donderdag 24 februari 2011

Duisternis, een gedicht van Lord Byron

Toen ik dit gedicht voor het eerst las was ik zeer onder de indruk van de duisternis, maar begreep het niet echt. Hoewel veel van de taal die er in wordt gebruikt sindsdien eindeloos vaak is opgedoken in pathetische puberpoëzie en in Heavy Metal of Gothis rockmuziek, lijkt het hier allemaal niet zo twee-dimensionaal. Het verhaal dat er verteld wordt lijkt een oneindige diepte van duisternis te beschrijven waarbij de meeste moderne apocalypsen en rampenfilms in het niet vallen. Uiteindelijk is er niets en niets zal dat uiteindelijk registreren. Hij schrijft over een einde zonder hoop, zonder verwachting, zonder hemel. Een sentiment waarvan ik ten zeerste doordrongen ben. Uiteindelijk, als de oerwouden, vulkanen, overstromingen, zonnevlamuitbarstingen en onze eigen hand een eind gemaakt hebben aan deze beschaving zal er niemand meer zijn om ook maar iets van ons te herinneren. Niemand zal onze botten opgraven zoals wij bij de oude Egyptenaren hebben gedaan en niemand zal dat verleden reconstrueren in mooie tv-programma's op National Geographic. Dit sentiment sprak mij als afkomstig uit een verleden direct bedreigd door de mogelijkheid van een nucleaire ramp zeer aan. Niet leuk, maar toch.

Toen ik het gedicht ging vertalen raakte ik ten zeerste onder de indruk van de opbouw en de manier waarop hij de ramp beeldend naar voren bracht. Misschien wordt dit soort duisternis teveel door pubermeisjes en heavy metal-kids gebruikt om de eigen sores breed uit te meten, maar geen kan het zo effectief en zwaarwichtig doen, met zoveel parlando en stoerheid als onze eigen Lord Byron. Hij bezingt het einde zoals sinds Het Laatste oordeel niet meer is gedaan, maar zijn einde is zonder hoop, zonder pathetiek, niets anders dan verrotte karkassen van schepen omgekeerd drijvend in een lege zee.

Ach, en dan die lieve lieve hond die zijn dode baasje verdedigt tegen de rovers. Het beeld is enigszins overdreven aangezet, maar toch treft het doel. Toch voel ik een moment van verdriet over ons lot.

Vertaling Marcel Ozymantra



Duisternis

Ik had een droom die zeker geen droom was.
De heldere zon werd uitgeblazen en de sterren
Zwierven duister in de eeuwige ruimte
Stralenloos en padenloos, en de ijzige aarde
Sloeg blind en donkerend in de maanloze lucht;
Morgen kwam en ging - en kwam terug om geen dag te brengen
De mens vergat haar passies in de vrees
In dit, in hun troosteloosheid; en al hun harten
Waren verkild door een zelfzuchtig gebed voor licht:
Ze leefden inderdaad bij waakvuren - en de tronen,
De paleizen van gekroonde koningen - de barakken,
De behuizingen van alles dat bestond,
Werden opgebrand voor bakens, steden werden verteerd
En de mensen verzamelden zich rond de vlammende woningen
Om elkaar weer eens in het gezicht te kijken;
Vrolijk waren zij die verbleven in het oog
Van vulkanen en hun bergtoorts:
Angstige hoop was alles dat de wereld herbergde
Wouden werden in de fik gezet - maar uur na uur
Stortten ze in om te vervagen - en de knisperende stammen
Doofden met een klap - en alles was zwart.
De wenkbrauw van ieder bij dit hopeloze licht
Droeg een onaardse aanblik, zoals hortend
Flikkeringen op hen vielen; sommigen legden zich neer
Verstopten de blik om te huilen; en anderen rustten
De kin op ineen gewrongen handen en lachten;
Anderen haastten her en der, voedend
De brandstapels met brandstof en keken op
Vol waanzinnige onrust naar de saaie hemel,
Lijkkleed van een voorbije wereld; om ze opnieuw
Al vloekend neer te slaan op het stof,
Tandenknarsend en jankend, de wilde vogels krijsten
En fladderden angstig over de grond,
Hun nutteloze vleugels klappend; de grootste geweldenaars
Werden tam en goedgelovig; de adders kropen
En verstrengelden elkaar in de menigte,
Tandeloos sissend - omgebracht voor voedsel:
En oorlog, die momenteel afwezig was geweest
Verzadigde zich weer: een maaltijd werd gekocht
Met bloed en ieder zat humeurig alleen
Zwelgend in somberte: geen liefde gelaten;
Geheel de aarde was één gedachte, die aan de Dood
Onmiddellijk en roemloos; en de pijnscheut
Van honger voedde zich met ieders ingewanden - mensen
Stierven en hun botten bleven grafloos als hun vlees
De schralen werden verorberd door de schralen,
Zelfs honden vielen hun meesters aan, allen behalve één,
En deze was trouw aan een lijk, hield
Vogels, beesten en begerige mannen op een afstand,
Tot de nood hen omhelsde of de vallende doden
Hun magere kaken verlokten; hijzelf zocht niet naar eten,
Maar met een klagend aanhoudende kreun
Na een korte eenzame kreet, de hand likkend
Die niet met een aai antwoordde - stierf hij.
De massa was uitgehongerd in alle soorten; maar twee
Van een enorme stad overleefden
En zij waren vijanden: zij ontmoetten
Naast de stervende sintels van een altaar
Waar men een berg van heilige zaken opgestapeld had
Voor onheilig gebruik; ze harkten bij elkaar
En schraapten rillend met hun koude, botte vingers
De zwakke as en hun zwakke adem
Blies voor een beetje leven en maakte een vlam
Die een spotlicht was; vervolgens tilden ze op
Hun ogen, terwijl het lichter werd, aanschouwden
Elkanders aard - zagen, en krijsten, en stierven -
Zelfs van hun gelijke akeligheid gingen ze dood
Onwetend wie hij was op wiens wenkbrauw
Honger Vijand had geschreven. De wereld was ledig,
Het gepeupel en de machtigen waren een klont:
Seizoenloos, kruidloos, boomloos, mensloos, levenloos,
Een klont dood - een chaos van harde klei.
De rivieren, meren en oceaan lagen allen verstomd
En niets roerde in hun stille dieptes;
Matroosvrije schepen dobberden rottend op zee
Hun masten braken stukje bij beetje: terwijl ze vielen
Sliepen ze boven de afgrond zonder deining -
De golven bleven dood; de getijden lagen in hun graven
De maan, hun minnares, had het reeds opgegeven;
De winden waren verdord in de starre lucht
En de wolken vergingen; duisternis had geen nood
Voor hun hulp - Zij was het universum.

