woensdag 31 augustus 2011

Een kwestie van bedrijfspsychologie

Iedereen hoort zijn plaats te kennen in deze wereld en alles waar het om gaat is maximalisering van de winst. Alleen met verdere groei kunnen we de luxe behouden. Als we zo overgeorganiseerd en efficiënt worden als sommige Aziatische steden kunnen we de concurrentie aan. Iedereen die afwijkt, die nadenkt, die iets meer wil van het leven dan zijn functie vervullen saboteert het grote genot. Schoonheid is in dienst van het grotere goed. Kunst is iets dat in geld kan worden uitgedrukt en als het iets oplevert dan is het iets waard. Als het NU iets oplevert. Let wel, we werken aan een betere toekomst, maar die wordt uitgedrukt in groei, in geld, in luxe, niet in warmte, verstand of overdenking. Kom zeg, doe eens iets wat, wordt een nuttig burger, investeer in je leven, blijf daar niet op die bank liggen niksen, ga naar de Uitmarkt, wordt een volwaardig onderdeel!

Superkapitalisme noemen ze dat, wanneer alles in geld wordt berekend. Iedereen heeft een prijs op zijn hoofd en we hebben niet eens die leuke ‘Wordt gezocht’-posters uit de Lucky Luke. Schoonheid kan je kopen, geluk, veiligheid, verstand, liefde, noem maar op. Als we problemen met het onderwijs hebben zeggen we: gooi er wat geld tegenaan. Er wordt niet eens meer nagedacht over dat er misschien een andere methode is. Als een bedrijf niet voldoende winst maakt, ja, wat is voldoende in zo’n situatie, worden mensen ontslagen, afdelingen geherstructureerd en nieuwe mensen aangenomen die wel kunnen wat er van hun wordt gevraagd. Je moet een soepel onderdeel van de maatschappij zijn. Flexibiliteit! Ja, het toverwoord. Als ik een jaartje werk doe dat ik leuk vind maar dat niet bij mijn diploma past komt dit op mijn cv en wordt ik daar later op afgerekend. Dan wordt het heel moeilijk werk te krijgen dat wel bij mijn diploma past. Je hebt je positie bepaald, Ozymantra, nu ben je onderdeel van het grote geheel!

Is de wereld langzaamaan niet een beetje gek geworden? Maar ja, hoe pak je dat aan? Vragen we de patiënt om langs te komen voor een interview? Gaan we drugs voorschrijven? Time-out dan maar. Ik zou de wereld graag even de horloges willen afpakken. Dan hebben we geen haast meer en komen we overal te laat. Wie weet werkt dat. Of heeft u een betere suggestie? Ik kan de rente van dit leven niet meer aan.




Suggestie door Moi Jadorestyle via Facebook

dinsdag 30 augustus 2011

Onaantrekkelijk

Het alarm gaat weer af. Het is een lelijk geluid. Ik weet niet of ik wakker zou worden van een mooi geluid. Misschien de klanken van Honoloeloe of het zingen van een tropische vogel. Ik vermoed dat ik dan zou blijven slapen tot mijn rug brak is. Natuurlijk is dat bijna niet mogelijk. Als ik zolang blijf liggen is er altijd wel iemand die me wakker probeert te krijgen. Waarschijnlijk zal werk bellen. Ik heb op de mobiele telefoon wel een aardig muziekje staan, maar daarom hoor ik deze bijna nooit. De vaste telefoon is niet mis te verstaan. Deze snerpt niet zoals het alarm, maar is net zo nadrukkelijk. Op een dag zou iemand aan de deur komen en de deurbel laten gaan. Deze staat zacht en ja, dat zou ik misschien even kunnen negeren, maar op een gegeven moment gaat er toch een alarmbelletje in mijn hoofd af. Dan wordt ik wakker.

Misschien is dat ook maar goed. Slapen is lekker, maar altijd blijven liggen en nooit meer mensen ontmoeten of zo’n stukje als dit schrijven? Dat lijkt me dan ook weer onaantrekkelijk. Misschien is een mens niet gemaakt voor eeuwig slapen, hoe aantrekkelijk dit soms ook lijkt, zeker als je een beetje laat in bed schuift. Ik was gisteren dan ook zo lekker bezig dat het idee om vroeg te gaan slapen mij niet aantrok. Dat is vaak zo. Dan ben ik in zo’n goede bui dat ik ondanks de mogelijkheid heerlijk te dromen toch de slaap uitstel. Dan zou ik wakker kunnen blijven tot diep in de ochtend, met leuke dingen te doen en een vrolijkheid die niet te stuiten is. Het is overigens wel vervelend als dan het alarm gaat. Het herinnert me eraan dat ik verdorie niet geslapen heb en die dag een wrak op werk zal zijn.

Misschien zijn wij niet gemaakt om een liefelijk alarm te hebben. Ik maak me zelfs een beetje zorgen over u die wakker wordt van de fluitende vogeltjes. Niet als deze reeds uren hebben gefloten en u een prachtige rustige avond plus nacht heb gehad, maar als u zes uur slaapt en nerveus wakker schrikt van die liefelijke vogeltjes. Wat moet u liefelijke vogeltjes haten, zeg! Een alarm hoort onaantrekkelijk te zijn, anders wordt een mens niet wakker. En als wij ooit wakker moeten worden uit onze eindeloze droom moet er niet vriendelijk gefluisterd worden, maar moet er een schallende hoorn geblazen worden die de fundamenten van onze woningen zal doen trillen. Alleen een harde klap zal ons wakker genoeg maken om de ramp te ontkomen. Alleen dan weten we hoe we met de ogen open van deze wereld een goed kunnen maken.


