woensdag 28 september 2011

Kouwe drukte

Onrust op de markt. De ene koopman schreeuwt dat zijn waren voor maar drie dubbeltjes zijn te krijgen en de volgende gaat daar onderdoor. Ze kochten datzelfde product voor vier dubbeltjes, maar het is belangrijker dat iets wordt verkocht. Als je klanten genoeg aan je kan binden kan je later de prijs weer verhogen. Kopen en verkopen, dat is hun wereld. Alles gaat prima tot het nieuws komt dat de gemeente meer geld voor de staplaatsen wil. Ze hebben namelijk een tekort opgelopen. Niemand weet precies waar. De rechtse stadsdeelleden zeggen dat het komt door drugsoverlast & uitkeringen, de linkse stadsdeelleden houden vol dat het ligt aan malafide huisjesmelkers & belastingontduikers. Iedereen die buiten dat discours staat houdt het op uit de hand gelopen uitgaven bij de noord-zuid-west-oost-tunnel.

Staplaatsen worden duurder, de markt moet zijn prijs verhogen, maar het bloed kruipt en toch gaan ze weer onder de prijs. Dat afbetalen van de staplaats komt toch pas aan het eind van de maand. Tijd genoeg om het geld bij elkaar te krijgen. De stad heeft geld moeten lenen om de tekorten op te vangen en de marktlui betalen allemaal te laat waardoor de gemeente weer meer geld moet lenen. Men wordt enigszins ongerust. Wat als die lening niet betaald kan worden? Ze hebben het geleend van de staat, maar die rekent op een afbetaling aan het eind van de maand. De gemeente verhoogt nog maar eens de verhuur van staplaatsen. De markt weigert zijn prijzen te verhogen, want de concurrentie is moordend. Letterlijk. Een buurman heeft de viskraam van zijn competitie in de fik gestoken en die ging in vlammen op met vrouw van eigenaar en al.

De staat heeft een tekort op het budget omdat het geld van de gemeente niet op tijd binnenkomt en men begint zich zorgen te maken. Iedereen weet wie van wie geld heeft geleend en men weet dus ook dat de eerste groep, de markt, niet genoeg geld heeft om zijn lening af te betalen. Niet tenzij ze plotseling de prijzen drastisch verhogen. Maar als die prijzen worden verhoogt dan hebben de burgers niet meer genoeg geld om de huur van huis & verzekeringen te betalen. Dan heeft de staat geen inkomsten meer. Iedereen maakt zich ondertussen zorgen, behalve de markt, want die verkoopt niet voor het geld, maar om het verkopen. Elke keer als ze boedel inruilt voor geld en vice versa houdt ze zichzelf in stand. Men lacht erbij, want spektakel is geweldig en al die marktlui zijn adrenalinejunkies.

Iemand begint te investeren in goud, want dat is zeker, daar weet iedereen van dat het alleen maar in prijs zal stijgen, in ieder geval niet zal dalen. Hoe meer mensen kopen, hoe meer het waard wordt, hoe minder kans er is dat je het voor dezelfde of een betere prijs kan verkopen. Sorry, hoor, maar wat een gedoe, zeg. Waarom al die drukte eigenlijk?

maandag 26 september 2011

Geheugen als een geschiedenis

Ik heb misschien een beetje gekke ideeën over geschiedenis. Ik vind het bijvoorbeeld leuk om over oude beschavingen of opgravingen of boeken en gebruiken te lezen. Ik geniet er ook van als wetenschappers hier enthousiast over kunnen worden. Het is ongebreideld plezant om meer te leren over het verleden van mijn land, mijn stad of de aarde en wat daarop rondkruipt. En ik hoef het niet te weten voor cijfers, diploma’s of wat dan ook, ik geniet van kennis. Dat daar iets extra’s bijkomt in de vorm van inspiratie voor creativiteit of inzicht in de mens of gewoonweg gesprekstof is alleen maar een geweldige toevoeging. Kennis vergaren is leuk! Nerdy McNerd? Yep, and proud of it! Fuck al dat anti-weten dat deze tijd zo eigen is. Geen brood en spelen om mij in slaap te sussen! Nou ja, een klein beetje, maar niet genoeg om in te sukkelen en te missen wat er met onze wereld gebeurt en is gebeurd. Zo kijk ik weer eens naar de HBO-serie Rome en ga dan toch even Wikipedia afzoeken naar wat we de feiten noemen. Kicken!

In de loop der tijd is er dan ook een bepaald idee bij mij ontstaan. Namelijk dat een land als een mens is, met een geboorte en een dood. In tegenstelling tot een mens kan een land ook opgaan in een ander land, of anderen in zich opnemen. Een land is ook een onderdeel van een grotere identiteit, zoals de Europese, waar waarschijnlijk meer landen bij horen dan alleen de strikt Europese landen. Dan zijn we allen ook nog onderdeel van de soort genaamd Mens of Homo Sapiens die ook een eigen identiteit heeft. Ik denk dat geschiedenis dat is wat wij voor onszelf een leven zouden noemen. Een land groeit meestal vreselijk traag op, maar doorloopt vergelijkende fasen als een mens. In het begin is het zich van niets dan zichzelf bewust, dan gaat het vragen stellen, dan komt het in de puberteit, et cetera. Sommige landen zullen al zolang bestaan hebben dat wij geen analogie voor hun fase kunnen vinden in ons eigen leven. Misschien als we ooit in staat zouden zijn 150 of 200 te worden. Ieder land moet zich ook om de zoveel tijd verjongen om niet in te slapen. Kleine revolutie hier, links of rechtsom, wat oorlog, een opstand der proletariërs. Het is een tijdelijk schoonvegen van het geheugen om ruimte voor nieuwe zaken te maken. Alsof je van baan verandert.