Diodati, juli 1816

Illustratie Norm Bleac

Ik heb aan een aantal jonge artiesten, ontwerpers en vormgevers gevraagd om voor mijn blog illustraties te maken. Norm Bleac is de eerste en ik hoop dat hij nog meer zal doen. Ook hoop ik dat dit op de een of andere manier als springplank voor deze uitzonderlijke talenten kan werken.



Ik heb geprobeerd de vertaling zo letterlijk mogelijk te maken, met behoud van typische archaïsche zinswendingen en eigenaardigheden eigen aan het gedicht, die tijd en die stijl. Elk soort modernisme of eigen interpretatie is zoveel mogelijk vermeden.

George Gordon Byron (1788-1924) schreef in 1816 dit rijmloze gedicht. Dat jaar staat bekend als 'Het jaar zonder zomer'. Noord-Amerika en Noord-Europa had veel last van koud weer en zonsverduisteringen en veel mensen dachten dat het einde der tijden was gekomen. een enkele wetenschapper voorspelde dit ook, wat nogal wanhopige reacties veroorzaakte. zo ging een heel dorp in gebed op de knieën toen een passerende colonne soldaten op hun trompetten blies omdat men dacht dat het de hoorns van de Dag des dagen was. Zonder dat men dit wist werd de verduistering en koude veroorzaakt door een uitbarsting in Indonesië, toen een Nederlandse kolonie, van de vulkaan Tambora. Het as reikte helemaal rond de wereld. men had toen ook ontdekt dat er grote zonnevlekken op de zon waren, waarvan we nu weten dat dat koelere plekken zijn die ook nu nog grote weersveranderingen kunnen veroorzaken, zoals bijvoorbeeld El Nino.

Lord Byron, afkomstig van een adellijk geslacht in Schotland, is, als belangrijk vertegenwoordiger van de Romantiek in Groot-Brittannië, vooral bekend om een bepaald type van vrouwenversierder en kunstenaar. Leven op grote voet, boos zijn op God en klagen over onbegrepen zijn. Hij liet zich graag als een held afbeelden en vermeed verwijzingen naar zijn klompvoet die hem in de ogen van anderen aanzienlijk minder stoer had kunnen doen overkomen. Het gedicht Don Juan is van hem en daarmee heeft hij ook het begrip van de Don Juan in de literatuur en de wereld gebracht. Een ander soort versierder dan Casanova. Die laatste heeft overigens wel echt bestaan.

Hij verweet Keats eens dat deze altijd rijmloos vers gebruikte, maar in dit gedicht toont hij zich ook hiervan een meester. Het zit vol met Bijbelse verwijzingen die voor de verandering eerder het ontkennen van God en het Goddelijk tot doel hebben. Iets dat voor die tijd best gewaagd was.