zondag 28 augustus 2011

Het onberekenbare

Er komt een storm aan, heb je dat gehoord, er komt een storm. Hij zal hagel en regen brengen, deze storm, hij zal het zand tot modder maken en lantaarnpalen krom trekken. Het zal een storm voor de eeuwen zijn, een storm zoals we nog nooit hebben gezien. Alle aandelen zullen waardeloos worden, want deze storm kent geen winstvoordeel, deze storm maakt al het papier slap en week. De rente zal eindeloos stijgen in deze storm, want het water kent geen grenzen, het water stijgt ons tot de lippen en de rente zal de toppen van wolkenkrabbers krabben. Deze storm van verontwaardiging, aangestoken door de populisten onder ons, zal razen door een land gebouwd tussen dijken en polders. Koeien zullen door de hemel vliegen en schietgebedjes loeien. Boeren zullen hun krukjes achterna rennen zoals deze tuimelend over het land vliegen. Mannen in pak zullen nodeloos naar hun stropdas zoeken, want die hangen in de hoogste radiomasten als vrolijke getuigen van de ondergang. Dejallaba’s en burka’s zullen de straten onbegaanbaar maken in een chaotische werveling van meningen en rituelen. Het is een storm die de jeugd materieel voordeel laat plunderen, Scandinavische gekken in het rond laat schieten en Theekransjes hele economieën laat saboteren. Waardeloze glimlachende leiders verdwijnen onder de golven. De storm zal angst verspreiden onder de liefste bejaarden en de grootste patsers. Het is een storm die woestijnzand in Luxemburg doet landden en tropische dieren dierentuinen laat overnemen. Het is een storm die olie met water laat mengen. Het is een storm die eilanden met nucleaire energie verplaatst naar breuklijnen in de aardkorst. Het is een storm die God niet gewild had, maar God wist voor een keer niet wat hij aan het doen was.

Het is een storm zoals we nog nooit eerder hebben meegemaakt die de hele wereld kaal en schoon zal achterlaten, gereed om weer bevolkt en bevuild te worden. Misschien dat we na deze storm iets nieuws kunnen doen. Misschien kunnen we de wereld opnieuw inrichten en gaan voor schoonheid, warmte, verantwoordelijkheid en verstand. Misschien dat als alles leeg is dat we het met de beste kleuren van ons palet kunnen invullen. Misschien dat we eindelijk idealen kunnen paren aan nuchter verstand en concentratie aan discipline en begrip aan overzicht. Misschien dat als deze storm voorbij is en God in zijn natte toga de dijken weer opbouwt dat we dan niet meer zo bang voor elkaar hoeven te zijn. Wie zal het zeggen. Wie behalve de tijd en de tijd zijn wij. Evenwicht. Ik kan de sirene van hier al horen.

vrijdag 26 augustus 2011

Het onverwachte

‘Ik had u niet verwacht, meneer.’ ‘Dat hoor ik vaker.’ Liever had ik dat hij een afspraak had gemaakt, maar zulke dingen kan men niet voorzien. Dat is nou eenmaal het probleem. Ik was er wel van uit gegaan dat hij zou komen, maar niet zo snel. Misschien had het met het weer te maken. Al die duisternis maakt tot zwarte vooruitzichten, maar toch blijf je hopen. Ik dacht eigenlijk dat er meer tijd zou zijn om te doen wat ik wilde. Nog zoveel dromen zijn niet uitgekomen. Er stond nog zeker een reisje gepland naar de Verenigde Staten. De vorige keer was ik een heel leuk meisje in New York tegengekomen en we hadden wat. We dachten dat we elkaar snel weer zouden ontmoeten, maar van alles kwam daar tussen. Het is een belofte die niet wordt ingevuld.

Ik leef alsof elke dag de laatste is, zei iemand eens tegen iemand anders. Ik kende ze beide niet, maar moest evengoed een beetje lachen. Tja, als je dat kan, als je elk moment die energie kan opbrengen dan zou ik dat maar doen. Ikzelf leef soms een beetje als in een droom. Toekomst en verleden hebben de neiging door elkaar te lopen in het heden. Alsof je twee films tegelijk speelt. Het maakt dat wat ik hier in het nu zie een beetje vaag oogt. Soms wandel ik door de stad en wordt dan weer wakker. Ik kijk naar de gebouwen, de mensen, de dieren, de koopwaar en planten, met de blik van een zuigeling. Alles is even aantrekkelijk en nieuw. Maar na verloop van tijd ga ik toch denken over een vriend van vroeger of over wat ik die avond wil doen. Dan schrik ik op van een aanstormende tram.

Je weet inderdaad niet wat er staat te gebeuren. Soms denk je daar wel eens aan en dan bekruipt het ongemakkelijke gevoel geheel alleen in het luchtledige te zijn, zonder zicht op wat er achter gebeurd. Zenuwachtig kijk je om je heen. Is daar wat? Wie is dat? Wat kan ik van jou verwachten? Ben jij te vertrouwen? Moet ik niet beter opletten? Hoe staat het met de rekeningen? Hoe staat het met mijn ouders? Ze krijgen toch niet plotseling een heftige ziekte? Heb ik het fornuis uitgezet? Staat mijn geld veilig op de bank? Oh, god, wat als de economie echt ten onder gaat? Maar hij klopt vanzelf eens op die deur, daar kan geen radeloze gedachte ook maar ene jota aan te doen.



donderdag 25 augustus 2011

Het oncontroleerbare

Het begint met de tuin. Er groeien dingen die zich niet aan de regels houden. Wat onkruid hier en daar. Tussen de tegels groeit van alles dat niet mag. Je had een perfect plateau van rust voor ogen. Een eiland afgesloten van de wereld. Je wil een kans hebben je af te sluiten van de drukte, van de mensen, van het werk, van het nieuws. Je wil een vriend kunnen uitnodigen en ontspannen kletsen over die wereld, over je dromen, over je angsten, over wie jij bent als niemand naar je kijkt. Je hebt er mannen voor ingehuurd om dit eiland te maken, of misschien dacht je wel dat je dat zelf kon. Als je het zelf hebt gedaan komt er trots bij te kijken, heb je ervoor betaald dan ben je trots dat je dit zelf kon doen. Je ouders deden dat soort dingen nooit, of misschien deden ze dat wel en ben je blij dat je bij hen kan aansluiten.