Dat laatste is sinds de Tweede Oorlog met veel landen gebeurd. Nederland kreeg een trauma en we moesten dit verwerken. Alles van voor de oorlog was verkeerd en we gingen alles weer opnieuw inrichten. Even vergeten van wat ons tot die verdoemde oorlog had gebracht. Maar een mens kan niet eeuwig leven met een trauma en een land ook niet. Bovendien kan een mens ook niet zonder verleden leven. Als we vergeten waar we vandaan zijn gekomen, waar we onze levenslessen hebben geleerd, wie en wat belangrijk voor ons was toen we kind waren, dan zullen we doelloos dwalen en de grootst mogelijke fouten maken. Dan is er geen sprake van verjonging, maar van verwoesting. We hebben een sterk humanitaire en hedonistische periode ondergaan en lijken daar noodgedwongen van terug te moeten komen. Misschien waren we toch niet zo humanitair en hedonistisch opgevoed. Misschien kunnen we dit voor onszelf ook niet goedpraten. Misschien zijn we wel enigszins… ontaard. Ontworteld is vast een beter woord. Een mens kan niet zonder zijn verleden, dus waarom denken zoveel mensen dat ze zonder de geschiedenis van hun land, hun werelddeel en de mensheid kunnen? Waarom zwelgen zoveel in het niet-weten?

vrijdag 23 september 2011

Sneller dan het licht, nietwaar?

Dus er zou iets sneller dan het licht zijn gegaan. Dat is op dit moment veel in het nieuws. Waarom is het in het nieuws? Een heleboel wetenschappers maken zich er druk over, de journalisten ook, want het lijkt spectaculair en zo krijgt u het op uw bordje. Waarom zou dit zo interessant zijn? Ik ben geen wetenschapper, maar heb er wel wat over gelezen en zal aldus een geïnformeerde mening proberen te geven.

In dit universum kan er niks sneller dan het licht, heeft Einstein uitgerekend. Als een object de snelheid van het licht bereikt krijgt het een oneindige massa. Massa is een soort van gewicht, maar dan niet. Een kilo veren weegt minder op de maan dan hier, ongeveer een zesde ervan, maar behoudt dezelfde massa. Als iets oneindige massa krijgt, nou ja, dan valt het misschien een gat door de vloer van het universum. Ik weet niet wat, maar het kan niet, volgens alle wetenschappers. Dus kan een object ook niet de snelheid van het licht bereiken, tenzij het geen massa heeft, zoals lichtdeeltjes. Iemand anders zal zeggen: lichtgolven, maar dat is letterlijk zoals je er tegenaan kijkt. Het is namelijk beide waar, hoe raar.

Alles dat de wetenschappers meten in het universum heeft als uitgangspunt dat de snelheid van het licht niet kan worden overschreden. Al die leuke films en zo met sneller dan het licht ruimteschepen? Fantasie. We zouden anders nooit bij een andere ster kunnen komen. Het duurt ongeveer vier en een half jaar voor we bij de dichtstbijzijnde ster arriveren als we met de lichtsnelheid zouden reizen, maar dat kunnen we niet eens. Op dit moment duurt het ongeveer drie jaar voor we bij Mars zijn. Ja, dat is nogal traag. Al die sciencefiction is precies dat: fictie over wetenschap. Sciencefiction gaat over wat er mogelijk is als bepaalde vaststaande wetten van het universum niet zo nauw genomen hoeven worden, of misschien op de een of andere manier genegeerd kunnen worden en wat er dan voor mogelijkheden zijn voor ons als mensen. Starwars en dat soort dingen? Geen sciencefiction. Er wordt niet in nagedacht over wetenschap er wordt niet gefantaseerd over wat er kan als bepaalde wetenschappelijke feiten geen feiten zouden blijken. Dat noemen we Fantasy, zoals Lord of the rings.

Maar goed, nu blijkt er misschien iets te zijn dat de lichtsnelheid overschrijdt. Men is er oprecht opgewonden over, maar het gaat om maar een 60 miljardste van een seconde sneller op een afstand die 2,34 duizendste van een seconde zou moeten duren. De wetenschappers van het CERN hebben hun collega’s uitgenodigd de gegevens te controleren. Zo zijn wetenschappers dan weer wel. Fantasten van allerlei soort kunnen beweren wat ze willen en niemand zal ze ooit een vingerbreed in de weg leggen.

woensdag 21 september 2011

Zelfreflectie

Gisteren zag ik drie jongens, allen met camera’s, goed gekleed en tassen op de rug, een trap in de kerk fotograferen. Iedereen had zo zijn eigen smaak. De ene schoot vanuit de naaf naar boven, de ander probeerde een overzicht van iets verder, een derde deed omgeving & trap. Het is een prachtige wenteltrap van oud bruin hout. Zeer bijzonder om erop te lopen, maar ook prachtig om te zien. Toeristen kunnen er niet op. Je kan er het handwerk van aflezen. Toen kwam dingen nog niet direct uit de fabriek! Hebben we nog steeds zulke timmermannen? Ze deden een dansje. Niet een letterlijk dansje, maar ze namen elkanders plaats over en weer over. De ene met het kleine baardje ging acrobatisch omlaag hangend in de naaf, de ander nam daar een overzicht van; de derde besloot ook een grafsteen bij het spektakel te betrekken. Om het af te ronden werd er geposeerd. Eentje stond klaar voor zijn foto en nam die van de volgende, etc.