Engelse versie

zaterdag 12 februari 2011

Het huis van de uitgever - deel 4

Nieuwjaarsstrijd

Ingekapseld door een deken van trillend bloed
voelt het in elke haarvat gedrongen koud
Wereld buiten de huid herkenbaar in rillingen
als langzaam opdringende twistzieke soldaten
Een laatste buiging voor koning winter
voor het lichaam in zichzelf gekeerd gaat slapen
Revolutie tegen alles dat cellen opgerekt houdt

Als de klok zeven slaat ontwaakt het vlees
zuigend tegen de schurende lucht
Diep ademen de cellen nieuwe ziel in
Armen schuiven naar buiten, houwitsers in 1918
Oorlog nog net niet afgelopen tegen de granieten hemel
Het grafdeksel ruw omhoog geschoven maakt een heuvel
waar hij als staketsel de vijand weerstaat

Het leven valt hem zwaar tijdens het diner met de generaalsstaf
braaf de pionnen verplaatsend, terwijl zij veilig rokeren
Pas wanneer zijn handen aan de lonten mogen liggen
enkele vijanden van het nieuwe jaar mee mag slepen
gaat het bloed weer stromen en lopen de dames in de weg
van zijn elegante rupsbanden
Het is tijd champagne te gieten voor de overwinning

De loopgraven klokken vol en zij die kunnen zwemmen dansen
zij die het verleerd zijn zullen dienen als balletjes gehakt
in deze magische soep van afscheid nemen en plannen maken
Hij voelt hoe het lichaam furieus vecht om warmte
Hoe de koorts met bussen tegelijk weg rijdt
In de mistige ochtend wordt het jaar opnieuw aangeschaft
Soldij van een aalmoezenier voldoet

vrijdag 11 februari 2011

Het huis van de uitgever - deel 3


24 december


Een dag liggend op bed
binnenkant buiten gezet
de wereld een streep van wit door zwart
elektronica zonder knop gemist
Een dag liggen legt geen grenzen op
Een droom van moderne schilders

Sneeuw dikt in tot glas
Kou neemt af en geeft niets terug
Langzaam komen sporen van suiker tevoorschijn
De poot omhoog, gespannen
traag haalt adem een truc uit
Sinaasappelschillen geuren warm op

Buiten gebeurt er niets
Een scherm achter het glas van mijn huis
decor van het uitzinnige
Hoop laat nog even de neus zien
windstil is het hoofd
traag breidt de stapel papier zich uit

donderdag 10 februari 2011

Het huis van de uitgever - deel 2


Het huis van de uitgever


Als de hal waar gevallen helden dineren
is de marmeren gang naar de moederhand
waar dromen witte woorden zweten
en de tafel gedekt is door elvennagels
steekt haar kind halve vingers in het beeldscherm

Een schrijver die pagina’s vale sprookjes opdist
doet aan de biertonnen tafel vuur lachen
De stoofpot trekt van zoet spinnenweb draden door zijn mond
als zenuwen netjes uitgelegd over hun gezelschap
Hij die met scheve tanden haar servetten vreet zwijgt oud

De jongen die geen wijzers meer kan lezen spreekt plots
De schrijfster die geen woorden nodig heeft om prijzen te winnen
even bleken ze voor altijd verloofd in een ander hoofd
In de hal drijven ze naar de voordeur
Een hand net geplaatst, een verlangen niet gevent


woensdag 9 februari 2011

Het huis van de uitgever - deel 1

Leesavond in het land

De stilte van het hangende hoofd na de ochtend
dreunde door tijdens de reis
Ticket en trein maalden langzaam het gekamde land
In groen en lover dat wachtte voor de winter
de soundtrack van de horizon vergulde mijn oren
dames dommelden verwikkeld in de bank

Waar de hand van beton een platform voor de hemel had geschapen
uitgekleed als roestig staal met uitzicht op de zon
omsingelde een formidabele greep van wolken
de nieuwbouw beneden, een taxi naar geleuter
van de edelste soort in modern lezen
Een zin van liefhebbers in kringen rond de schrijver