Dan kruipt er een groen dingetje tussen de tegels door. In het begin vind je het schilderachtig. Ja, zo zijn tuinen nou eenmaal, zo is groen hier, dan daar en plotseling tussen je tegels. Je tuin leeft! Dit vind je niet alleen goed, je viert het zelfs. Het leven, ja, zo is het leven! Je weet nooit wat je kan verwachten en dat stukje groen tussen die tegels is daar het bewijs van. Toch, naarmate er meer groen zich naar boven wurmt, begint het te ergeren. Je vrienden vinden het misschien rommelig en denken dat het iets met je karakter te maken heeft. Je blijkt niet alleen iemand die het leven viert, maar ook iemand die slordig is. Nalatigheid is niet een zonde omdat het geloof dit vertelt. Nalatigheid wijst op rommelig en slordig denken. Hoe kan je ooit betrouwbaar zijn op werk, in de maatschappij, met vrienden, als je zo nalatig bent?

Je trekt het groen er eerst met de hand uit, maar het lijkt wel een plaag, het blijft komen! Je koopt tuingereedschap, je investeert geld in een bedrijf, je neemt deel aan de economie, want je moet onkruid wieden. Elk stukje groen wordt nu genadeloos ontworteld. Alle richels zijn schoon. Je gaat ook maar de tegels zelfs afkrabben en poetsen. Elke afwijking begint je te ergeren. Het beeld van perfectie dat je in je hoofd hebt komt steeds nader, maar wordt nooit bereikt. Het ergert je dat er geen perfectie bestaat, dat iets telkens aan je macht ontsnapt. Dan wordt je op een dag wakker en realiseer je dat je obsessief aan het schoonmaken bent. Je hebt geen grip meer op jezelf.



woensdag 24 augustus 2011

De illusie van het nabije

Ik merk dat het steeds moeilijker wordt om de illusie van nabijheid die internet ons verschaft op te houden. Dat is het tenslotte: een illusie van nabijheid. Eigenlijk wonen we in verschillende landen of steden, hebben vast verschillende leefpatronen of zijn in andere culturen opgegroeid met andere normen en waarden, andere omgangsvormen en hebben bovendien bijna altijd een andere leefstijl. Dan hoeven we het nog niet eens te hebben over dat we volkomen los van elkaar zijn opgegroeid. Al deze dingen lijken te verdwijnen omdat we zo nabij elkaar kunnen komen via het internet, maar dat verdwijnen blijft een illusie, hoe hard we ons best ook doen. Om iemand te leren kennen moet je die persoon ook kunnen ruiken, kunnen aanraken, kunnen voelen in de kamer, de weirde vibes en de subtiliteiten van de gezichtsuitdrukking en lichaamstaal opvangen.

Alles dat we op het nieuws zien komt tegenwoordig direct de huiskamer binnen. Via internet of tv. We worden uitgenodigd de hele tijd te reageren en te oordelen. Als in een Pavlov-reactie springen wij op en blaffen bij elke stimulans. We stellen ons graag voor dat we invloed kunnen uitoefenen of in ieder geval gevoelens kunnen delen met mensen die ver weg en ergens anders een ramp of geluk overkomen. We gaan ervan uit dat ons hart zo groot is dat de hele wereld moet worden gevangen. En als wij zelf er niet vanuit gaan dan zijn er altijd wel anderen die ons erop wijzen dat we dat wel zouden moeten doen. Want zij kunnen het wel of zij kunnen het goed voorwenden, of zij weten hoe het eigenlijk hoort, namelijk dat je altijd je medegevoel hoort te tonen, ook voor zaken die zich misschien aan de andere kant van de wereld afspelen. Zij praatten je een schuldgevoel aan, of een sterke neiging om hier tegenin te gaan en een onverwachte hardheid onverschilligheid in jezelf aan te boren.

Het is geen illusie dat mensen nabij aan elkaar zijn en dat we elkanders nood kunnen herkennen. Het is natuurlijk wel onzin te denken dat we echt weten hoe het de ander vergaat. Iedereen heeft een privé-ervaring. Het is ook onzin te verwachten dat we over de grens van onze directe omgeving, onze vrienden en familie, dezelfde emotionele banden opbouwen. Het is ook onzin te eisen van onszelf dat we met eenzelfde intensiteit reageren op het ongeluk van een ander die ons niet erg nabij is. Er is namelijk niet genoeg emotie om de hele wereld te vatten en er komt elke dag een hele wereld onze computers, radio’s en tv’s binnen. Het levert wrange situaties op waarin we wel geven om de slachtoffers van een aanslag in ons continent, maar geheel niet reageren als zoiets plaatsvindt in Afghanistan.

We zijn gewend aan de alledaagse illusies die we tussen elkaar opbouwen, maar zodra we over de grens gaan omdat dit zo makkelijk via bijvoorbeeld internet kan, vergeten we al snel dat de ander misschien wel ook mens is, maar dat wij niet zijn gemaakt om voor iedereen te voelen alsof ze vriend of familie zijn. Overigens beleef ik nog steeds veel plezier aan de gedeelde illusie die we internet noemen, maar soms is het goed om te matigen en weer de betrekkelijkheid van zulk contact op zijn waarde te schatten.


dinsdag 23 augustus 2011

Gebrek aan alcohol kan schadelijk zijn

De kater is natuurlijk een minpunt. Voor sommige is het niet zo ernstig, voor anderen kan het een hoofdsplijtende ramp zijn. Ik kan me herinneren dat ik als jonge jongen zelden last had van katers. Een toestand van loomheid, dat was alles. Tegenwoordig heb ik soms twee dagen nodig van een goed zuipfestijn te bekomen. Gelukkig heb ik die niet meer zo vaak. Tijdens het drinken, als ik over straat fiets, overkomt mij een sterk gevoel van eenheid. Iedereen in de stad lijdt aan dezelfde kwaal en het is net alsof we elkaar begrijpen. Voetgangers, fietsers en auto’s hebben eenzelfde laconieke draai. Ik heb dan ook het geluk dat mijn dronkenschap nooit slecht valt. In tijden van stress ben ik wel eens iets extra uitbundig, op het fatale af, maar meestal is het grote lol en niet meer dan dat. Een beetje roekeloos, dat wel. Mensen die me alleen nuchter kennen schrikken wel eens. Niks om bang voor te zijn, hoor!