Iedereen was even belangrijk, zowel de fotograaf als het model. Iedereen maakte dezelfde foto’s en men wisselde zelfs camera’s uit. Behalve wat ze in hun eigen hoofd hadden was er geen verschil tussen de jongens. Ze leken zelfs enigszins op elkaar. Allen beantwoordden aan het moderne ideaal van de man: slank & gespierd, een beetje ruig; maar niet te, ontspannen gekleed; maar niet te. Het was een soort Droste-effect ter plekke, waarin de camera de spiegel was van de volgende camera van de volgende camera van de eerste camera. Een gesloten systeem. Allen individu en allen met eigen esthetische idealen. Ze polijstten zonder probleem elkanders ego omdat ze wisten dat de ander dat voor de één ook zou doen.

Met elke nieuwe foto die werd gemaakt, met elk nieuw idee dat ze van elkaar overnamen verminderde de waarde van de individuele foto’s en ideeën. Het werden kopieën van kopieën van kopieën. Bij elk klikje van de sluiter kreeg het afgebeelde minder glans. Ze waren blij met de ervaring. Ze voelden zich een groep. Het was niet zo belangrijk dat ze elkaar imiteerden. Dat was eerder een bevestiging van hun eenheid. Ze vonden het plezierig om ieder de macht over de camera te hebben, over hun eigen camera, maar wat er werd afgebeeld was niet van belang. Ieder van hen regisseerde zijn eigen leven dat als twee druppels leek op dat van zijn vriend. Samen maakten ze duplicaten van duplicaten van duplicaten. Er was geen leider, er was geen genie, er was niemand die aangaf wat de maatstaf was. De enige die niet aan dit spel van zelfbevruchting meedeed was de eeuwenoude wenteltrap.

foto's door Daniel Bras, de Oude Kerk te Amsterdam

dinsdag 20 september 2011

Gids graag!

Als ik bij de kerk achter de balie zit komen mensen vanuit alle windstreken langs. Polen, Serviërs, Iraniërs, Fransen, Grieken, Tamils, Chinezen, noem maar op, we krijgen ze zo’n beetje allemaal. We hebben het zelfs een tijdje bijgehouden. Mensen met grote lome ogen, niet gewend aan de drukte van een toeristische stad. Stelletjes in identieke windjacks, niet gewend aan individuele verschillen. Studenten zonder studentenkaarten die toch korting willen, Nederlanders die hun museumkaart zijn vergeten en zich afvragen of wij dat in onze ‘computer’ hebben staan. Mensen die een maand te laat voor de World Press Photo komen of vijf maanden te vroeg. U snapt het wel, een divers publiek dat hetzij de verveling van een stad probeert te ontsnappen, hetzij oprecht geïnteresseerd is in geschiedenis en oude gebouwen.

Wij geven graag onze gids mee, twee geplastificeerde A4tjes met kaart van de kerk en uitleg erbij. Kleine lettertjes, hier en daar een foutje, ach, het is niet zo belangrijk. Maar toch. Wij die er werken zijn best trots op ons gebouw en haar geschiedenis. We vinden het leuk als mensen zich er in verdiepen. Als gevolg daarvan geven we de gids graag mee. Een van onze collega’s is zelfs schor aan het einde van de dag, uitgeput als een vogeltje die te lang heeft gebadderd, van het vertellen aan werkelijk iedere toerist wat ze over de kerk zouden moeten weten. Misschien overdrijft hij, maar ach. Na verloop van tijd ging het me opvallen dat bijna, en ik zeg met nadruk ‘bijna’ iedere Nederlander deze gids weigert. De buitenlandse toeristen nemen er graag één mee, al was het maar voor de status, de binnenlandse toeristen, uit Drente of Groningen bijvoorbeeld, willen ook wel eens, maar de meeste Nederlanders komen alleen maar even kijken. Ze weigeren alsof de gids vies is. Dat laatste kan waar zijn, maar dat weten we natuurlijk niet zeker!

Ik vind het jammer. De kerk is op het eerste gezicht groot en leeg. Een beetje uitleg doet de hele plaats oplichten als een kerstboom. Alsof je plotseling begrijpt hoe die zeven eeuwen zijn geweest. Zeven eeuwen opgesloten in de dikke muren en pilaren, in het hout en de was, in de graven en de gewelven. Zeven eeuwen van gebeurtenissen en veranderingen. Generaties van Amsterdammers die daar begraven liggen en allen een eigen verhaal hebben te vertellen. Op dat gidsje staan alleen de meest voor de hand liggende dingen. We zouden iedereen een dik boek mee moeten geven als ze het echt op zijn waarde willen schatten. En toen dacht ik na over mijzelf in het buitenland en ja, ik ben ook geneigd gidsen van allerlei soorten te weigeren. Laatst nog bij Pere Lachaise. Gelukkig kreeg ik er later eentje van iemand. Ook ik denk dat ik intelligent, slim en erudiet genoeg ben om de geschiedenis van een land of gebouw uit het niks te toveren. Misschien ben ik dan wel arrogant, zelfgenoegzaam en wijsneuzerig. Dat is jammer. Waarschijnlijk heb ik veel gemist. De volgende keer zal ik het anders proberen te doen.

zondag 18 september 2011

Geroofde geschiedenis

Een paar maanden geleden was ik in het Louvre. Niet voor de eerste keer, maar wel voor de eerste keer op mijn gemak. Ik kom er te weinig. Een kunstenaar, u weet wel, verdient soms veel en soms weinig. Ik liep daar op de afdeling oude dingen, er zijn alleen maar oude dingen, ik bedoel, Soemerische of Akkadische oude dingen, dingen uit de begintijd van de geschiedenis, zo rond 4000 voor Christus en ouder, uit de buurt van Irak, toen ik aan de praat raakte met twee moderne bewoners van die tijd. Een stelletje dat blijkbaar geld en vrijheid genoeg had om naar het Louvre te gaan. Iets dat in mijn ogen toch meer speciaal is dan hoe ik hier met mijn crappy salaris was beland. Ze waren verbaasd en boos dat deze beelden, leeuwenlichaam met baardige mensenkop bijvoorbeeld, niet in hun land te zien waren. Ik stemde met die mening in. Zou wat zijn als de Nachtwacht in Peking hing. Maar kan het ons echt wat schelen? Hoezeer is de Nederlander nog in staat eenzelfde verontwaardiging op te brengen als deze mensen over hun geschiedenis? Ik dacht ook aan de beroemde Elgin Marbles, onderdelen van het Atheense Parthenon die de Engelsen ooit vrolijk weg hadden geroofd en niet van plan leken terug te geven. Geschiedenis is toch als het geheugen van een volk. Je hoeft er niet de hele tijd mee bezig te zijn, maar het is plezierig zo af en toe herinneringen op te halen. Dan weet men ook weer waarom men de dingen doet.