Meisje jij daar aarzelend in bonten kraag
jij leek van een andere wereld, waar de trein
nooit zou komen en geen ticket naar was te kopen
Jij cirkelde je kring van vrienden buiten bereik
en ik moest weer de weg volgen van het spoor
waar thuis verteld werd maar tachtig kilometer
hemelsbreed te zijn weg geweest

dinsdag 8 februari 2011

De groep - deel 11 Afsluiting

Het boek des geslachtes van Jezus Christus, den zoon van David, den zoon van Abraham. Abraham gewon Isaäk en Isaäk gewon Jakob, en Jakob gewon Juda en zijne broeders. Zo ongeveer begint het Nieuwe Testament in deze vertaling. Het is een krachtige oproep van afstamming en groepsgevoel. Roemrijke speerheld Idomeneus leidde het volk der Kretenzers, zij die het stevig ommuurde Gortyna en Knossos bewoonden, Lyktos, Miletos en ’t schitterende krijtwit liggende Lykastos, Faistos en Rhution, prachtig gelegen, welvarende steden en de bevolking der honderd andere steden van Kreta. Deze voerde Idomeneus aan, de roemrijke speerheld, hij en Meriones, sterk als mannenmoordende Ares. Zo klonk het een paar eeuwen eerder in de Illias in deze vertaling. Kloeke woorden uit een kloeke tijd. Een kloeke bekentenis van een kloeke identiteit.

Ik, Marcel Ozymantra, geboren in Hilversum, Noord-Holland, Nederland, levende onder drie namen waarvan één altijd geheim en twee in verschillende groepen geheim zijn, behoor tot het gilde der kunstenaars, waaronder ook de schrijvers en striptekenaars worden gerekend. Geboren uit twee Nederlandse ouders, één uit de Utrechtse omgeving en één uit de Zuid-Hollandse omgeving, lees ik graag Angelsaksische literatuur en kijk ook graag hun televisie en films. Mijn vrienden zijn een verzameling zand die aan elkaar plakt door het vocht van plezier en verlangen. Mijn helden zijn mannen die zich verliezen in een wereld van eigen schepping in een poging te ontkomen aan de wereld die hen probeert in te perken. Mijn affiliatie met kinderen van gescheiden ouders is groot, maar niet oneindig. Mijn verlangen met woord en beeld de illusies te doorbreken versterkt nieuwe illusies, waardoor ik behoor tot de dromers van deze tijd, van dit segment van de laatste en vorige eeuw. Een segment dat zich langzaam aan het afsluiten is. Alle gebouwen waarvan ik de afgelopen vijftien jaar heb gehouden zijn of gesloopt of in pretparken veranderd en nu werk ik in een gebouw dat er al stond doen de stad begon en er zal staan als deze vergaat. Mijn collega’s zijn altijd mijn vrienden die soms meereizen naar mijn volgende baan en soms verloren gaan in de drukte van het nu, een kind van het verleden en een ouder van de toekomst.

Het wordt zo een aardige contactadvertentie, nietwaar? De individu spreekt zich uit en samen met hem miljarden anderen die zich een identiteit aanmeten. Van alles kunnen we zeggen dat we zijn, maar uiteindelijk komen we op een ding uit dat we allen delen: dat we mens zijn. Ik ben mens: een dier dat rechtop loopt en zowel vooruit als achteruit kan denken. Ik ben mens en dat is mijn enige echte ware identiteit. Mens.

maandag 7 februari 2011

Bovun hut maivel - deel 4 - Einde

21-08-2451 - Professor Suparman Perkasa aan Wening Wulandari Maliki, Bandung

“Beste mevrouw Maliki, ik moet u helaas, en dit meen ik uit het diepst van mijn hart en met de barmhartige Allah op mijn lippen, mededelen dat we het lichaam van uw zoon hebben teruggevonden. Hij was een goed collega en een ware aanwinst voor de universiteit. Ik beschouwde hem bovendien als een vriend en voelde me vaak een vader voor hem. Ik heb begrepen dat u op de hoogte bent van zijn opdracht en blijkbaar is er iets vreselijks gebeurd bij de Stam Jan. Ik weet dat hij u ook enkele brieven heeft gestuurd en daarom stuur ik ook deze laatste die hij maakte vlak voor zijn verdwijning in de maand van Jumaada-ul-Akhir op khamis de 25ste. Zoals gezegd weten we niet zeker wat er toe heeft geleid dat hij werd gedood, maar als we kijken naar hoe het is gedaan is er genoeg reden om Stam Jan te verdenken. De manier waarop zijn schedel is opengespleten door een groot snijvlak is onmogelijk aan dieren toe te wijzen. Wij vermoeden dat het iets te maken heeft met het ritueel van Bovun ut maivel, waarvan we denken dat het te vertalen is als Boven het maaiveld, een oude spreuk in de Pre-Cataclysmische Nederlanden waarbij het gaat om dat niemand boven een bepaalde denkbeeldige lengte komt. Het lijkt erop dat Stam Jan deze lengte beperking erg letterlijk navolgt. Helaas was Setiwan niet op de hoogte aangezien zijn lexicon tekort schoot. Ik wijt dit geheel aan mijzelf en biedt alsnog vanuit mijn hart mijn excuses en die van het instituut aan. Uiteraard zullen wij u schadeloos stellen zoveel we kunnen. De autoriteiten zullen een onderzoek doen bij Stam Jan en de schuldigen oppakken. Setiwan komt op ahad terug in Bandung. We zullen alles met u in overleg regelen. Nogmaals mijn diepst gevoelde medeleven met uw verlies.”

