaald. We zijn een grens in de tijd overgegaan. Het doet er niet meer toe dat er een generatie was die uit ontevredenheid de macht overnam en die na de oorlog een pandemonium van hoop en ideaal startte. Tijdens mijn leven speelde dit, maar hoewel mijn leven nog niet voorbij is is de vorige generatiekloof achter de horizon verdwenen en wordt langzaam vergeten. Boudewijn de Groots Heksensabbath behoort tot de geschiedenis nog voordat de laatste getuigen, nog voor Boudewijn, het wonderkind zelf, tot stof zijn geworden. De jaren zestig? Van welke eeuw?  Het enige spoor van de “babyboom-generatie” in de huidige tijd is het pensioendebat. Alles is tot geld teruggebracht.

Maar toen, in dat gat verstopt, toen men droomde van elfjes en ruimteschepen, toen een generatie de nieuwe tijd drumde, toen geloofde men nog. Ook tegenwoordig, als we naar muziek uit die tijd luisteren, kunnen we nauwelijks ontsnappen aan het gevoel dat het niet vrijblijvend was. Boudewijn de Groot had al wat hitjes gehad. Hij had al de aandacht getrokken en in 1968 besloot hij met andere muzikanten dan voorheen zich in de studio terug te trekken en een testament voor zijn tijd te schrijven. Twee nummers op het album Nacht & Ontij, waarvan Heksensabbath er één is. Een 25 minuten lange overgave aan een gevoel, een idee. Een spel met verwachtingen. Een musical, een toneelstuk en hoorspel, maar ook een rocknummer. Een vertelling over een tijd die voorbij was en hoogstwaarschijnlijk nooit heeft bestaan. Maar in dit stuk muziek bestond het wel. In de verbeelding van Boudewijn de Groot en zijn muzikanten werd deze Middeleeuwse fabel herschapen. Gedurende 25 minuten krijg je het gevoel aanwezig te zijn bij een duivelsdienst. Gedurende het nummer krijg je het gevoel dat de muzikanten zelf geloven dat het echt is. Natuurlijk is er sindsdien vaak geëxperimenteerd, zijn er speelse stukjes muziek gemaakt waarin de makers zich aan allerlei geluiden te buiten gingen, maar het geloof ontbrak hen. Vorm is geen vervanger voor overtuiging. En al is het misschien ook voor Boudewijn één groot toneelstuk waarin zijn overtuiging wordt gespeeld en ons vertrouwen wordt bedrogen, dan nog is het meesterlijk. Als een ware charlatan bespeelt hij onze zintuigen, zodat we zien wat er niet is en hij er met ons goud vandoor kan gaan. En laat die charlatanerie juist het onderwerp van de Heksensabbath zijn. Het gaat over een duivelsdienst, over bedrog en gerucht, over verbeelding en manipulatie. Het is boodschap, overtuiging en vorm ineen. Even wordt voor ons het gat in de tijd gevuld. Een LSD-droom is tot werkelijkheid gemaakt, ook voor zij die niks hebben geslikt, maar die wel bereid zijn Boudewijns verbeelding te slikken. Een testament voor een tijd die menigeen maar wat graag zou vergeten en die maar weinigen zich nog helder kunnen herinneren.

En Boudewijn tegenwoordig? Net als vele draagt hij zijn haar netjes, is zijn stem vierkant geworden en gaat zijn droom mee in de stroom. Zijn geheugen reikt zo ver als het laatste succes. Hij heeft een familie om voor te zorgen, een pensioen om aan te denken, de luxe om niet te verliezen. Het zou mij verbazen als hij Heksensabbath ooit nog eens live zou opvoeren voor het nieuwe publiek. Maar gedenk wel dat dezelfde charlatanerie, het toneel, de overtuiging, die het vuur vormde voor Heksensabbath ook het vuur is voor al zijn andere liederen.