Maar toen ze wegliepen moest ik denken aan de Boeddhabeelden uit Afghanistan en hoe die werden vernietigd door de Taliban. Deze beelden waren overduidelijk te groot om ooit gestolen te worden dus moesten ze aan de zorgen van de plaatselijke bevolking worden overgelaten. Islamitische fanatici hebben weinig op met het verleden. Mensen die geloofden in hele andere goden dan Allah kunnen beter niet worden herinnert. Niet geheel onlogisch, vanuit hun standpunt. Ik vroeg me af of deze beelden in het Louvre nog zouden bestaan als de Fransen ze niet hadden gestolen. Met bloeddorstige en relatief domme tirannen als Saddam Hussein in de buurt, of de fanatieke Ayatollahs van Iran en een 18 jaar durende burgeroorlog. En kijk eens wat er in Bagdad gebeurde toen Saddam was afgezet. Hele musea werden geplunderd. Eeuwenoude artefacten werden vernietigd, gestolen en verkocht op de zwarte markt. Misschien is het maar goed dat zoveel geschiedenis in musea staat die zelf in redelijk stabiele landen staan. Al vind ik dat men alles netjes en zonder tegensputteren terug moet geven zodra er rust en respect in de landen zelf is. Wat dat betreft is het moeilijk te oordelen over de Elgin Marbles. Als de Engelsen ze nu aan Griekenland teruggeven zullen deze zich dan gedwongen voelen ze weer te verkopen om hun schuldeisers tevreden te stellen?

zaterdag 17 september 2011

De stilte van geluid

De enige tijd dat je hier in de stad stilte hebt is zo rond zeven uur op een zondagmorgen. Dan het liefst nog ergens in de herfst, wanneer het regent. Meestal is het dan niet een erg sterke regen, meer een beetje mot. Het regent in dit land niet zo vaak hard om zeven uur in de ochtend. Misschien verandert dit wel met het doorzetten van wat we tegenwoordig de Opwarming Van De Aarde noemen, al heb ik een voorkeur voor Global Warming. Zoals gewoonlijk hebben de Amerikanen weer de meest aansprekende naam bedacht. Maar die stilte, die is in een stad als deze zo’n beetje altijd afwezig. Ik was vroeger best vaak op de straat rond zeven uur zondagochtend en dat was om de Studenten Ecclesia in de Rode Hoed op te bouwen. Dat was de organisatie van Huub Oosterhuis. Die zit tegenwoordig ergens anders. Het kerkelijke verzamelen veroorzaakte natuurlijke alweer snel drukte, maar zondag rond elf is de stad toch al verbazingwekkend druk. De kerk waar ik tegenwoordig werk, de Oude Kerk, werd door onze oud-directeur nog eens opgehemeld als in het bezit van de oudste stilte van de stad. Het is daar ook verbazingwekkend rustig als er niemand aanwezig is. Dat terwijl het staat in een van de drukste stukjes stad die er zijn, de Rosse Buurt. Overigens ben ik niet gelovig. Het is toeval dat ik bij zoveel kerkelijks werk.

Het afwezig zijn van elk geluid kan verontrustend zijn. Ik was eens in een bijna geluidsdichte opnameruimte van ene vriend. Dat er geen enkel soort van echo was voelde heel vreemd aan. Alsof de lucht dood was. Geluid is dan ook lucht die beweegt en vervolgens trilt tegen je oor en dat ding daar binnen en dat is dan blijkbaar geluid. Als de lucht niet zou bewegen zouden wij nooit worden gehoord. De bedoeling van zo’n opnameruimte is dat lucht wel beweegt, maar niet kaatst. Geabsorbeerd wordt het, ja, de lucht wordt stilgelegd nadat het is geproduceerd.

Ik was eens in India in de natuur in totale duisternis met alleen de sterren en de bomen en verder helemaal niks niemand nergens maar waar dan ook en die stilte was zo intens. De lucht was dan misschien niet dood en kon kaatsen tegen elke boom, maar het was stil in mijn hoofd. Misschien waren er wel drukke beestjes overal die kleine geluidjes maakten, maar in mijn hoofd gebeurde er niks. Er bewogen wel gedachten heen en weer, maar ze hadden geen substantie. Het was net alsof mijn hersenpan een geluidsdichte kamer was geworden. Dat is ook waar het echte rumoer bij ons plaatsvindt: in ons hoofd. Ik vond het afwisselend plezierig en heel verontrustend. Jezelf niet meer horen is toch ook een beetje doods, maar wel rustig.

donderdag 15 september 2011

Subsidie voor de kunstenaar?