zondag 6 februari 2011

Bovun hut maivel - deel 3

25-06-2451 - Nederlands Moeras - Setiwan Maliki

“De religie die men hier aanhangt draait nog het meest om de aanbidding van Pre-cataclysmische iconen waarvan de oorsprong moeilijk te achterhalen is. Hun opperwezen heet De Haaz en wordt geëerd met blikjes water. Die blikjes verzamelen is een van de zaken waarmee families zich onderscheiden, aangezien niemand nog weet hoe ze gemaakt worden. Elke dag moet Hassan een nieuw blikje over het beeld van De Haaz uitgieten en tegen zijn hoofd stuk worden geslagen. Een van de armste families besteedt al haar tijd aan het minder gewaardeerde uitdeuken. Blijkbaar vind Remco het belangrijker om naar blikjes te zoeken dan mij verder te initiëren of misschien is dit wel deel van de initiatie, ik weet het niet. Hoe langer ik hier ben hoe geheimzinniger alles wordt. Iets dat bijvoorbeeld opvalt is hoe er steeds weer mensen verdwijnen zonder dat hierom wordt getreurd. Een ander ding is dat iedereen een stuk kleiner is dan ik. Ik heb een chemisch onderzoek gedaan en het voedsel is verbazingwekkend gezond. Onder deze grijze smurrie zit donkere aarde waarin de meeste groenten goed groeien. De god van de groenten heet trouwens Broranje en is vrouw van De Haaz. Samen hebben ze twee kinderen. Het jongetje heet Emmer en is beschermheer van de regen en het meisje heet Sanne en is beschermvrouwe van de Autoweg. Al weet men niet eens wat auto’s zijn heeft dit apparaat zich blijkbaar diep vastgezet in het onderbewustzijn. Als men wil communiceren met de goden moet men bijvoorbeeld de auto nemen. Als men met meerderen wil gaan neemt men de bus. Als het niet lukt staat men in de file. Ik heb maar niet verteld hoe mal dit onze oren klinkt. Ze zouden het niet nommaal vinden. Vanavond zal ik trouwens de Zietoetoets ondergaan. Een volledig verslag volgt.”

“De eerste test van de Zietoe, of om Zietoe te worden, dat is niet geheel duidelijk, heet Bovun hut maivel. Niemand heeft uitgelegd wat het is, maar blijkbaar is het niet erg moeilijk. Ik zal proberen het te filmen. Kijk, dat dansen daar, dat wordt gedaan door de Sjieks. De muziek die je hoort zou direct afkomstig moeten zijn van De Haaz, maar je hoort vast wel dat het The Doors zijn, een Pre-Cataclysmische rockband. Ik geloof dat dit een gemangelde versie is van het nummer The Wasp, maar ik zal het wel aan Suparman Perkasa vragen. Hij heeft onderzoek naar Pre-cataclysmische muziek gedaan. Zoals jullie ook vast kunnen horen is hun muziekinstallatie niet erg goed meer. Allah nog aan toe als die barbaren maar alsjeblieft contact met ons zouden opnemen en ons zouden toelaten, dan konden we hen zoveel geven. Maar helaas, dat zou niet nommaal zijn. Ik heb het al vaak genoeg voorgesteld aan Hassan en erover gediscussieerd met Remco, maar ik geloof dat ik er maar beter niet meer over kan beginnen. Het is niet duidelijk wat er met mensen gebeurd die niet nommaal zijn, maar het is vast erger dan wat er met iemand gebeurd die niet zigzel is. In ieder geval… Als de Sjieks dansen moeten de kinderen rechtop door die tunnel van gebogen riet lopen. Ze kijken wel erg bang, hè? Maar allen komen er aan de andere kant ongeschonden uit, dus ik vraag me af wat het probleem is. Misschien wordt hen wel allerlei vragen gesteld of moeten ze een moeilijke puzzel oplossen. Hassan wilde me niets uitleggen en bovendien was hij toch te druk met de dans. Remco lachte een beetje… smalend. Ja, smalend. Het was geen aardig lachje. Wat zou het toch zijn? De tunnel is voor mij te laag. Alle kinderen die er door gingen waren een stuk korter. Nou ja, ik zal het wel zien. Prachtig toch, al die gele en zwarte kleren, die primitieve muziek en zo’n zwarte nacht als je bij ons nog zelden gezien? Ik laat de camera gewoon aanstaan, dan kunnen jullie me nommaal zien worden! Salaam aleikum! Daar ga ik dan! Duim voor me.”