Heksensabbath deel 1


Heksensabbath deel 2




*Neerlanda

Verkenningen in het moeras van herinneringen dat bepaalde generaties Nederlanders met elkaar verbindt, of we willen of niet. De eigenaardige, onwerkelijke karakters, voorvallen, gewoontes, gebruiken, en programma's die door de zeef van ons geheugen dreigen te vallen of dat al hebben gedaan. Een speurtocht naar wat authentiek Nederlands is, maar nooit algemeen of doorsnee was. De sneeuwvlokjes of flinters stront met een afwijkende kleur en vorm die een bijna niet te vinden afdruk in onze beleveniswereld hebben achtergelaten


zondag 5 augustus 2012

De wonderlijke avonturen van Alfred de kat - 9


Het verhaal van Alfred de kat is niet een doorsnee vertelling waarin we allerlei menselijke gevoelens en eigenschappen aan dieren toekennen om zo iets over onszelf te zeggen. Het is een poging te kijken vanuit het perspectief van een dier dat misschien wel zo vreemd aan ons is als onze blik aan die van een buitenaards wezen. Overigens net als dat het perspectief van een kat zo vreemd is aan dat van een specifieke vogelsoort als de kraai. Als uitgangspunt neem ik wetenschappelijk onderzoek, eigen en andermans observatie. Het totale vermijden van menselijke interpretatie zal natuurlijk onmogelijk zijn. Al was het maar dat een dier niet in woorden denkt en onze woorden tegelijk ontoereikend als te betekenisvol zullen zijn. Een zekere mate van romantische interpretatie is dan ook niet te ontgaan. Niettemin staat het zo ver af van de normale knuffelverhalen dat het menigeen kan afschrikken. Natuurlijk zal ook in dit verhaal veel worden verteld over ons menselijk bestaan, maar dan door de lens van de aliens waarmee we samenleven.

Peter, de roodzwarte kat met de grijze vlekjes van de buren verderop aan de andere kant van de Stenen Woestijn, was zijn gevecht met Druusa alweer vergeten. Dat hij had verloren was net zo goed een vage herinnering. Niet meer dan een plaatje gestold aan de muur van zijn geheugen. Hij zat aan de linkerkant van een laag houten hekje, waarop hij ook graag tuurde naar de vogeltjes. Alfred zat niet ver van hem af. Ze hadden een onrustig bestand. Geen voelde het verlangen zich met vechten te vermoeien, beide wist dat er terrein was te verdedigen. Er was altijd terrein te verdedigen. Dat was de grootste invulling van hun leven. Poortwachters van met geur afgezette landerijen. De geurplekken waren voor hun net zo goed te zien als een grenspost voor een vluchteling.

Peter was de jongere en nog trots bezitter van zijn testikels. Al was er weinig trots aan want zo hoorde het tenslotte, testikels hebben. Ze wisten dat er een verschil tussen hen was, maar konden er niet hun klauwtje inzetten. Dat Peter met meer zelfvertrouwen en levenslust door de tuinen banjerde dan de oudere Alfred was vanzelfsprekend, maar toch een beetje gek. Iedereen wist ervan, van het verschil, van dat Alfred anders riekte dan de ander. Dat zijn seks leek te missen. Jules wist dan ook dat Alfred plagen lang niet zo leuk was als Peter plagen.

Jules begon heel onschuldig, met een wat gekwetter bij het overvliegen. Peter keek verrukt op. Hij droomde van vogelbout. Ook Alfred voelde zich verlokt. Het was tenslotte een oude droom van hem, vastgezet in zijn zenuwen als takken in de bast van een boom. Maar hij zag het al. Peter zou toch sneller zijn. De zon was warm. Alfred broeide liever in zijn vachtje. En hij zag het tenslotte al, de knipoog die Jules aan zijn maatje Lules gaf. Jules landde niet ver van Peter en liep argeloos een beetje richting de kater. Peter sprong op, enthousiast. Jules vloog op, maar niet te ver. Peter rende harder, Jules flapte gewoon iets verder. Peter besloot te stil te wachten, Jules sprong heel dichtbij en tikte met zijn snavel op de tegel. Peter rende als een razende. Alfred glimlachte van binnen. Katten lachen tenslotte nooit van buiten.

Wordt vervolgd.