In het kort? Ik heb er niks mee. Men zou de eigen broek moeten kunnen ophouden. Maar goed, het is mij wel gebleken dat als je iets wilt doen dat niet iedereen onmiddellijk begrijpt/snapt/leuk vindt dat het prettig is opstartkapitaal te hebben. Sommige dingen kosten zo veel tijd dat er geen moment overblijft om te werken. Soms is het zelfs schadelijk voor de kunst om met een baan te onderbreken. Dan zit je in een dermate lange creatieve gedachtenkronkelgang dat de alledaagse besognes alleen maar in de weg zitten. Wat is het dan prachtig dat iemand je geld geeft om die tijd door te komen. Eten moeten we allemaal en een dak boven je hoofd kan ook niemand missen. Dan hebben we het niet eens over atelier en werkmateriaal.

Zou je zeggen: krijg een rijke sponsor. Waarom de staat, nietwaar? Ja, dat denk ik dan ook wel eens, maar die rijke sponsor daar zijn er weinig van. Degene die dat graag doen willen er soms wat voor terug en dat is niet altijd mogelijk. Het is geen sport of reclame. Ik zou zeggen, doe net als Strawinsky en nodig die lui uit bij je project. Leg het ze uit, geef ze het gevoel dat ze betrokken zijn. Ze hoeven niet altijd inspraak. Veel zullen het prachtig vinden deel te hebben aan je creatieve proces. Als zij zo graag zelf iets willen maken kunnen ze het beter zonder de kunstenaar doen, nietwaar? Helaas gaat ook dat niet altijd.

Maar heeft de staat dan niet een soort plicht de cultuur te steunen? Lijkt me niet. Tenminste, waar de staat toe verplicht is, is wat de burgers van de staat willen en niet meer. Misschien kan de staat iets doen aan wat de burgers willen. Bewust of onbewust doet ze dat natuurlijk al. Iedereen wil genoeg geld om op vakantie te gaan, de staat zorgt dat iedereen aan het werk kan, maar moet de mensen dan ook zover krijgen dat ze allemaal gaan werken. Daar worden programma’s en propaganda’s voor gemaakt en daar heb je het: een prima opgeleid werkvolkje dat als enige uitgangspunt geld en werk heeft. Dat allemaal om op vakantie te kunnen. Ik overdrijf.

Maar als je wilt dat de mensen van kunst houden en zelf kunst kopen en zelfs stemmen voor subsidies, dan is het een goed ding de kinderen op jonge leeftijd met kunst in aanraking te laten komen. Daarom wil ik voorstellen de kunstsubsidies grotendeels op te heffen en al dat geld naar kunstonderwijs vanaf heel jonge leeftijd schuiven. Liefst al van de kleuterklas. Je kan niet vroeg genoeg beginnen! En als die kinderen opgroeien weten ze wat kunst is, hebben er affiniteit mee en dat zal vanzelf afstralen op de praktijk van de dan bestaande kunstenaars. Daar hebben wij nu weinig aan, maar denk aan onze kinderen.

woensdag 14 september 2011

Schilderen als daad van verzet

Als men zich ergens tegen wil verzetten moet het wel duidelijk zijn wat dat is. In dit geval tegen de neiging naar perfectie en gladheid van oppervlak en inhoud, vooral gesteund door de moderne media, zoals televisie, internet, etc. De constante behoefte alle rafels te verwijderen, alles dat aan toeval kan herinneren uit te bannen, onze wereld in strakke banen te leiden en aan banden te leggen alsook het manipuleren van mensen tot consumenten van gemakzucht en overdaad is tegenwoordig allesoverheersend. Meer dan ooit is perfectie de baas en dit houdt automatisch in dat alles wordt ontdaan van imperfecties. Dit heeft helaas ook als gevolg dat de menselijkheid, de zwakte en kracht van ons leven, van alle scherpe en slappe kantjes wordt ontdaan. In de kern is deze behoefte alles te herscheppen tot een soort Platoons ideaal een poging chaos op een afstand te houden. Gezien de neiging van systemen zoals het leven om te vervallen tot chaos is dit een hopeloos streven. Heroïsch als het ondernomen wordt om ons te verheffen tot Icarische hoogten, maar wurgend als we de middelmatigheid aanhouden.

Voor sommige ligt de ontsnapping aan de controle in de vlucht voorwaarts. Zij wensen op te gaan in de digitale wereld. Zij willen het vlees achterlaten en de eeuwige perfectie van de pixel opzoeken. Zoals eerder gemeld heeft dit streven in mijn ogen heroïsche kwaliteiten. Het is dapper om gelijk te proberen te zijn aan de goden. Als we de goden tenminste kunnen zien als de uiterste consequentie van een bepaald streven. Mars is niet alleen god van de oorlog, hij is de oorlog. Venus is niet alleen godin van de liefde, zij is de liefde. Wodan is niet alleen Alvader, hij is het Al.

Een andere zaak waar verzet tegen geboden dient te worden is de eeuwige reproductie en de sleetsheid van het beeld die dit veroorzaakt. Alles wordt teruggebracht tot content, dat tot een product wat dan tot het einde der dagen herhaalt kan worden. Of het gaat om een boybandconcept of om de foto aan de muur, op internet, op tv, alles is onderhevig aan repetitie en zo ook aan slijtage. Aangezien pixels elk beeld zonder enige moeite naadloos kunnen herscheppen is dit beeld waardeloos en van enige inherente betekenis ontdaan.