zaterdag 5 februari 2011

Bovun hut maivel - deel 2

06-06-2451 - Nederlands Moeras - Setiwan Maliki

“Zonder dat ik er iets over te zeggen had ben ik onder de vleugels genomen door de jonge Remco Killikan Jan, derde neef van Hassan. Blijkbaar doet hij dit om zijn waarde voor de stam te bewijzen. Dat soort sentimenten kan ik begrijpen. Toch is het hier anders dan bij ons. Elke keer als wij iets doen voor de familie krijgen we meer rechten in de gemeenschap, maar niemand hier stijgt in aanzien, in ieder geval niet verder dan men toch al stond. Iedereen moet ‘zigzel’ blijven. De enige reden waarom men zich blijkbaar inzet is om niet in aanzien te zakken. Het spreekt voor zich dat een maatschappij zich zo nooit kan verheffen. Misschien was dit voor het Cataclysme anders, maar daar bestaan geen gegevens over. Het is toch vreselijk dat de kennis van toen nu al bijna geheel verdwenen is? Je zou toch denken dat men wat minder onvoorzichtig was omgesprongen met informatie. De computers waren niet beveiligd en de papieren dossiers werden om de zoveel jaar vernietigd. Wat ons rest aan kunst en tv is halfslachtig. De meeste kunst is te abstract, wat wel getuigd van een ver ontwikkelde beschaving, maar ons niets zegt over hoe de mensen echt waren en de televisieprogramma’s lijken wel hyperbolen van zichzelf. Geen nuchter mens kan die geloven. In ieder geval is ook ‘zigzel’ blijven een belangrijke kwestie, bijna net zo belangrijk als ‘nommaal’. Volgens Remco is ieder kind een nul en niets tot ze de toets doen, die men ‘Zietoe’ noemt. Deze bepaald of en wat iemand werkelijk is, al spreekt het voor zich dat familie en bezit voor een groot gedeelte heeft bepaald hoe dat uiteindelijk werkt. De arme families staan helemaal achterin als het voedsel wordt klaargemaakt en zijn helemaal toegewezen op de hulp van de machtige families. Even voor de duidelijkheid: er wonen hier ongeveer vierhonderd mensen die een gedeeltelijk nomadisch bestaan leiden. Families gaan op zoek naar voedsel en roem en blijven een maand of wat weg. Andere families gaan op weg als deze terugzijn. Wie weg mag ligt weer aan afstamming en het Zietoegemiddelde. Iedereen wil graag, want op reis verdient men pas het meeste aanzien.”

“Mam, ik weet dat jij en paps natuurlijk het liefst hadden gewild dat ik naar de manen van Saturnus of Uranus was gegaan, maar hoewel dit dichterbij is voelt het soms als de andere kant van het universum. Moet je kijken hoe ver dit rietlandschap uitstrekt en hoe weinig leven er lijkt te zijn! Maar geloof me, loop er niet zomaar doorheen, want de grond herbergt de vreselijkste ondieren. Zoals de spatadder die je met een beet kan verlammen, de blauwbekkende brard; een molachtig beestje dat het specifiek op testikels heeft voorzien of de wormwilders; sneeuwwitte mensachtigen van een turf hoog die je met een rood lint laten struikelen en je dan inwikkelen tot je stikt. Remco heeft me gisteren een schranspartij van deze venijnige beestjes laten zien en het was om van te gruwen. Ik heb het wel gefilmd, maar enkel voor onze afdeling. Dat zal ik jullie niet aandoen. Remco heeft gezegd dat ik binnenkort echt de Zietoe moet doen om nommaal te worden, anders kan ik hier niet blijven. Ik kijk er reikhalzend naar uit want dat zou ons een stuk dichter bij ons echte doel brengen, namelijk ontdekken wat er met dit volk is gebeurd in de afgelopen driehonderd jaar. Kusjes aan paps en Biyu. Hoe gaat het met haar examens? Ik kan niet wachten om te trouwen als ik terugkom. Echt, wat dat betreft is het zwaar toeven hier. Na al die jaren mag het er toch echt van komen! Salaam aleikum.”