Over de Perzen ten tijde van de klassieke Grieken, zo rond 500 of 600 voor Christus gaat het verhaal dat ze een hele dag konden vergaderen over een strijdplan, dat ze vervolgens een waar bacchanaal aanrichtten en de volgende dag nog maar eens keken of dat plan werkelijk zo goed was. Alcohol in zijn vele vormen geeft een moment van afstand. Even doen de zaken van het gewone leven er niet toe doe, even kunnen we gewoon gek doen zoveel we willen. Ik heb dat altijd begrepen als enigszins de teugels laten gaan en niet meer. Geen dingen doen waar je later spijt van krijgt, zoals ruzie maken enzovoort. Niet iedereen heeft die beheersing. In de alcoholische toestand is het in onze maatschappij ook makkelijker de andere sekse te benaderen. Vrouwen voelen hun geilheid meer, mannen juist minder. Dat is voor beide een goed ding. De conventies van de gewone omgang blijven even buitenboord.

Natuurlijk went men aan alles, dus een cultuur die doordrenkt is van alcoholgebruik zal vanzelf hogere grenzen van alcoholtolerantie hebben. Steeds meer is nodig om hetzelfde te bereiken, om de conventies te omzeilen. Uiteindelijk, met mate genomen, kan alcohol wonderen verrichten voor de mens. Even eruit stappen is als een vakantie van het hoofd. Even die vervoering hebben dat anders nauwelijks is te bereiken is een hemelse en zeer belangrijke ervaring. Mensen die nooit alcohol gebruiken zullen dit maar met moeite bereiken. Vervoering is nodig voor je rust dus die mensen moeten dat ergens anders in vinden. In religie bijvoorbeeld. In alles dat men doet kan men vervoering krijgen, maar men moet er extra fanatiek naar streven wil men dit nuchter bereiken.


zaterdag 20 augustus 2011

Het gat dat niet is te dichten

Eenmaal de kranen open gezet is er geen houden meer aan. We beginnen met voelen en het wil niet stoppen. Elk nieuw voorval dat een gevoel oproept doet dat ook en roept een reactie op die een nieuw gevoel oproept. Natuurlijk en dit spreekt voor zich. Gevoel ligt aan de basis van ons wezen. Alles dat we denken en doen wordt gefilterd en aangestuurd door gevoel. Zelfs de meest rationele, intellectuele, koude mensen, als ik ‘koud’ in dit verband mag gebruiken, zijn hier aan onderhevig. De seriemoordenaar heeft gebrek aan sympathie en empathie en dat duidt nadrukkelijk op gevoelsarmoede, maar zijn heilloze tocht langs dode en gemutileerde lichamen wordt gevoed door een overheersend verlangen iets te voelen. Juist hun emotionele gebrek eist van hen een extreme stimulans. Geen mens bestaat zonder gevoel.

Wat we in deze tijd zien is een vastklampen aan elk kleine gevoelletje dat er is. Een overgevoeligheid voor elke nuance. De emo-tv van Oprah, Dr. Phil en de talloze Nederlandse programma’s over bejaarden, daklozen, noem maar op, verlangen van ons constant een reactie. En niet eentje van, jemig, kunnen die mensen niet eens normaal doen, maar het liefst eentje van volledige overgave aan de empathie. Je bent in de ogen van vele pas een mens als je overal bij voelt en dit ook vooral uit. Het emoteert. Het zien van ellende op tv en niet volgens het juiste stramien reageren is bijna altijd een reden voor emotionele uitbanning door de ander. Hoe groter het voorval, hoe emotioneler mensen reageren.

Toen de torens in New York vielen had onze premier, dat was Kok geloof ik, een heel verstandige toespraak, waarin hij zijn medeleven toonde, maar ook probeerde ons te wijzen op hoe we het best konden reageren. Deze toespraak van redelijkheid verdween geheel in de massale golf van verontwaardiging. De enige manier waarop we op een ramp mogen reageren in de publieke opinie is de emotionele. Er wordt anders toch niet geluisterd. Maar iedereen vergeet dat gevoelens misschien aan de basis van ons wezen liggen, maar dat deze ook nooit te vervullen zijn. Ze blijven altijd hongerig naar meer medeleven en meer wegen om zich te uiten. Woorden schieten tenslotte tekort bij elk gevoel. De rede klinkt altijd het hardst in de oren van de gevoelige, maar is het enige dat de vloedgolf van overdaad enigszins kan dempen.


vrijdag 19 augustus 2011

Materieel vacuüm

Ik las het gisteren in de krant: wie consumptie zaait zal ontevredenheid of erger oogsten. Het is een vreemd ding met mensen dat we eigenlijk nooit tevreden zijn. Hoeveel dingen we ook hebben, er blijft altijd dat knagende gevoel dat er meer is om te hebben. Ontevredenheid nestelt zich makkelijk in de schoot van verlangen. Telkens worden we geconfronteerd met wat de buurman heeft en denken we maar wat vaak: dat zou ik ook willen. Hoe makkelijker het lijkt om iets te hebben hoe sterker dit gevoel wordt. Het idee dat we na al die dure nieuwe mobiele gadgets niet net zo makkelijk de volgende I-phone of I-pad kunnen krijgen is onverdraaglijk. Gelukkig werken de bedrijven en fabrikanten mee. Ze gunnen ons de kans deze zaken te bezitten door de prijs over vele maanden of jaren uit te smeren. Wat eigenlijk een extreem dure en geraffineerde grappigheid is, vol technologie waar ze twintig tot dertig jaar geleden bij defensie een moord voor hadden gedaan, alsook vol zit met zeer zeldzame metalen die soms maar in één land op de wereld worden gewonnen, is nu voor iedereen binnen handbereik en wordt afgeschaft zodra de nieuwste versie op de markt komt. Het oude wordt dan gedachteloos weggelegd of –gegooid.

Zodra er krassen op komen willen we er al vanaf. Zodra er een nieuw leukigheidje is verdwijnt de oude in de lade. Als we kind zijn zijn we er te oud voor, als we ouder worden zijn we er niet meer jong genoeg voor. Als ons lichaam krasjes begint te vertonen trekken we het recht. Als de bank een begint door te zitten schaffen we een nieuwe aan. Als de winkel te ver is laten we het brengen. Als de verhuizing ingewikkeld is huren we mensen. Als het rotweer is nemen we de auto en als de benzine te duur wordt laten we ons werk ervoor betalen. Als we een huis kopen denken we al aan hoeveel de verkoop gaat opleveren en als we op een politieke partij stemmen bedenken we hoeveel materieel gemak deze stem ons zal moeten opleveren. Zo houden we onze ontevredenheid in stand, want het is nooit genoeg.