In de schilderkunst (en dus ook in elke andere vorm van ambachtelijke kunst) is er sprake van maar één beeld, dat ook nog eens niet te herscheppen is. Men kan er een foto van maken, maar dit zal altijd een slap aftreksel blijven. We missen er de diepte in, de substantie van de verf, het vermogen van de zintuiglijke sensatie die verf ons ogen geeft, het vermogen om hetzelfde beeld steeds opnieuw te herinterpreteren naarmate de dag vordert en het licht gestaag reist. Wat maar oppervlakkig in de foto te zien is, is de intentie van de schilder. Een beeld hangt aan elkaar van intentie en toeval, iets dat niet te imiteren is met de computer. Deze zal altijd tussen nullen en enen moeten kiezen, terwijl een druppel verf of lijnolie onderhevig is aan zoveel irrationele factoren dat er even vaak voor 0,33, 1,4, of 10,7687 kan worden gekozen. De grilligheid van het idee, de opbouw, de uitvoering, maakt dat het schilderij altijd buiten het domein van het voorspelbare zal blijven, zelfs als we het over een zogenaamd ‘slecht’ schilderij hebben. Al mag het gezegd worden dat men beter ‘goede’ schilderijen kan maken. Het heeft geen zin slechte reclame voor de kunst te maken. Er zijn al genoeg mensen binnen de kunst die een ongefundeerde hekel aan schilderijen hebben.

Hier komen we bij een ander prettige bijkomstigheid van de kunstschilder en van de meeste andere kunstenaars: de mate van onbereikbaarheid voor reclame van bedrijven en de media. Natuurlijk zijn ook kunstenaars mensen en daardoor onderhevig aan de wetten van marketing en manipulatie, maar door hun soms bijna obsessieve interessen en neigingen dwingen ze de grote bedrijven, zoals bijvoorbeeld Microsoft, Facebook, etc. tot moeilijke kronkels om hen te bereiken. Ze zouden zich zomaar plotseling in het werk van Jean Dubuffet moeten verdiepen om iemand te bereiken. Ze moeten duiken in het irrationele, het tijdloze, het diepe, het onvoorspelbare om één van hun producten te verkopen. Ik daag ze daar graag toe uit. Laat ze eens wat nieuws leren dan manipuleren. Dan nog zullen ze maar bij enkele succes hebben met die specifieke strategie.

Een andere kwestie is dat een kunstwerk meestal moeilijk te prijzen is. We weten de waarde niet van een goed schilderij. Wat de gek ervoor geeft, is wat men vaak hoort. Juist dat onvermogen om een kunstwerk op zijn monetaire waarde te schatten doet het ontsnappen aan de mallemolen van het consumentisme. Soms geeft een kunstenaar een werk weg aan een vriend of voor gedane diensten en soms verkoopt men deze voor een heerlijk astronomisch bedrag aan een rijke liefhebber. Er kan worden afgedongen, maar een prijs kan ook plots stijgen. Niks eraan is voorspelbaar en dat is als zand in de machine van de kapitalisten.

Mijn idee is dan ook dat de schilderkunst een natuurlijk verzet is tegen de trivialisering van de maatschappij en in het verlengde dat mensen die kunst in huis hebben en daarvan houden collaboreren met het verzet. Kunstkopers zijn de vijfde colonne! Je hebt ze overal, zeker in de hogere regionen van het bedrijfsleven waar men de luxe heeft zich dure aankopen te permitteren. Alleen al de mate van rust en tijd die men zou moeten nemen om een schilderij op zijn waarde te schatten is een aanslag op elk soort gepropageerd efficiënt tijdsgebruik. Om maar niet te spreken van de tijd en aandacht die de kunstenaar aan een schilderij besteedt. Dit is niet in geld uit te drukken! Schilderen is de kunst van het trage en het bedachtzame. Kunst is de slowfood van het oog. Ik denk dat dit laatste ook zeer van toepassing is op allerlei vormen van de literatuur.

Natuurlijk is het de taak van de schilder om in de eerste plaats een goed schilderij te maken, alsook het de taak is van elke kunstenaar om een goed kunstwerk te maken, maar wat is ‘goed’ in deze kwestie? Alweer niet te kwantificeren! Bovendien is het mooi meegenomen dat de schilder verzet biedt aan het idee dat alles in geld is uit te drukken, dat alles is te berekenen, dat het hele leven is te controleren en dat de macht van het schone mag worden gecorrumpeerd door pronkzucht. Alleen al in het streven naar welke particuliere schoonheid ook verzet de kunstenaar zich samen met de kunstliefhebber tegen het verminderen van de waarde van ons leven.

zaterdag 10 september 2011

De sekte

Iemand beschuldigde schilders van sektegedrag. Dat is niet zo’n vreemde gedachte. Die iemand houdt meer van de andere, nieuwere kunsten: video, installatie, conceptueel, fotografie, computer, noem maar op, wat weer de nieuwe mode is. Het is iemand die vooral houd van de gedachte dat de kunstenaar het medium kiest dat het best bij zijn boodschap past. Zijn boodschap is alomtegenwoordig, maar telkens wordt deze in een nieuwe vorm uitgebeeld. Dit is een prachtig flexibele vorm van kunst die nooit tot verveling bij de kunstenaar zal leiden en hoogstwaarschijnlijk ook niet bij de kijker, al is het de vraag of de kunstenaar het iets kan schelen wat de waarnemer denkt. Dat laatste is een vraag die bij meer mensen is opgekomen. Ik merk de laatste tijd steeds meer afstand tussen mij als schilder en die andere kunstenaars, al geniet ik tot op zekere hoogte nog steeds van hun capriolen.

En inderdaad, schilders vertonen soms sektegedrag. Dat is misschien minder vreemd dan men zou denken en heeft veel te maken met die nieuwe kunstvormen en hoe ze zich verhouden tot de schilder (tekenaar,graficus, beeldhouwer, aquarellist). De oude vormen van kunst vereisen een hoge mate van vaardigheid en ambacht. Dat staat aan de basis van een kunstwerk. Ook Karel Appel of Jackson Pollock, beide beschuldigd van rommelen, de eerste zelfs door hemzelf, tonen een grote vaardigheid in de behandeling van hun materiaal. Bij de schilder is er de techniek en het onderwerp. Bij sommige schilders is dat onderwerp zeer bedacht (conceptueel of fantasie) bij een andere is het een interpretatie van wat in de werkelijkheid is te zien. De manier waarop de verf wordt gebruikt bepaald in grote mate de inhoud van het kunstwerk. De verf is het gesproken woord dat van de kwast druipt. Het duurt heel lang voor we voldoende meesterschap bezitten om onze roman van verf perfect te kunnen schrijven. We zoeken misschien wel naar vernieuwing, maar dit gebeurd bijna altijd binnen de verf.