Bovun hut maivel - deel 1

10-05-2451 - Nederlands Moeras - Setiwan Maliki

“Om te beginnen mijn excuses voor het vlakke beeld. De universiteit wilde een gewone camera niet verzekeren. Eigenlijk is het toepasselijk om boodschappen uit dit gebied in twee dimensies te sturen. Het is hier zo’n vreemde wereld, mam, je zal het niet geloven. Alle wegen zijn overwoekerd door stug geel riet en verzakt in een grijze onnatuurlijke modder. Het lijkt niet een gezonde kleur. Misschien lekt er ergens een opslag. Om hier te komen was een hele opgave. Ik kwam aan in Berlijn en heb van daar de trein naar Mainz genomen, van waar ik weer een truck moest charteren die zand vervoerde van de rand van het moeras. Rotsachtig als Duitsland is heeft men daar een tekort aan. Allemaal natuurlijk de schuld van de Cataclysmisische Stormen. Van daaruit was er maar één mogelijkheid om te komen waar ik wilde, in de Haarlemmerdamregio, en dat was door een bootje te huren van de opzichter. Deze maakt er zo nu en dan een toertje mee met een paar vrienden. Dan jagen ze op reuzenkarper en de tweekoppige kankerpad. Zoals je hier achter mij ziet is er weinig over van deze beschaving. De spits die daar aan de rechterkant een meter boven het riet uitsteekt was ooit van een belangrijke toren. Ze noemden het de Euromast. Ik weet niet of het werkelijk enige connectie met de rest van het continent had, want de mensen die hier woonden lijken erg in zichzelf gesloten te zijn geweest. Alsof de rest van de wereld in een droom aan hen voorbij ging. Moet je eens kijken naar die prachtige gouden haan er bovenop!”

“Rechts van mij lag vroeger het beroemde Rokin, de breedste en langste straat van de stad Haarlemmerdam. Kijk, daar zie je nog een van die typische lantaarnpalen in de stijl van de tijd, helemaal geometrisch en turkooiskleurig. Ze waren daar gek op en hadden de hele stad zo geverfd. Ik moet eerlijk zeggen dat het enkele muurtje dat ik zie van grijs beton of een roodbruin ‘baksteen’ is. Dat noemden ze zo omdat het gemaakt werd door klei te bakken. Bij aankomst vanochtend werden we ontvangen door de leider van de lokale stam Stam Jan, Hassan Killikan Jan. Hij heeft een grote baard met pijpenkopjes erin en fanatieke rood aangelopen ogen. Ze kauwen hier de hele tijd een spulletje Kat genaamd, wat maakt dat hun tandvlees er ook smerig rood uitziet. Bij de mannen is dit niet zo afschuwelijk, maar bij de vrouwen, allemaal dikke dames, is het niet om aan te zien. Gelukkig hebben ze doeken voor het gezicht en leven ze een teruggetrokken leven. Je kan tegen Biyu zeggen dat ze zich geen zorgen hoeft te maken! Hahaha… Alsof, maar dat weet je. Dag, Biyu, kusjes en ik mis je!”

“Hassan heeft me voorgesteld aan de stamoudsten, althans, ik denk dat ze dat zijn, want hier gebruikt men er een heel ander woord voor dan ik heb geleerd. Ze noemen hen de Sjieks en ze gaan allen gekleed in zwart. Ik neem aan dat hun titel afkomstig is van het woord chic, maar het kan ook van Sjeik zijn, wat vroeger een soort van staatsleider was. Ik zal aan Suparman Perkasa vragen een nieuw lexicon te sturen, want degene die ik heb is niet zo compleet. Ik dacht er met 21steeeuws Nederlands wel uit te komen, maar er zitten allemaal leemtes in. Blijkbaar is het niet voldoende om de oude teksten te studeren. In ieder geval, Hassan is Oppersjiek en heeft iedereen opgedragen mij zoveel mogelijk medewerking te geven. In ieder geval zolang ik maar ‘nommaal’ doe. Dat woord, ‘nommaal’ wordt hier ongewoon vaak gebruikt. Ik heb begrepen dat de oude Nederlanders er erg veel waarde aan hechtten dat iedereen ‘nommaal’ deed, maar er werd nooit een invulling aan gegeven. Ik heb de indruk dat deze stam er in ieder geval erg duidelijke eisen bij heeft, maar niemand, ook Hassan niet, wil mij vertellen wat die inhouden. Blijkbaar zijn alle andere stammen in de buurt, waarvan er vier geregistreerd staan; de Kop van Jut-stam, de Hamasaantgas-stam, de Muurbloemen en de Binnevaart-stam, allen niet ‘nommaal’. Ook over dit wil niemand uitsluitsel geven. Aantekeningen van vorige onderzoeker geven aan dat ook zij druk met die term zijn. Raadsels te over, lieve mama, die ik allemaal zal uitzoeken ter meerdere eer en glorie van onze familie! Nu moet ik slapen, want als het donker wordt, moet dat hier, dat is namelijk ‘nommaal’… Hahaha! Groeten van het einde van de wereld! Salaam aleikum!”

vrijdag 4 februari 2011

De groep - deel 10

Ik heb zelden zo’n rare kwibus gezien als die man met de blonde pruik en de zure glimlach. Hij is vreselijk populair omdat zijn mening gepekeld is met gevoelens. Onderbuikgevoelens, zoals wij dat graag noemen, maar eerder met gevoelens die mensen vooral met zich dragen zonder er al te veel over na te denken. Over gevoelens kan je tenslotte beter niet al te lang nadenken, want dan zijn ze niet meer jouw gevoelens. Volkswijsheid nummer 1. De Blonde Kwibus krijgt het ook nog eens voor elkaar al die dingen te zeggen zonder dat iemand hem legaal kan pakken. Ze proberen het wel, maar goed, dat kan alleen verkeerd gaan. Een gesprek over gevoelens en dan de wet erbij halen? Dat pikken zijn volgers niet.