We moeten consumeren omdat anders de economie stagneert en uiteindelijk instort. Als wij niet kopen groeien de bedrijven niet en als die niet groeien zal de staat niet groeien. Maar hoe meer wij uitgeven hoe meer natuurlijke bronnen opraken en hoe duurder de producten worden. Tenzij we de prijs uitsmeren over vele jaren, zodat de generatie na ons pas hoeft af te betalen wat niet meer te betalen is. Het schijnt trouwens dat ervaringen, goed of slecht, een beter iets zijn om naar te streven. Die geven meer voldoening en slijten nooit. Nee, die worden enkel mooier met de tijd..


maandag 15 augustus 2011

Moreel vacuüm

Toen Nietsche een karakter in zijn boek liet zeggen dat God dood is dacht hij te weten wat dit zou inhouden. Elk soort van moreel kompas zou voor de mens verdwijnen. Alleen het recht van de sterke zou nog gelden. Hij ging er van uit dat deze sterke een soort van adel zou hebben, maar medelijden en compassie zag hij als verderfelijk en te Christelijk. De grap is natuurlijk dat God geheel niet dood is, maar nooit heeft bestaan. Zover ik begrijp is het een constructie waarin al het spirituele van de mens is gegoten. Een verpersoonlijking van onze spirituele band. Een projectie naar buiten van wat in ons zit. Als God nooit heeft bestaan komt al het kwaad uit onszelf, maar veel mensen vergeten dat al het goed ook uit ons komt. Helaas bekijken veel mensen dit ‘goed dat uit mensen zelf komt’ met argusogen. Uiteindelijk is het toch maar egoïsme en eigenbelang dat al dit ‘goed’ drijft. Er zou geen pure goedheid zijn zonder God of hoger ideaal.

Net als dat het ‘kwaad’ uit ons wordt opgeroepen wordt door een buitenwereld die ons hiertoe verleidt, zo komt het ‘goede’ uit ons door stimulans van buiten. Maar wat is dit buiten? Is dit Satan, is dit God? Is er iets van buiten dat ons oproept de wereld te redden of te vernietigen? Het lijkt mij zelfbedrog. Alweer projectie. Als er geen God of duivel is, dan komt die verleiding niet van buiten de mens, maar uit de mens. De mens is zowel geneigd tot het goede als het kwade en factoren van buiten (familie en de maatschappij) en van binnen (genetica et cetera) zullen hier invloed hebben. Vaak in tandem. Ik heb het hier niet alleen over een mens als individu, maar zeer nadrukkelijk als onderdeel van het mensenras/soort/dier. Het mensje. Een oneindig gecompliceerde heen en weer spraak tussen verschillende individuen die genetische en soortelijke neigingen overeenkomen met allen. Ieder een eigen kleine benadering van het grote waar ze deel aan hebben.

Egoïsme en eigenbelang kunnen bekeken worden als op zichzelf staande grootheden, in het verlengde van de zeven zonden. Werkelijk bestaande, buiten onszelf opererende wezens waar al het kwaad vanaf komt en die onze wereld infecteren waar we ook maar kijken. We kunnen ons ook bedenken dat ze net als God en de duivel projecties naar buiten zijn en gevoelens zijn die we nou eenmaal als mens delen. Als je ze afmeet tegenover de hemelse grootheden van altruïsme en maatschappelijk belang lijken ze vreselijk kwaadaardig. Als je bedenkt dat ze net als die laatste twee gewoon onderdeel zijn van onze psychologische en fysiologische make-up dan zijn ze eigenlijk vrij gewoon en wordt er alleen van een mens gevraagd er rekening mee te houden hier niet altijd voorrang aan te geven, maar om ook geen overmatige schuld te voelen. Tenzij. En die tenzij is best erg belangrijk.

vrijdag 12 augustus 2011

Geweld van het hebben

Stel je voor hoe het zou zijn om geen idee te hebben van de rest van de wereld, tussen anderen als jij en geen ander idee van rijkdom te hebben dan de materiële. En dat je je zakgeld door kleine criminaliteit verdient. Stel je voor dat je opvoeding bestaat uit patat elke avond en de McDonalds je idee van een goed restaurant is. Stel je voor dat vakantie iets is waar je niks anders doet dan zuipen en neuken. Stel je voor dat het hoogtepunt van cultuur een danstent is waar je tot de tanden bewapend naartoe gaat omdat er anders geen lol aan is. Stel je voor dat de regering alleen maar neerbuigend over je praat en de media de hele tijd inspelen op je verlangen naar platte ‘cultuur’. Stel je voor dat je geen andere droom hebt dan die nieuwe Nikes of het kleinste model Mp3-speler. Stel je een man bent met teveel testosteron die elk weekend mag schelden op een voetbalteam dat zich ook niet netjes gedraagt. Stel je voor dat je het gevoel hebt dat er niemand op de wereld is die echt om je geeft en elke relatie gebaseerd is op wat de ander van je kan krijgen. Stel je voor dat je een meisje bent wiens mannen met ieder ander neuken en je ook nog een kind geven waar je zelf voor moet zorgen met het minimale inkomen dat de regering geeft. Stel je eens voor dat dit ook met hele groepen in Nederland gebeurt.

Misschien is dansen en vechten, plunderen en branden in de buurt wel je enige uitlaatklep, de enige manier om te ontsnappen, de enige manier waarop je duidelijk kan maken dat je als een gekweld dier in een materiële kooi bent. Misschien is een orgie van geweld de oplossing waarmee de leiders gewaarschuwd worden om beter voor de minder bedeelden te zorgen. Misschien gebeurt dit door de eeuwen heen al op dezelfde machteloze gedachteloze manier en misschien reageren de mensen die het beter hebben of die zich bedreigd voelen wel telkens op dezelfde manier: met repressie. Misschien moet er wel met de harde hand tegen vandalen opgetreden worden, maar misschien moet daarna de handen uit de mouwen worden gestoken en geprobeerd worden de wortels van dit soort idiotie uit te roeien. misschien moet er toch weer aan een beschavingsideaal worden gewerkt, hoe moeilijk dit voor de rechterkant van onze samenleving ook valt.