De schilder heeft een lange geschiedenis achter zich staan en negeert deze enkel met groot gevaar voor het zelf. Het is al te makkelijk tweederangs schilderkunst te maken als je niet weet wat er voorheen is gegaan. Misschien hebben de schilders van de twintigste eeuw wel gespeeld op vernieuwing en moderniteit, maar dit gebeurde in het licht van 40 tot 50 tot honderden eeuwen schilderen op alle continenten waar de mens zich heeft gevestigd. Schilderen vormt met beeldhouwen en tekenen de fundamenten van de menselijke expressie en communicatie. Als we dit binnen de kunstwereld een sekte noemen is de Katholieke kerk dat binnen het Christendom. Het beeld ging vooraf aan het woord. Als manusjevanalles-kunstenaar Damien Hirst bijvoorbeeld plotseling echt gaat schilderen valt hij door de mand. Wat spectaculair lijkt in diamanten schedels en opgezette drijvende haaien (waar ik overigens groot plezier aan beleef) is dit niet noodzakelijk in de schilderkunst. Dat vereist wat meer. Een schilder is niet alleen bezig met vernieuwen, moderniseren en spektakel, maar is ook bezig met zijn oeuvre en wat dit voor plaats heeft in de grote geschiedenis van het schilderen.

Roy Lichtenstein - Brushstrokes

vrijdag 9 september 2011

Nee heb je

Net als Ja is het een klein woord met grote gevolgen. De meeste vormen van ontkenning beginnen met een N, zoals neen, niks, niet, nooit, niemand en nergens, maar dit gaat niet op voor de toekenning. Daar moet altijd het woord Ja in zitten. Jawel, jazeker of het begint met een andere letter zoals bij natuurlijk, vanzelfsprekend. Een mens mag zich ook afvragen waarom het woord Nee meestal met een grote nadrukkelijke beslistheid wordt uitgesproken, zelfs in aarzeling, maar waarom Ja altijd een aarzeling, een onzekerheid in zich draagt. Is dit cultuurgebonden? Zijn wij eerder geneigd Nee te zeggen omdat we Negatief geneigd zijn of is het misschien dat juist omdat we geneigd zijn altijd Ja te zeggen de Nee zo beklemtoond dient te worden? Mensen die altijd Ja in hun hoofd horen moeten zich beschermen met een ferme NYET!.

Maar nee, zo kan het niet zijn, want ik wil dit niet, maar ik zeg toch ja, want als ik niet nu JA zeg, dan krijg ik het de volgende keer misschien niet meer. Niet meer aangeboden of niet meer in zicht. Ja, zeg maar JA, want anders mis je iets en dat is niet niets! Zeg maar JA tegen het leven, NEE tegen drugs, ja tegen een karbonade, NEE tegen wreedheid tegen dieren, NEE tegen buitenlanders, JA tegen hulp aan andere landen. Zeg NEE tegen een loonsverlaging, JA tegen meer groei van de economie! Zeg JA tegen democratie, NEE tegen dictatuur! Zeg Ja tegen God, Nee tegen God! Zeg niet God na of spreek zijn naam ijdel uit! NEE tegen Islamisme, JA tegen kapitalisme, maar wees bang voor de dag dat je geen Ja of Nee meer hoeft te zeggen, wanneer de beslissing je uit handen is genomen en iemand anders boven jou de Ja’s en Nee’s doet. Misschien. Misschien is misschien een beter woord om mee te leven. Het laat vrijheid toe.

Maar als ik een afspraak met je maak om koffie te gaan drinken in dat nieuwe zaakje op de hoek bij die platenwinkel hoor ik toch graag een nadrukkelijk Ja of Nee. Ik ga daar niet zitten in de hoop dat je Misschien op komt dagen. Misschien ben ik dat verleerd, want het kan best een leuke middag worden, zo in je eentje met de wereld die voor je voeten langsloopt en leeft. Misschien ontmoet ik zo nog eens een nieuw persoon. Ja, wie weet. Maar duidelijkheid kan ook geen kwaad. Laten we serieus afspreken en als je dan onverhoopt om de een of andere vreemde reden niet komt opdagen, laat me dan die speciale middag beleven. Ja, dat doe ik dan wel. En als je toch komt, volgens afspraak, dan beleven we zeker een speciale middag! Oh, jawel!


Woordsuggestie riK Schippers

woensdag 7 september 2011

Wilsondanks doe ik het toch

Ik kreeg dit woord doorgespeeld van iemand op Facebook op mijn vraag of men me een woord wilde geven voor een blogje. Iets dat ik als uitgangspunt/onderwerp zou kunnen oppakken. Het was niet dat ik geen inspiratie had, maar aangezien ik er elke schrijfochtend eentje wilde schrijven vond ik het leuk een uitdaging aan te gaan. Ik vroeg om een ‘Groot woord’ en sommige namen dit letterlijk. Met groot bedoelde ik een woord dat op zichzelf staat, meerdere opties heeft en verreikende gevolgen. Wilsondanks is absoluut zo’n woord, al heeft het ook een groot-zijn in een soort wolligheid. Het lijkt me een typisch vooroorlogs of nog ouder woord. Blijkt het zover de aangever en ik kunnen zien niet eens te bestaan.