We moeten natuurlijk niet vergeten dat hij door een andere groep op de hielen wordt gezeten. Ze kunnen zijn bloed wel drinken. Als ik het goed begrijp moet je dan erg snel zijn, wil je bloed drinken. Het stolt nogal vlot. Dan wordt het eerder bloed happen. De Blonde Kwibus zit dus in isolement en kan alleen met bewakers en collega’s van gezicht tot gezicht spreken. De rest kent hij eigenlijk alleen van telefoon en internet. Zo stel ik het me enigszins voor. Niet even naar de bakker om een gevulde koek te halen. Hoe kan hij dan weten wat ‘de gewone mens’ vindt? Onderbuikgevoelens worden door iedereen gedeeld, zelfs de meest verstokte linkser of intellectueel moet ze wel eens hebben ervaren. Het is iets dat de groep bij elkaar houdt en iedereen kan eruit tappen.

Soms denk ik wel eens dat die Blonde Kwibus zich gedraagt als een lastig schooljoch en dat we hem op dezelfde manier moeten terechtwijzen. Het is best link om zo met de gevoelens van mensen te spelen. Soms denk ik dat hij de vader & leider is waar de natie op wacht en om schreeuwt, maar dan een echte klootzak, de pestkop van op de hoek. Daar heb ik nooit erg goed mee kunnen omgaan. Meestal denk ik aan die oude uitspraak dat het volk de leider krijgt dat het verdient. Dan staan tranen me nader dan lachen. Vaak denk ik ook dat het jammer is dat die Goddelijke Kale dood is. Die man kon tenminste goed lachen en anderen aan het lachen brengen. Als we dan toch een onderbuikvertolker moeten hebben liever hem.



donderdag 3 februari 2011

De groep - deel 9

Natuurlijk is er altijd die groep waar ik toe behoor zonder er ooit echt toe te hebben willen horen. Toen we vroeger met het gezin in het buitenland kwamen voor vakantie vermeden we deze groep altijd. Het is een luide groep die altijd denkt dat je bij ze hoort omdat je dezelfde taal spreekt. Het lijkt dat we toch enigszins linkse hobbyisten waren gezien onze afkeer van deze boerse eenheidsworst. Ik denk dat het eerder was omdat we allen verstokte individualisten waren. Mijn ouders hielden van jazz, dat is ongeveer hoever ze bij de linkse hobby aansloten. Oh, en mijn vader hield van Dali. Hij doet dat nog steeds. En als we geen landgenoten tegenkwamen waren we zelf ook behoorlijk luidruchtig. Niemand kon ons verstaan dus maakte het weinig uit als we van de ene kant van de straat naar de andere schreeuwden.

Jaren heb ik mij hier niet thuis gevoeld. Misschien had dit meer te maken met dat er geen groep voor me was om bij aan te sluiten. Ik had het niet in me om de nationale identiteit te omarmen en richtte me meer op de Angelsaksische cultuur. Nog steeds heb ik daar veel mee, maar tegenwoordig begrijp ik ook het mooie en schone van Nederland. Het is niet noodzakelijk het Nederland van de voetbal-Hazes-Borsato-gezelligheids-Nederlanders, maar het is niettemin een Nederland waar ik van houd. Het is weinig nuchter en bescheiden, maar het bestaat. Het is meer verwant aan Freek, Bilderdijk, Lucebert, Doe maar en Van Mierlo. Het is een vrijheidslievende natie die zoekt naar evenwicht en eenvoudige pracht. Het gaat er eerder om of de polder die bleke schoonheid van rustig lummelen en lekker fietsen herbergt. Een polder waar nog steeds mysteries schuilen ondanks onze behoefte elk toeval uit te schakelen.

Ik begrijp de behoefte idealen na te streven, maar snap niet hoe naïef we kunnen zijn te denken dat een land zo geregeerd kan worden. Ik begrijp de behoefte aan een cultuur om je bij te warmen, maar niet het verlangen anderen hiervoor te laten boeten en elk afwijken naar het buitenland te verbannen. Ik zag een tijdje geleden een foto van een Hollandse vrouw op een fiets in China. Ze was precies zo gekleed als ze hier had gedaan en had dezelfde controlerende afkeurende blik van tevredenheid over haar leven als ze hier zou hebben gehad.