Gelukkig zijn er de mensen die in dezelfde achterbuurt zich ook via Twitter en Facebook verzamelen. Dit keer om de bezem op te pakken en de stad weer schoon te maken. Gelukkig zijn er ook mensen met een positieve en opbouwende kijk op de wereld. Wie weet wordt dit ook in de politiek gespiegeld.


donderdag 11 augustus 2011

Geloof in de wetenschap

Als een wetenschapper iets beweert zijn we geneigd hem te geloven. Als een priester ons iets belooft denken we dat hij onzin verkoopt. Dit was natuurlijk ooit anders en zelfs omgekeerd. Maar als één wetenschapper tegenspraak krijgt van tien anderen geloven we de wetenschap niet meer, dan weten we niet waar ze het over hebben. Als één priester iets beweert en tien spreken hem tegen geloven we die ene priester graag of stappen over op één van de andere. Het is niet dat we denken dat geloof onzin is. Tenzij je al niet geloofde, tenzij het geloof je was opgedrongen. Maar waarom is het zo makkelijker om te geloven in een priester dan in een wetenschapper?

Mensen geloven liever niet meer. Ze zijn bang voor de teleurstelling. Elk soort geloven lijkt de volgende dag al te worden tegengesproken. Mensen houden zich liever bij de nuchtere feiten van het leven. Dood en de belastingen? Misschien. Een moeder probeert onvoorwaardelijk van haar kind te houden, maar soms knaagt er iets. Je moet wel overtuigd zijn als een heilige van het goede van je kind. De rest van de tijd zijn de meeste mensen vervuld van een verlicht scepticisme of een verzwaard cynisme.

Een wetenschapper probeert er achter te komen hoe de zogenaamde werkelijkheid in elkaar zit en hoe die ten voordele van ons mensen is toe te wenden. Ze gebruiken hiervoor een heel simpel onderzoeksmechanisme. Men stelt eerst een vraag over dat waar ze mee bezig zijn en doet dan een proefje om te kijken of die vraag de goede is en wat het antwoord is. Dat er zoveel verschillende antwoorden op wetenschappelijke proefjes mogelijk zijn heeft erg te maken met welke vraag er wordt gesteld. Het ligt er erg aan wat een wetenschapper wil weten. Als hij betaalt wordt om te bewijzen dat regen altijd in warme landen valt zal dat hem moeilijk afgaan. Als hij moet bewijzen dat een bepaald stofje positieve effecten op de gezondheid heeft zal dat minder moeilijk vallen. Tenslotte gaat het hier vaak over zulke kleine dingen dat ze nauwelijks meetbaar. Maar het zal dan makkelijk zijn voor een andere wetenschapper om het tegendeel te bewijzen. Dan krijg je weer verschillende berichtjes in de krant, raakt men in de war en verliest men geloof in de wetenschap. Dat is maar goed ook. Men moet niet in wetenschap geloven, maar vertrouwen hebben in de methode. Als tien het ene zeggen hebben die gelijk tot die ene die het tegendeel beweert hen kan overhalen door argumenten en bewijzen. Kom daar maar eens aan met een priester.

woensdag 10 augustus 2011

De kleur van chaos is grijs

In het onbekende heerst het onverwachte. De oude Egyptenaren geloofden dat de wereld een terp was in de grote leegte van chaos. Hun cultuur was duizenden jaren praktisch onveranderd in een poging de chaos buitenhuis te houden. Ik linkte laatst een leuke animatie door van wat we van het universum wisten, van heel klein naar immens groot. Mensen werden bang van het grote en leken het kleine niet te zien. Mensen maken zich grote zorgen om het microscopische in de vorm van bacteriën, virussen of losbandige celgroei. Het levert soms wel eens fobieën op. Alles dat buiten ons vermogen ligt om te controleren levert angst op. Dat wat we weten lijkt nooit genoeg om dat wat we niet weten te accepteren. Hoe meer we weten van onze directe omgeving hoe meer zorgen we ons maken over dat wat we nog niet weten.

De manier waarop onze hersenen omgaan met de wereld is door modellen van die wereld te scheppen. We leren dat B op A volgt, dus zien we vervolgens niet meer dat soms C, E of K volgt. C, E of K wordt gelijk gemaakt aan B. De ene tafel is gelijk aan de andere tafel aangezien we op beide een diner kunnen opdienen. In ons werk kunnen we heel gespecialiseerd worden, elk detail en elke nuance overziend. We krijgen er een soort van hypergevoel voor. Dingen gaan vanzelfsprekend omdat ons hele wezen zich er bewust en onderbewust op heeft gericht. Maar de wereld daarbuiten moet in hapklare blokken gepresenteerd worden. Zwart is zwart, wit is wit, grijs is ongemakkelijk. De kleur van chaos is grijs.

We hebben een gezin waarin vier mensen naast en met elkaar functioneren. Er treedt een grote harmonisatie op, maar na verloop van tijd ontspoort deze. De vrouw wil een nieuwe hobby en vrienden ontmoeten, de man wil ander eten en weer flirten, de zoon is voetbal zat en gaat naar hiphop-feestjes, de dochter dompelt zich onder in sociale websites. Het gezin valt uit elkaar. Dat dit lang niet altijd gebeurt is omdat de mens ook een gevoel heeft dat onder de angst ligt. Een gevoel van vertrouwen, zij het misschien niet van begrip. Misschien is het onbekende wel angstwekkend, maar niks eraan is onoverwinnelijk. Er blijft altijd iets buiten ons begrip, maar niets eraan is iets waar we ons niet op den duur tegen kunnen wapenen, of wat we niet zouden kunnen begrijpen en liefhebben. Het is een vertrouwen in het eigen kunnen dat de chaos omarmt en overwint.


vrijdag 5 augustus 2011

Dromen van eindeloos waken

Een droom is meestal van scène naar scène. Er gebeurt iets, dat verrast, maar je draait je om, of je bent plots omgedraaid, en dan gebeurt er iets anders. Verrast is niet het juiste woord. Alles gebeurt als vanzelf. De emotie die het begeleidt, die komt van ver. Misschien is het wel verrassing. Misschien is het verwachting waarover je verbaasd bent. Verbazing. Het is nooit duidelijk waar een droom heen gaat, er zijn herinneringen aan herinneringen die logisch lijken, al zijn die herinneringen soms niet meer dan recent in je geplant. Op een bepaalde manier is alles dat je overkomt zo zuiver en gespeend van gewicht. Je emoties en gevoelens trekken een kant op en soms zijn die zwaar. Vaak wordt je wakker in een groot welbehagen. Een droom is iets moois, zelfs als het een nachtmerrie betreft.