Nou ben ik niet bepaald een woordspeler zoals bijvoorbeeld Battus. Ik heb eigenlijk een beetje een hekel aan woordgrapjes die niks anders proberen dan te laten zien dan hoe grappig woorden kunnen zijn. Ik houd er wel van een grapje te maken als ‘ben je uitgerookt’, maar dat is ongeveer zover als het gaat. Liever niet in druk, dank u wel alstublieft. Maar woordverzinnen is altijd leuk. Het is net alsof je een eigen taal maakt, of een nieuwe wereld of land. Dat spreekt iets in mij aan. Mijn gevoel voor fantasie, mijn behoefte te ontsnappen aan de wereld. Ooit bedacht ik het woord Rillings, als in ‘de rillings’ hebben, wat niet hetzelfde was als de rillingen. Mijn familie vond het wat flauw en dacht dat ik opzettelijk een foute uitspraak deed. Oprecht, het had een andere betekenis, nu enigszins verzwolgen door de tijd. Wilsondanks! Ik denk overigens dat het ontstaan is als variatie op ‘zijns ondanks’.

Maar, dus, juist, dan moeten we toch eigenlijk een zin en de zin verzinnen van het vrolijk nieuwe woord Wilsondanks, nietwaar? Het lijkt mij dat een eenmaal wilsondanks geboren een kindje niet ten vondeling gelegd zou moeten worden. Ziet u dat? Tegen de zin van moeder/vader/stel is het kind geboren. Wilsondanks mijn initiële uitgangspunt heb ik Duitsland toch de oorlog verklaard! Juist, daar is het weer. Tegen de wil. Soms gebeurt iets tegen de wil omdat het ons van buiten is opgelegd. Soms is het ook tegen onze wil omdat we het bewust niet wilden, maar het wilsondanks toch deden. Hier wordt verwezen naar dat verdraaide onderbewustzijn dat tijdens bijvoorbeeld dronkenschap of ander soort benevelingen de macht over de handelingen op zich neemt. Soms ook als we volkomen nuchter zijn.

Met dank aan Joan van Nispen Totsevenaer. Ik moet toegeven wel met de betekenis van zijn achternaam te willen rommelen. Ja, waar ik het vaakst plezier aan heb is simpel spelen met de namen van mensen en hun identiteit. Kinderlijk, maar veel voldoening!


Woordsuggestie Joan van Nispen Totsevenaer

zondag 4 september 2011

Overigens...

Een van de grappigste dingen met woorden is het simpele herhalen ervan. Neem bijvoorbeeld ‘overigens’. Herhaal het een paar keer, soms snel, soms heel traag, dan weer gewoon. Je raakt na verloop van tijd de betekenis kwijt en hoort alleen de klank nog. Dan ga je je vast afvragen waarom dit woord dit woord is en waarom het betekent wat het doet. Elk woord zit natuurlijk zo in elkaar. Ik had het een tijdje met ‘boterham’. Vooral omdat de feitelijke betekenis ervan niet overeenkwam met wat ik in de ochtend at. Natuurlijk, als je dieper in de achtergronden van de taal duikt vind je vanzelf hoe woorden zijn ontstaan. Dat ze door de tijd heen van vorm en betekenis zijn veranderd om uiteindelijk bij ons woord aan te komen. Overigens. Mijn Dikke van Dale, de dikke vandalen, zegt dat het uit 1735 uit het Hoogduits komt, afgeleid van überigens. 1:Voor het overige wat de rest betreft. Maar dat überigens is natuurlijk ergens anders begonnen en die klank was er misschien al. 2: Trouwens.

En die klank is waar het om gaat bij bijvoorbeeld dichten. Of we het over de oude rijmende dichter of de moderne postmoderne soort hebben maakt niet uit. Dichters zijn mensen die de hele tijd in klank en betekenis denken. Ja, ook in betekenis. ‘Overigens’ heeft tenslotte het woord ‘Over’ in zich, daar valt mee te spelen. Het is dan niet de letterlijke betekenis waar het hier om gaat, maar een dichter kan de illusie bij de lezer oproepen dat als er overigens staat deze er ook over in kan lezen. Lewis Carrol, inderdaad van Alice in Wonderland, heeft zo’n wereldberoemd gedicht geschreven waarin elk woord leunt tegen een bekende betekenis, maar volkomen verkeerd is geschreven. Laatste regels: All mimsy were the borogoves / and the mome raths outgrabe. Voor ons Nederlanders is dit misschien te lastig, want wij zijn niet zo vreselijk bekend met al die Engelse klanken. Lucebert kan ook wat orakelen in klank: maar uit alles speelt een kruis / horror rosser racer ruis. Overigens zou hij alleen gebruik maken van zeer onbekende echt bestaande woorden. Het wordt helemaal grappig als je bedenkt dat onze verre voorouders niet meer dan gromden en gilden om te communiceren. Die grommen en gillen zijn uiteindelijk woorden, grammatica et cetera geworden.

Het is voor de dichter leuk om met klank te spelen, want deze staat vast, in tegenstelling tot betekenis, die fluctueert. Voor de lezer kan het een hele opgave zijn, maar die wordt vaak wel beloond. Herhaal het woord maar eens, herhaal die zin tot de betekenis verdwenen is en kijk dan naar het luchtige van klank en taal. Woorden zijn als sculpturen van lucht, vluchtig en eenmalig, maar iedereen kan er één maken. Bij het instuderen van een gedicht lees ik het heel snel en heel traag op. De klanken blijven hangen, de betekenis verdwijnt. Overigens veranderen de klanken van woorden natuurlijk wel. In onze leven is bijvoorbeeld de S in de Zaanstreek overgegaan in die van de Z en vice versa. Of Vize Verza, in het Saanz.



woordsuggestie Lieke Boss