Het overkomt je ook wel eens dat je wakende droomt. Dan staar je in de verte en een idee, een notie pakt je vast. Bepaalde gedachten en overwegingen lijken zich dan samen te pakken. Je dacht al een hele tijd aan dit, maar soms aan dat en het was niet duidelijk waarom die twee dingen zo vaak door je hoofd rolden. Dan, juist op zo’n niet te bepalen moment, in de verte van je gedachten, waar gedachten geen woorden meer hebben, vallen de zaken samen. Een visioen, een droom van een beter toekomst, een beter leven, een succesvolle onderneming. Je leven lijkt zo helder en overzichtelijk in dat moment. Je weet dat dit iets is om naar te streven, maar op hetzelfde moment ben je de kern van die samenkomst al kwijt. De droom blijft daar, onaantastbaar voor rede en werkelijkheid. Alles dat de wereld in je gezicht werpt blijft misschien wel aan jou kleven, maar niet aan die wonderlijke notie. De kern van je streven is ongrijpbaar geworden.

Profeten, messiassen, dichters, politici, kerkvaders, schilders, filosofen, noem maar op, ze hebben allemaal wel zo’n moment gekend, maar zijn niet als gewone mensen. Ze laten dat ongrijpbare begrip niet gewoon schijnen in hun onderbewuste. Ze laten het niet een etherisch roer zijn aan de hand van welke ze hun vaart door het leven volgen. Ze zijn in staat dat ongrijpbare te vertalen in woord of beeld. Ze maken er grootse kunst van, een religie om het leven door te leven, of alomvattende ideeën die hele maatschappijen vorm geven. Natuurlijk is die omzetting van ervaring naar woord gebrekkig. Natuurlijk is de omzetting van woord naar werkelijk handelen gebrekkig.

Meestal zijn het niet degene die wakend dromen die verrast of verbaasd zijn over de gevolgen van hun daden, maar de mensen om hun heen. Positief of negatief. In de wereld van het onwerkelijke is alles goed voor degene die het ervaart. In de wereld waar we allemaal leven lopen de verschillende dromen makkelijk tegen elkaar op om zodoende grote ellende te veroorzaken.

donderdag 4 augustus 2011

Ideaal voor de massa

Mijn ideale dag bestaat deze week uit rond tien met schrijven beginnen, na wat te hebben gegeten en lichaamsoefening te hebben gedaan. Rond een uur of één zou ik graag even rennen of op zijn minst een rondje lopen. Daarna meer schrijven en een beetje sociaal zijn op internet. Boodschappen doen, wat lezen en tegen zessen een aflevering van The Wire. Die serie is bij mij ook al bijna klaar dus moet ik snel op zoek gaan naar iets nieuws). Tijdens het diner, een verantwoordelijke maaltijd waarbij op de koolhydraten wordt gelet, kijk ik The daily show (die voorlopig nog niet echt opraakt, maar wel zo nu en dan plots een week afwezig is) ga nog eens wat rekken en strekken, lees een boek, kijk naar mijn tekst en ga naar boven om een aflevering van The Wire te kijken en te schilderen. Mijn atelier is daar.

Het ideaal van de meeste mensen zal hoogstens in de invulling afwijken. Iedereen heeft wel een idee van wat een ideale dag inhoudt. Er zijn er vast die graag heel graag hopen dat hen iets onverwachts overkomt, maar ik vermoed dat dit een minderheid is. Is het ideaal dat de meeste mensen hebben opgeteld wat de maatschappij als geheel heeft? Het lijkt er niet op. Maatschappelijk leven er heel andere idealen. Dan lijken de negatieve impulsen elkaar te versterken. De ergernis die men dagelijks ervaart als onderbreking van de ideale dag stapelt op en uit zich in bijna irreële ideale verlangens. Vooral ook tegengestelde verlangens. De één wil dat alle stoplichten afgeschaft worden, de ander dat er meer bijkomen. Het ligt er maar aan hoe men die ideale dag ziet. Of het ideale leven.

Met sommige van die negatieve verlangens gebeurt het wel eens dat ze samenkomen. Zo ook met positieve verlangens. Er was eens een groot verlangen om van een dictatoriele leider af te zijn en deze te vervangen door volksstemmingen. Er is een sterk verlangen om het land weer Nederlands te maken. Dat laatste wil overigens niet zeggen: blank. Dat zou het een racistisch verlangen maken. Een prachtig ideaal van de zuiverheid van het ras. Nee, het ideaal is in deze gelegen dat iedereen die hier leeft zich netjes aanpast aan het nieuwe idee van wat Nederland is. De rest mag het land uit. Nog niet zo lang geleden was het ideaal dat alle mensen broeders en zusters zijn en met elkaar moesten leren omgaan. Nu is het ideaal dat iedereen die afwijkt zich aanpast zodat niemand zich nog in zijn ideale dag gestoord voelt.

woensdag 3 augustus 2011

Hoop wint aan kracht

Als angst deze dagen de maatstaf is om te regeren, angst voor het onbekende van de grote buitenwereld, is hoop het enige goede antwoord. Hoop is een woord dat staat voor verwachting. Hoop is iets dat spreekt over de toekomst. Men weet natuurlijk nooit wat de toekomst gaat brengen, maar angst is de negatieve kant van de toekomst: alles wordt slechter als we niets doen. Hoop is: alles wordt beter als we iets doen. Hoop is niet werkeloos wachten tot er iets gebeurt. Werkeloos wachten leidt altijd tot angst. Actief de toekomst tegemoet gaan is alleen mogelijk door hoop. Er is een ideaal, materieel of spiritueel, om naar te streven en we ondernemen iets om dit te bereiken. We wachten niet tot de golven ons ergens brengen, maar trekken het zeil omhoog en manoeuvreren naar waar we willen zijn.

Een Amerikaanse president spreekt van hoop: ja, we kunnen het, en de kiezer kruipt langzaam naar hem toe. Elke grote leider die van hoop sprak heeft uiteindelijk zijn strijd gewonnen. Gandhi, Churchill, Roosevelt, (van Mierlo). Het is wel de moeilijke weg naar de top. Hoop vereist authentiek geloven dat waar je naar streeft ook mogelijk is. Het stelt je open voor aanvallen die angst aanwakkeren. De tegenstander vind het makkelijk om je belachelijk te maken als je niet honderd procent overtuigd ben van je ideaal. Deze Amerikaanse president spreekt van hoop, maar wil stil werken aan zijn ideaal. Hij vergeet met retoriek en argumenten de hoop van de anderen en de tegenstander te versterken. Angst wint terrein.

Hoop heeft een ideaal nodig en weinig behoefte aan statistische feiten. Mensen die zeggen: dit zijn de feiten, hebben weinig hoop. Ze zien alleen dat wat direct voor hun ogen schijnt, maar missen wat er in de toekomst gloort. Voornamelijk omdat de feiten van het nu niet noodzakelijk de feiten van morgen zijn. ‘Met de kennis van nu kijken naar het verleden.’ De toekomst is altijd afhankelijk van wat je met het heden doet. De feiten van het nu blijven misschien wel een soort van feiten in de toekomst, maar zullen (kunnen) in de toekomst ook van een ander standpunt worden bekeken. Is dat een standpunt van angst waar alles kleiner wordt en er steeds minder kansen zijn of is het een standpunt van hoop waarin we steeds meer mogelijkheden hebben, materieel of spiritueel?

Om weerstand te bieden aan de boodschap van angst verspreid door één man moet een groep van standvastige mensen een boodschap van hoop verkondigen. Natuurlijk is men geschrokken van al de feiten die de vorige droom, de multiculturele liberale egalitaire maatschappij, in splinters hebben doen vallen, maar is dit een reden om de droom die er aan ten grondslag ligt geheel te vergeten? Zoek naar de kern van het ideaal, naar de basis van de droom, naar de toekomst waar we aan kunnen werken en hoop wint weer aan kracht. Gebruik de taal van de hoop, vrij van de angst voor het onbekende.

dinsdag 2 augustus 2011

Angst speelt zijn kaart

Om te begrijpen wat er gebeurt zullen we eerst moeten analyseren waar we het over hebben. Een primaire reactie van de mensen op het onbekende is angst. Deze is een heel natuurlijke en vanzelfsprekende reactie. Angst heeft ons vaak geholpen in momenten van nood. Hoe rijker en decadenter een maatschappij wordt hoe meer angst. U zult misschien zeggen dat dit onzin is. Tenslotte zijn we allemaal verstandige mensen, hebben al zoveel en kunnen best wat delen. Maar nee, zo zit het beestje de mens niet in elkaar. We raken gewend aan wat we hebben, worden minder oplettend in ons verstandige denken en bovendien lopen er altijd lui rond die niet delen in zowel verstand als rijkdom. Voor dat laatste zijn heel goede redenen te bedenken, maar jammer, we zitten toch maar met ze. Ik zeg niet dat het alleen PVV-stemmers zijn, maar die lui vinden in zo’n partij wel een antwoord op hun angst.

Angst is het probleem en doet ons altijd naar een geweer pakken. Het onbekende is niet te bepalen en veroorzaakt een soort van dronkenheid in ons redeneren. Er is één man in onze maatschappij die al die angsten het best in zich verenigt. Onder andere omdat hij dag in dag uit het oprechte gevoel heeft dat ze hem willen pakken. Fanatieke angstzaaiers van ‘de andere kant’ hebben al meerdere malen laten zien niet te malen om mensenlevens en hebben hem op een dodenlijst staan. Geen wonder dat al zijn worden doordrenkt zijn van angst. Het is eerlijk en niet te betwisten. Hij weet ook dat als de mensen geen interesse meer in hem hebben zich zullen afkeren en de haatzaaiers van ‘de andere kant’ hun kans zullen pakken. Hij vecht voor zijn leven door de hele maatschappij te betrekken bij zijn oprechte angst. Zijn woorden moeten een muur van veiligheid oproepen en trekken zodoende alle onoprechte angstigen met hem mee. Hij is dronken van de angst als een Rus rond Kerstmis.

Er zijn mensen, zijn huidige coalitiepartners bijvoorbeeld, die de aandacht voor hun boodschap zien verminderen en die denken dat dit te danken is aan Wilders. Niet alleen zien zij dat stemmers van hun afkeren, maar ook zien zij hun comfortabele positie afkalven. De manier waarop het onbekende hen zo tegemoet komt roept ook bij hen angst op. Zij voelen zich genoopt op de karavaan van angst te springen en de boodschap te imiteren. Ook hun woorden raken doortrokken van angst en achterdocht. Ook zij voeden het gevoel van onbehagen dat de Nederlander teistert als een ernstige griepepidemie. Ook de tegenstander, zogenaamd links in dit geval, voelt zich gedwongen de angstkaart te spelen. Zij vergelijken de huidige tijd met de Weimar Republiek, waarschuwen het volk dat dit heel wel tot een nieuw soort van holocaust kan leiden. Ze zeggen dat als we Griekenland niet redden de Euro ten onder zal gaan en daarmee ook wij.

Deze laatstgenoemde feiten, als dit al feiten zijn, wil ik niet bestrijden, maar wel dat de tegenstander van de angstzaaiers dezelfde methoden gebruiken. Wel dat de angst verder wordt aangewakkerd. Het werkt ook niet. Wilders heeft een uitstekend gevoel voor wat de kernangst van mensen is en hoe die aan te wakkeren ten voordele van zichzelf. Misschien is dit omdat hij in zo’n penibele situatie verkeert. Dat de tegenstanders van de PVV dezelfde methoden toepassen is verkeerd. Zij zouden zich met hart en ziel moeten richten, in elk woord en daad, op het tegenovergestelde: Hoop. Maar om voor Hoop te strijden en die verder te verspreiden moet er wel eerst een goed idee zijn hoe de toekomst van Nederland er ideaal uit zal moeten zien.